Student-assistent Marieke geeft twee werkcolleges per week voor het vak Social Networks. Foto: DUB

Student-assistenten: Van technisch en sociaal helper, tot nakijker en docent

Body: 

Cijfers invoeren, deelnemers muten tijdens een online les en werkcolleges geven - sommige docenten hoeven niet alles helemaal zelf te doen. Zij krijgen steun van studenten. Nu het onderwijs online is en de werkdruk voor docenten verder is gegroeid, hebben de Universiteit Utrecht en het Ministerie van OCW extra geld uitgetrokken om meer student-assistenten in te zetten. Drie UU-studenten vertellen hoe het assistentschap er voor hen uitziet.

Read in English

 ‘Ik geef nu digitaal college vanuit mijn kamer’

Dieke, tweedejaars masterstudent Earth Structure & Dynamics: “Als student-assistent ben ik vooral bezig met het geven van digitale colleges. Dat doe ik voor drie vakken: Systeem Aarde 1 en 2 en Tijd & Causaliteit. Het zijn lekker brede, eerstejaars bachelorvakken en ik vond ze leuk om te volgen toen ik zelf eerstejaars was. Ik zie hoe de middelbare scholieren zich ontwikkelen tot studenten. Inmiddels ben ik 4,5 jaar student-assistent. 

“Dit semester ben ik vooral druk met Tijd & Causaliteit. Ik geef twee keer per week colleges van elk twee uur en ik krijg een uur de tijd om me voor te bereiden. Ik mag zelf lesgeven en de stof uitleggen aan 23 studenten, dat doe ik nu drie jaar op rij en samen met een andere student-assistent. Tot november vorig jaar deed ik dat op de universiteit, daarna vanuit mijn kamer. Het is goed te doen en ik heb niet veel ruimte nodig, ik gebruik vaak PowerPoint en ik kan dingen uitschrijven op een online whiteboard.

“Bij een fysiek college was het in het begin soms lastig om genoeg afstand van elkaar te houden. Online heb je een ander soort interactie en zijn studenten anoniemer want je ziet ze alleen als ze hun camera aan hebben. Ik laat ze altijd hun camera aan zetten en vraag aan iedereen hoe het met ze gaat en of ze vragen hebben.

“Naast de colleges kijk ik ook mini-papers van studenten na om de docent te ontlasten. Nadat ik ernaar heb gekeken, controleert de docent ze daarna nog een keer. Elke week doen de studenten een simpel proefje dat ik nakijk. Zo onderzocht ik als eerstejaars bachelorstudent of een ei sneller kapot gaat als je het laat vallen op de bollere boven- of onderkant of op de minder bolle zijkant.

“Ik werd student-assistent toen een ouderejaars student vroeg of ik interesse had. Ik was in die tijd op zoek naar een bijbaan waarmee ik niet veel tijd kwijt was, dus dat kwam mooi uit. Daarnaast vind ik het leuk om contact te hebben met eerstejaars studenten. Ik verdien net boven het minimumloon. Het is niet genoeg voor de huur, maar ik kan er wel mijn boodschappen van betalen. Per week ben ik zo’n 7 uur bezig met dit werk. Het vierde blok zal rustiger zijn, omdat de studenten minder vakken hebben en veldwerk moeten doen, zodat ze de stenen en fossielen zien waar ze over leren. Ik ben zelf van plan om voor mijn master veldwerk in Zuid-Spanje te doen. Maar of dat door kan gaan, is nog maar de vraag.”


 ‘Ik voelde me gevleid toen de coördinator het vroeg’


 

Jane, masterstudent Literatuur Vandaag: “Sinds de start van dit collegejaar ben ik student-assistent voor de eenjarige master Literatuur Vandaag en vanaf deze maand ook voor de bachelor Literatuurwetenschap. Voor de bachelor help ik met het organiseren van het onderwijsgesprek waar studenten feedback geven op de opleiding, de meeloopdag en de matching. Afgelopen semester was ik 8 uur per week aan het werk, nu iets meer. Ik hielp bij drie vakken met het geven van online colleges en vooral met de technische kant daarvan, zoals studenten de beurt geven als ze hun virtuele hand omhoog hielden en ze muten als dat nodig was. Voor docenten kan het chaotisch zijn als zij dat allemaal zelf in de gaten moeten houden. 

“De studenten maakten elke week een reflectiepaper over een discussie die we in de colleges hielden en die keek ik na. De professor hoefde die dan alleen nog maar na te lopen. Ook heb ik met de IT-afdeling een website gemaakt waarop essays van studenten staan over Nederlandse literatuur en klimaatverandering. Daarnaast had ik ook losse taken zoals hoofdstukken uit studieboeken inscannen in de UB en de syllabus controleren. In het tweede semester zijn de studenten op stage en werken ze aan hun scriptie, dus is er voor mij nu niet zoveel te doen voor de masterstudenten. 

“Wat ik op dit moment nog wel doe voor deze master, is managing editor zijn van RevUU, het tijdschrift van studenten van Literatuur Vandaag en RMA Comparative Literary Studies. Daarvoor houd ik elke twee weken een online vergadering. Ik houd in de gaten wat er gebeurt en als het nodig is, grijp ik in. Ik merk dat alles online moeten doen voor veel miscommunicatie zorgt. De tekenaar maakte bijvoorbeeld portretten van de auteurs en daar ontstond ophef over. Dat we hierover geen face-to-face-contact konden hebben, hielp niet.

“Voor eerstejaars studenten van de  master Literatuur Vandaag ben ik mentorbegeleider en probeer ik de studenten met elkaar te verbinden. Dat is best lastig tijdens de lockdown. We wilden met zijn allen borrelen maar dat kan niet. Ik merk dat studenten elkaar het liefst fysiek zien, online wordt het al snel ongemakkelijk. Wel heb ik tijdens één van de introdagen op de universiteit geholpen met de spelletjes. Momenteel ben ik bezig met het regelen van een sociale activiteit voor de hele masteropleiding, inclusief docenten.

“Eind vorig collegejaar vroeg de coördinator of ik dit werk wilde doen, die dacht dat ik er goed in zou zijn. Dat vond ik tof en ik voelde me gevleid, niet iedereen wordt daarvoor gevraagd. Mijn toenmalige baan in de horeca was fysiek zwaar en het leek me leuk om met de vakken te werken die ik zelf heb gevolgd en om studenten te leren kennen die literatuur ook interessant vinden.”


 ‘Ik heb meer begrip gekregen voor docenten nu ik zie waar ze tegenaan lopen’

Foto: DUB

Marieke, vierdejaars bachelorstudent Sociologie: "Eén van mijn huisgenoten is ook student-assistent bij Sociologie. Zij heeft mij aanbevolen bij de coördinator toen hij haar vroeg of zij iemand kende die het ook wilde doen. Er was geen sollicitatieproces en ik hoefde niks toe te lichten. Dat vond ik wel gek. Misschien is er wel naar mijn cijferlijst gekeken - ik haal goede cijfers.

“Ik geef dit semester twee werkcolleges per week voor een groep van tien studenten, samen met de docent. Dat doe ik voor het vak Social Networks. Het is fijn om werkcolleges met zijn tweeën te geven, dan kan je met elkaar sparren als je ergens mee strugglet. Ik zorg vooral voor de technische kant, af en toe sta ik alleen voor de groep en geef ik uitleg. Dat is leuk, maar dat is niet echt de bedoeling. Zelf zou ik als student liever een docent voor de klas hebben in plaats van een andere student. Eén keer per week regel ik de technische ondersteuning voor het vak Sociale Ongelijkheid en vorig semester beantwoordde ik vragen van studenten voor het vak Advanced Sociological Theory. 

“Tot november gaf ik werkcolleges op de universiteit. Dat mis ik wel, online heb je meer gedoe met het delen van je scherm. Ook tekenen op een whiteboard gaat makkelijker met fysiek onderwijs. Switchen naar online was chaotisch, maar inmiddels hebben we een oplossing gevonden.

“Naast de werkcolleges regel ik de technische kant, zoals het opnemen van hoorcolleges en het modereren van de chat. Later dit blok kijk ik ook opdrachten na met een nakijkvel en voer ik cijfers in. Docenten kunnen best veel ondersteuning gebruiken bij het online maken van hun lessen. Ik heb het sinds de lockdown eerder drukker dan rustiger en er is naar mijn idee meer behoefte aan student-assistenten.

“De enorme werkdruk van docenten slaat soms ook over op mij en dat is soms best stressvol. Ik krijg betaald voor iets minder dan 10 uur per week, maar soms ben ik meer tijd kwijt, meer dan dat ik zou willen. Naast dit werk ben ik ook bezig met mijn scriptie. Maar ik ben graag bezig met sociologie. Ik kan de kennis die ik in mijn studie heb opgedaan, overdragen en gelukkig mag ik het zeggen als iets niet lukt. Het is leuk om aan de docentkant te staan tijdens colleges en interessant om te zien waar docenten tegenaan lopen. Dit zorgt er ook voor dat ik meer begrip heb voor docenten en voor hun werkdruk. Ik snap nu waarom het soms niet allemaal even soepel gaat."

Meer student-assistenten om onderwijsdruk te verlichten 

De Universiteit Utrecht heeft rond de duizend student-assistenten. In de cao zijn er drie schalen voor deze werknemers. Een masterstudent zit in schaal 4, een bachelorstudent met meer dan 120 studiepunten in schaal 3 en een beginnende bachelorstudent in schaal 2.

Omdat er meer studenten bijgekomen zijn in 2020 en docenten ondersteuning kunnen gebruiken voor hun onderwijs op afstand, heeft de Universiteit Utrecht voor dit kalenderjaar 2,9 miljoen extra uitgetrokken om de werkdruk van docenten te verlichten. Faculteiten kunnen zelf beslissen waaraan ze dit geld uitgeven, maar vaak kiezen ze voor het aannemen van meer student-assistenten. Net als Marieke, Jane en Dieke helpen zij docenten met het geven van online colleges en het verbinden van studenten, nu ze geen fysieke lessen meer krijgen op de universiteit.

Daarnaast heeft het kabinet vanwege de coronacrisis extra geld uitgetrokken voor 2021. Hierdoor kan de UU voor de periode van een half jaar zo'n 50 voltijdse banen extra onderwijsondersteuning inzetten. Dit moet gaan om nieuwe, tijdelijke banen met een maximumsalaris net boven het minimumloon. Ook hier wil de universiteit studenten voor gebruiken.  Dit worden studentmedewerkers die in de meeste gevallen niet een docent ondersteunen, maar vooral actief zullen zijn bij ondersteunende diensten. Je moet dan denken aan studenten die toezicht houden op gebouwen, computerhulp bieden, de onderwijsadministratie helpen en taken bij onderwijsplatform Educate-it vervullen. Ook bij de faculteiten zullen deze studenten voor deze taken ingezet worden.
Facebook Twitter Whatsapp Mail