Marianne Joëls schetst in boek de passievolle, dwarse wetenschapper

Body: 

Geef jonge wetenschappers wat meer ruimte en beperk de bureaucratische rompslomp. In haar columns geeft hoogleraar Marianne Joëls een scherpzinnige en soms ook luchtige kijk op de onderzoekspraktijk.

Geef jonge wetenschappers wat meer ruimte en beperk de bureaucratische rompslomp. In haar columns geeft hoogleraar Marianne Joëls een scherpzinnige en soms ook luchtige kijk op de onderzoekspraktijk.

‘Wie bepaalt eigenlijk waaraan gewerkt wordt in de wetenschap?’ Dat is een vraag die Marianne Joëls stelt in een van haar columns die recentelijk zijn gepubliceerd in de bundel Dubben en dwars, met onder meer eerder op DUB verschenen verhalen. De vraag is nu actueel, vanwege de Nationale Wetenschapsagenda. Het is interessant om te lezen dat Joëls in 2011 deel uitmaakte van een KNAW-commissie die zich over dezelfde vraag moest buigen.

Niet het Nederlandse publiek, zoals nu het geval is, maar honderden wetenschappers kregen de vraag toen voorgelegd. Joëls onderscheidt in haar column de pragmaticus (degene die betaalt bepaalt) van de romanticus (de nieuwsgierige wetenschapper). Het is volgens Joëls zaak dat de romanticus en pragmaticus elkaar vinden.

"Het verleden heeft geleerd dat investeringen in het beantwoorden van dit soort vragen - investeringen die meer een langetermijnaanpak dan het spel over de korte band vergen- verstandig zijn, niet alleen uit het oogpunt van talentenbeleid maar ook uit economisch opzicht."  

Het wordt in het verhaal van Joëls niet duidelijk wat in 2011 met de lijst van KNAW-suggesties gebeurd is. Misschien dat ze nu in de nieuwe agenda meegenomen kunnen worden.

Ook al zijn de verhalen van Joëls gebonden aan de actualiteit van enkele jaren terug, de thema's zijn nog altijd herkenbaar. Over de bureaucratische manier van het indienen van bonnetjes bijvoorbeeld. Hilarisch is ook haar verhaal hoe ze als net benoemd hoogleraar haar treurige kamer ging opknappen. Ze kocht een paar blikken HEMA-verf en schafte bij de Ikea enkele tafels en stoelen aan. Kosten zo’n 1250 euro. Daar werd toen al heel moeilijk over gedaan, tegenwoordig kan dat echt niet meer.

Joëls schrijft hoe recent een nieuwe onderzoeksruimte ingericht moest worden. Daarvoor wordt een heuse projectmanager aangesteld en mag alleen ingekocht worden bij leveranciers waarmee de universiteit een contract heeft. De offerte van de facilitaire dienst voor de inrichting van deze nieuwe onderzoeksunit bedroeg 80.000 euro.

In een op DUB veel besproken column schrijft Joëls dat aardig zijn binnen de wetenschap niet zo'n goede eigenschap is. De wetenschap is een wereld met veel competitie waarin het gaat om de ‘survival of the fittest’. Aardig zijn helpt daarbij niet, constateert ze.

Op deze column kwamen veel reacties. Vrouwen schreven haar dat het herkenbaar is en mannen vonden de column zwartgallig. Joëls vraagt zich in een vervolgverhaal af hoe je er als wetenschapper om moet gaan met dit dilemma.  Een kant-en-klare oplossing heeft ze niet. Behalve dan het leven vóórleven, volgens eigen principes en overtuigingen in de hoop dat je een (w)aardig voorbeeld geeft.

De betrokkenheid met het onderzoek, en met name met de jonge talentvolle onderzoeker is de voornaamste drijfveer om als wetenschapper actief te zijn, zo blijkt uit de columns. Investeer in je eigen talent, zegt ze in het verhaal De transfermarkt, waarin ze met een knipoog de parallel legt met de voetbalwereld. “Wetenschap is topsport zonder zweet, parafraseert ze ergens André Bolhuis, de oud tophockeyer en NOC*NCF-voorzitter. Ze schrijft:

“Gemiddeld 75 uur per week aan dat ene onderwerp werken, jaar in jaar uit, je doelen steeds hoger stellen, gefocust blijven, nieuwe technieken ontwikkelen, je niet laten afleiden door andere dingen, de eerste zijn die met een ontdekking komt, een omgeving hebben die je steunt, naar goede maar kritische senior wetenschappers luisteren en vooral… alle teleurstellingen en tegenslagen kunnen incasseren en overwinnen.”

Deze omschrijving past bij Marianne Joëls. Haar columns zijn gedreven door passie en betrokkenheid. Dubben en dwars is een lezenswaardig boek dat van binnenuit laat zien wat wetenschap mooi maakt, maar ook welke teleurstellingen en tegenslagen overwonnen moeten worden. 

Marianne Joëls, Dubben en dwars. 2015.
Uitgeverij Boekenbent. Het boek is voor 8,95 euro te bestellen via de site van de uitgever.


DUB mag drie exemplaren weggeven. Wil je een exemplaar? Mail dat dan aan DUBprijsvraag@uu.nl
 

Facebook Twitter Whatsapp Mail