Protegé Snippert wil net als mentor Hans Clevers champions league spelen

Body: 

Biomedicus Clevers won met zijn riskante manier van onderzoeken gouden plakken. Zijn protegé Hugo Snippert zou dat ook wel willen. Een dubbelinterview over een carrière in de wetenschap.

Biomedicus Clevers won met zijn riskante manier van onderzoeken gouden plakken. Zijn protegé Hugo Snippert zou dat ook wel willen. Een dubbelinterview over een carrière in de wetenschap.

Het staat bol van de sportanalogieën, het gesprek met Hans Clevers (57) en diens protegé en voormalige laboratoriummedewerker Hugo Snippert (32) in de DUB-serie Jonge Honden, Oude Rotten. De wetenschap is ‘topsport’, Clevers speelt volgens Snippert ‘Champions League’ en beide onderzoekers zijn van het type ‘longshot’. De wetenschap is sport, carrière maken de competitie, het doel is gouden medailles halen.

“Zilveren medailles bestaan eigenlijk niet in de biomedische wereld”, constateert ‘oude rot’ Clevers. “Het is een continue race om ontdekkingen en die kunnen maar één keer door iemand worden gedaan.” De kamer van de hoogleraar en president van de KNAW hangt vol met goudomrande prijzen en onderscheidingen. De échte gouden medailles hangen niet aan zijn muur, maar staan op Google Scholar. Een doorbraak in het vinden van de oorzaak van darmkanker, de identificatie van de darmstamcel en het ontwikkelen van een methode om deze stamcellen op te kweken tot heuse ‘mini-darmen’ zijn hiervan de Olympische gouden plakken.

‘Jonge hond’ Snippert is volgens Clevers een ‘goudhaantje’ die inmiddels zes prijzen en beurzen op zijn cv heeft staan waaronder een Veni-beurs. Snippert is nu bezig een eigen onderzoeksgroep op te zetten.

The hard way op Harvard
Beide onderzoekers zijn voor een belangrijk deel gevormd op Harvard, wat ze de ‘ultieme competitieve omgeving’ noemen. Clevers zat er vier jaar als postdoc omdat Nederlandse laboratoria in de jaren 80 ver onder het Harvard-niveau zaten. Snippert liep – vooral vanwege het avontuur – in 2005 stage aan deze Amerikaanse universiteit.

Clevers: “Ik heb daar heel erg the hard way geleerd om wetenschap te bedrijven. Ongeveer één op de vijftig mensen kan er blijven, de rest moet weg. Iedereen is daardoor in een enorme competitieslag verwikkeld. Dat levert een buitengewoon onprettige werkomgeving op en daarom ben ik er uiteindelijk niet gebleven.”

Misschien wel de meest wijze les die Clevers op Harvard heeft geleerd, is hoe belangrijk groepsgevoel is; hetgeen in Harvard veelal ontbrak. “Dankzij dat groepsgevoel doet het Hubrecht-instituut op dit moment echt niet onder voor welk Harvard-lab dan ook, hoewel we veel minder uren werken en veel méér plezier en respect voor elkaar hebben.”

Champions League kunnen spelen
Jezelf neerzetten als onderzoeker, de grote lijnen van het onderzoek uitstippelen, de lange termijn in de gaten houden en het belang van besluitvaardig optreden: dat leerde Clevers óók allemaal op Harvard. Het zijn uitdagingen waar Snippert zich voor gesteld ziet, nu hij binnen de afdeling Molecular Cancer Research van het UMC Utrecht zijn eigen onderzoeksgroep opbouwt.

Snippert: “Daar ben ik nu zo’n anderhalf jaar mee bezig en het gaat heel goed. Mijn ambitie is vooral om mijn onderzoeksgroep te laten groeien. In de regel begin je met twee medewerkers, de rest moet je zelf bij elkaar zien te sprokkelen. Met mijn groep hoop ik steeds meer een eigen onderzoekslijn te definiëren, zodat mensen op een gegeven moment je naam vereenzelvigen met een onderzoeksonderwerp.” Uiteindelijk hoopt Snippert zo ver te komen als Clevers. “Geen idee of dat lukt, maar ik zou ook graag ooit Champions League spelen.”

Clevers dacht vroeger hooguit één stap vooruit. “Ik heb altijd meer gefocust op het lopende onderzoek: doen we dat zo snel en goed mogelijk? Het gevoel van urgentie is één van de belangrijkste regels om ver te komen in dit vak. Gaat het goed, dan moet je alweer zaadjes planten waardoor het over een paar jaar nog steeds goed loopt.”

Snippert over Clevers:

“Ik roem Hans om de manier waarop hij onderzoek doet. Niet honderden proeven doen, maar die ene proef uitvoeren die je precies vertelt hoe het zit. Ook al kost het twee jaar om zo’n proef op te zetten. Op persoonlijk vlak vind ik het fijn dat ik met hem over alles kan praten. Dus ook over persoonlijke interesses en wat we het afgelopen weekend hebben gedaan.

“Zijn slechte punten? Ik kan eigenlijk niks anders bedenken dan dat hij een lastig voorbeeld is. Gezien de neiging om je mentor te willen evenaren, had ik misschien beter een andere mentor kunnen kiezen.”

Clevers over Snippert:

“Hugo heeft, zoals alle mensen die het hier op het Hubrecht goed doen, een speelse manier van wendbaarheid. Continu door willen gaan, maar ook bereid zijn om af en toe twee stappen terug te doen als het misgaat. En bovendien goed kunnen interacteren met de mensen om je heen. Deze mix, dat is de succesformule.

“Vanaf het moment dat Hugo hier binnenkwam, hebben we hier een paar grote ontdekkingen gedaan waardoor er veel nieuwe deuren opengingen. Daar heeft hij van geprofiteerd, met een geweldig goed resultaat. Tot nu toe is Hugo een goudhaantje, maar hij moet nog bewijzen of hij het ook zo goed doet in moeilijkere periodes. Bijvoorbeeld als onderzoekslijnen vastlopen of bepaalde problemen in het onderzoeksteam zich voordoen.”

 
 

 

High risk, high gain
Clevers heeft met zijn drie decennia wetenschappelijke ervaring twee wijze lessen voor Snippert. Ten eerste: een biomedische wetenschapper kan zichzelf totaal onderuithalen door een paar keer te miskleunen. Clevers: “Ik heb collega’s gezien die de ene na de andere spectaculaire ontdekking publiceren die na verloop van tijd allemaal niet waar blijken te zijn.”

 

Het is niet een gebod aan Snippert om heel voorzichtig te zijn. Wel om een open oog te hebben voor (zelf)kritiek. “Signalen dat er mogelijk iets rammelt aan je onderzoek, moet je héél serieus nemen. Wees bereid om op alle mogelijke manieren je eigen idee onderuit te halen”, adviseert Clevers.

Clevers en Snippert lopen een bovengemiddeld risico om de plank finaal mis te slaan met een zogenaamde ontdekking. Snippert: “We vuren longshots af, heel ver in onbekend gebied. Je kunt ze iedere kant op schieten, maar vaak heb je wel een onderbuik gevoel welke richting ze uit moeten.” Clevers: “Het is een heel riskante manier van onderzoeken. Publiceer je erover, dan is er veel vóór en omheen dat nog niet is onderzocht. Het is high risk, high gain. Af en toe schiet je raak, dan haal je de journals en win je mooie prijzen. Tegelijk kun je de plank ook flink misslaan.”

Het is een fundamenteel andere manier van onderzoek. Klassieke onderzoekers begeven zich hun leven lang op één terrein en weten daar alles van. Clevers’ onderzoeksgroep is daarentegen verhuisd van immunologie, via ontwikkelingsbiologie en kankeronderzoek naar stamcelonderzoek. Clevers: “We weten steeds relatief weinig over een veld, maar worden dus ook niet gehinderd door allerlei dogma’s. Zo hebben wij als immunologen ontdekt hoe darmkanker ontstaat, terwijl darmkankeronderzoekers in het duister tastten. En een dogma luidde dat je gezonde cellen wel een paar dagen in leven kunt houden, maar niet kunt kweken. Ons lab heeft gevonden dat dit kan.”

‘Ik zou het lab overstelpen met richtingsveranderingen’
Rond Snipperts leeftijd werd Clevers hoogleraar en hoofd van het departement Klinische Immunologie van het UMC. Tot 2012 is hij een decennium lang directeur geweest van het Hubrecht Instituut aan de Uppsalalaan, nu is hij tot mei nog president van de KNAW. “Formeel is dit een functie voor drie dagen in de week en houd ik twee dagen over voor onderzoek, maar het zijn eigenlijk twee volledige banen”, constateert Clevers.

Zijn onderzoek, zo meent Clevers, heeft niet te lijden gehad onder alle bestuursfunctie. “Mijn lab heeft elk jaar alleen maar meer papers gepubliceerd. Ik steek minder tijd in mijn onderzoeksgroep, maar dat kan ook omdat ik nu veel meer ervaring en gezag heb. Bovendien: ons onderzoek is niet heel snel. Ook al heb je 100.000 ideeën, je kunt er maar een paar testen. Het is veel belangrijker dat je de juiste ideeën uitkiest. Ik heb weleens het gevoel dat het zelfs goed is dat ik ook heel veel andere dingen doe, anders zou ik het lab overstelpen met ideeën en richtingsveranderingen.”

Snippert moet er voorlopig nog niet aan denken om bestuursfuncties erbij te nemen. “Ik moet zorgen dat ik eerst zo’n rijdende trein krijg als Hans. Vanuit die positie kun je makkelijker dat soort uitstapjes maken.”

Je nalatenschap is ook: wat voor mensen komen uit je lab
De tweede wijze les voor Snippert: heb vertrouwen in de mensen om je heen, ben goed voor ze en stuur ze kordaat aan. Dit advies heeft Clevers ooit overgenomen van zijn promotor en mentor.

Clevers bood Snippert een stageplek aan in zijn lab, faciliteerde zijn volgende stage op Harvard en was promotor, sparringpartner en mentor. Snippert: “Met Hans heb ik het vaak gehad over de randzaken van de wetenschap en mijn ambities. Tijdens mijn promotieonderzoek spraken we dagelijks met elkaar. Als we uitgesproken waren over de proeven, hadden we het over bijvoorbeeld conferenties, een instituut runnen of financiering van onderzoek. Daar heb ik veel van geleerd.”

Zoals Snippert heeft Clevers nog zo’n tien protegés. Clevers: “Ik denk dat ze het allemaal heel goed gaan doen over een lange periode. Nauwlettend houd ik ze in de gaten, ook als ze naar het buitenland gaan. Als ze goed presteren, ben ik daar best trots op. Het is belangrijk om contact met ze te houden. Je nalatenschap als wetenschapper is niet alleen wat je zelf hebt gepresteerd, maar ook wat voor mensen uit je lab zijn gekomen en wat zij hebben gedaan.”

Mini-cv Hans Clevers (1957)
Studies: 1982 doctoraaldiploma biologie aan de UU, 1984 artsexamen
1985: PhD immunologie, UMC Utrecht
1986-1989: postdoc Harvard University (Boston, VS)
1991-2002: hoogleraar Immunologie UMC Utrecht
2002-heden: hoogleraar Moleculaire Genetica UMC Utrecht
2002-2012: directeur Hubrecht Instituut voor Ontwikkelingsbiologie en Stamcelonderzoek van de KNAW
2012-heden: president Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen

Clevers doet onderzoek naar de gezonde en zieke darm. Zijn onderzoeksgroep deed in 1997 een belangrijke ontdekking in het ontstaan van darmkanker, wist later de darmstamcel te identificeren en heeft vervolgens methoden ontwikkeld om uit deze cellen zelfstandige ‘mini-darmpjes’ te kweken. Onlangs is zijn onderzoek tot nationaal icoon uitgeroepen.

Mini-cv Hugo Snippert (1982)
2005: stage van een jaar aan Harvard University (Boston, VS)
2006: master genomics and bioinformatics, UU
2011: PhD in moleculaire genetica, Hubrecht Instituut (KNAW)
2011-2012: postdoc bionanowetenschappen, TU Delft
2012-heden: senior-postdoc molecular cancer research, UMC Utrecht

Snippert gebruikt state-of-the-art microscopie voor stamcelonderzoek en focust daarbij op de communicatie en interactie tussen de cellen.

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail