Waarom loopt promovendi-onderzoek uit?

Promotieonderzoek loopt gemiddeld 10 maanden uit

Body: 

Een promovendus loopt gemiddeld 10 maanden uit met zijn onderzoek. Dat becijferde de Utrechtse statisticus Rens van de Schoot. Hij wil promovendi die uit financiële redenen vlak voor de eindstreep afhaken, binnenboord houden door ze te betalen uit een noodpot. “Want elke afgeronde promotie levert 90.000 euro op.”

Een promovendus loopt gemiddeld 10 maanden uit met zijn onderzoek. Dat becijferde de Utrechtse statisticus Rens van de Schoot. Hij wil promovendi die uit financiële redenen vlak voor de eindstreep afhaken, binnenboord houden door ze te betalen uit een noodpot. “Want elke afgeronde promotie levert 90.000 euro op.”

Promovendus X – die vanwege “de omstandigheden” liever anoniem wil blijven, heeft inmiddels zijn buik vol van zijn promotie. Na vijf jaar is het einde nu eindelijk in zicht, maar het project heeft een jaar langer geduurd dan gepland. De reden? Een te vaag omschreven onderzoeksplan aan het begin van de promotie en de langdurige afwezigheid van zijn promotoren. “Ik heb mijn onderzoek grotendeels in mijn eentje moeten uitvogelen. Mijn promotoren verhuisden en het contact verliep daarna erg moeizaam, omdat ze zich niet meer op dezelfde werkvloer bevonden. Voor mij was dit eens maar nooit meer.”

X is zeker niet de enige bij wie de doctorsbul langer op zich laat wachten dan gepland. De Utrechtse statisticus Rens van de Schoot van de faculteit Sociale Wetenschappen, heeft becijferd dat een promovendus gemiddeld 10 maanden vertraging oploopt. Mannen zijn iets langzamer dan vrouwen: 10,11 maanden tegen 9,52.

Van de Schoot analyseerde 300 vragenlijsten van promovendi over het verloop van hun promotietraject. De ondervraagden waren werkzaam aan de Universiteit Utrecht, de TU Delft, de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Wageningen Universiteit. In het artikel What took them so long, gepubliceerd in Plos-One, geeft hij duiding aan de bevindingen.

Mislukte experimenten, privésores & stroeve communicatie
“Uit mijn onderzoek blijkt dat er vaak meer dan één reden is waardoor vertraging optreedt. Het is niet één oorzaak, maar een combinatie van factoren”, zegt Van de Schoot. “In de bètahoek hebben vertragingen vaak te maken met de aard van het onderzoek. Een experiment mislukt of levert niet de gewenste resultaten op. De ratten waarop het onderzoek werd gedaan, vallen plots dood neer. Of de proefopstelling moet noodgedwongen verhuizen, waardoor metingen onbetrouwbaar zijn geworden. Bij medisch gerelateerde onderzoeken lopen promovendi vaak vertraging op, omdat ze bijvoorbeeld moeten wachten op een uitspraak van de Medisch Ethische Toetsingscommissie.”

Persoonlijke problemen of ingrijpende veranderingen in de privésfeer zijn ook goed voor een vertraging van gemiddeld vier maanden, blijkt uit de cijfers van Van de Schoot. Mannen lopen vaak vertraging op als ze vader worden. Vrouwen als ze tussentijds trouwen, scheiden of gaan samenwonen.

Ook blijken vrouwen een vertraging van zo’n drie maanden op te lopen door ‘het investeren in internationale contacten’. Wat dat precies inhoudt, is helaas niet bekend zegt Van de Schoot. Het is onduidelijk of de internationale contacten de oorzaak zijn van de vertraging of dat vrouwelijke promovendi met vertraging vaker dit soort connecties hebben. Met andere woorden: we weten oorzaak en gevolg niet bij deze constatering.” Mannen hebben dan weer last als zij een nieuwe promotor toegewezen krijgen.

Van de Schoot: “Deze verschillen zijn goed te verklaren door de klassieke verschillen tussen de seksen. Mannen hebben doorgaans meer moeite met praktische veranderingen, zoals de geboorte van een kind of een verandering van methode. Vrouwelijke promovendi lopen vertraging op door beslommeringen in de relationele sfeer, zoals een scheiding, of een stroeve communicatie met de promotor.”

Uit de enquête-uitkomsten blijkt ook dat vertraging heel vaak wordt veroorzaakt door problemen in de communicatie tussen promovendus en de begeleider(s). Volgens Rens van de Schoot schort het daar soms behoorlijk aan. “Aan het begin van een promotietraject maken de promovendus en begeleider afspraken over de begeleiding. Maar vaak zijn deze afspraken veel te weinig concreet.”

Herkenbare problemen in Utrecht
Arjon van Lange, voorzitter van het Promovendi Overleg Utrecht (PrOUt) herkent het probleem. “Eventuele problemen in de promotie worden vaak veel te laat gesignaleerd. Een begeleider heeft zelf niet altijd zicht op de planning en heeft ook niet altijd het inhoudelijke overzicht. Hij zit er vaak te weinig op en trekt niet aan de bel als een bepaalde fase in de planning niet op tijd wordt behaald.”

De oorzaak van de matige communicatie, ligt volgens Van Lange soms ook bij de prille onderzoeker. “Sommige promovendi hebben baat bij een strakke begeleiding met gesprekken op vaste tijdstippen. Maar zij zijn daar zelf niet altijd duidelijk over. Als zij tijdens voortgangsgesprekken deze wens niet aankaarten, blijft onduidelijk waarom de voortgang van hun onderzoek bijvoorbeeld vertraging heeft opgelopen. Het zou daarom goed zijn om een extern persoon bij de gesprekken te hebben, die vooral het proces monitort en dus niet zozeer de inhoud. Op die manier kan ook de communicatie worden geëvalueerd.”

Wereld te winnen
“Vertragingen in het promotietraject zijn vanzelfsprekend niet wenselijk”, zegt Van de Schoot. “Het kan niet alleen leiden tot frustraties en een verlies van kostbare tijd, vertraging kan ook een enorm verlies van geld betekenen, zeker als die vertraging eindigt in het niet afronden van de promotie.”

Waar zouden de oplossingen kunnen zitten? Volgens van de Schoot valt er een wereld te winnen in het bevorderen van een goede communicatie, zowel voor de promovendus als de supervisor. “In mijn artikel stel ik voor dat beide partijen een communicatietraining volgen, waarin ze leren concrete uitgangspunten voor de samenwerking vast te leggen. Het is enerzijds een cursus ‘praktisch werken’, anderzijds een lesje sociale vaardigheden.”

Het Promovendi Overleg Utrecht maakt zich al langer sterk voor een betere begeleiding voor promovendi vanuit de universiteit, zegt voorzitter Arjon van Lange. Steeds meer graduate schools, waar promovendi organisatorisch onder vallen, leggen procedures vast voor de begeleiding en de communicatie tijdens promotietrajecten, zegt Van Lange. “Helaas blijken het vaak nog papieren afspraken. Het blijkt lastigere om in de praktijk goed te communiceren. Maar het begin is er; promovendi hebben met een protocol in elk geval een basis om op terug te vallen.”

Van Lange benadrukt het belang van een goede start. “Het is belangrijk dat de verwachtingen van een promotieplek goed worden uitgesproken en vastgelegd. Veel promovendi zijn zelf niet betrokken geweest bij het schrijven van het voorstel; ze worden voor een project aangenomen, waarvan het maar zeer de vraag is of de doelen haalbaar zijn. Als dan tegenslag na tegenslag volgt, zit de promovendus met de problemen. Daarom is het goed om als promovendus zelf mee te denken over het eigen onderzoek, of mee te schrijven aan onderzoeksplaatsen voor nieuwe promotieplaatsen, bijvoorbeeld voor zijn opvolgers. Hij moet ook kritisch durven zijn: is het onderzoek haalbaar binnen vier of vijf jaar? Als aan het begin de haalbaarheid van de doelen al wordt betwijfeld, is vertraging meer regel dan uitzondering.”

Betere afspraken
“Wat ik anders had kunnen doen?” Promovendus X moet er even over nadenken. “Ik had betere afspraken moeten maken over de begeleiding op afstand. Het feit dat mijn begeleiders op een andere locatie gingen werken, heeft zeer negatief voor mij uitgepakt. Dat was in het begin niet zo, maar gebeurde al vrij snel in het traject. Normaal gesproken loop je even langs voor een korte vraag, of babbel je kort bij de koffieautomaat. Nu moest ik voor elk wissewasje een mail opstellen en weer wachten op antwoord.”

Volgens X is ook het behouden van de motivatie een uitdaging voor een promovendus. “In je eentje dag in, dag uit op een onderzoek werken, daar heb je ook inspiratie voor nodig. Het helpt enorm als je met meerdere promovendi kunt samenwerken of kunt praten over je onderzoek.“

Noodpotje met geld
De tijd dat promovendi bij een vertraagd traject nog langer in dienst konden blijven om toch te promoveren, is tegenwoordig echt voorbij, zegt Van de Schoot. “Door de economische crisis zijn die overbruggingspotjes goeddeels wegbezuinigd. Erg jammer, want die promovendi moeten noodgedwongen een andere baan zoeken, in de ww gaan zitten, of hun proefschrift in hun eigen tijd afmaken. De kans is groot dat het er dan helemaal niet meer van komt.”

Van de Schoot pleit ervoor om promovendi die overwegen te stoppen, met wat extra geld over de streep te trekken. “Er moet een noodpot komen om zoveel mogelijk vertraagde promovendi binnen boord te houden. Het is een verkeerde bezuiniging om te beknibbelen op een paar maanden, want elke afgeronde promotie levert de universiteit weer zo’n 90.000 euro op. Het is niet alleen doodzonde om dat te laten schieten, er gaat ook veel talent verloren.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail