Ontbijtsessie in het academiegebouw over het tutoraat in de praktijk

Taak van de tutor is niet altijd duidelijk

Body: 

De UU heeft sinds september een intensievere vorm van het tutoraat in het eerste jaar ingevoerd: het Tutoraat 3.0. Maar de taak is niet voor elke tutor even duidelijk. Kan een tutor ook beoordelend docent zijn, is hij ook studiebegeleider en wanneer moet hij doorverwijzen naar een studieadviseur?

De UU heeft sinds september een intensievere vorm van het tutoraat in het eerste jaar ingevoerd: het Tutoraat 3.0. Maar de taak is niet voor elke tutor even duidelijk. Kan een tutor ook beoordelend docent zijn, is hij ook studiebegeleider en wanneer moet hij doorverwijzen naar een studieadviseur?

De universiteit heeft begin dit studiejaar een richtlijn (pdf) uitgebracht om het tutoraat in het eerste jaar te intensiveren. De nieuwe richtlijn Tutoraat 3.0 wil de kennismaking van de matching waar dit jaar mee begonnen is, doortrekken naar het eerste jaar van de studie.

Na het eerste blok 1 organiseerde de universiteit een aantal ontbijtsessies. Hier spraken tutoren, studenten, studieadviseurs en andere belangstellenden over het nieuwe tutoraat. Wat werkt er goed en wat roept vragen op? Naar aanleiding van die sessies peilt DUB welke vragen er leven onder tutoren en studenten.

Wat is het doel van het intensievere tutoraat 3.0?
Studenten beter begeleiden gedurende studie. Dat is mooi gezegd. Maar laten we wel wezen: het is ook een kwestie van geld. De universiteit heeft prestatieafspraken ondertekend waarin staat dat er minder studenten afvallen. Marieke de Bakker, projectleider matching: “Uit onderzoek blijkt dat de prestaties in de eerste tien weken bepalend zijn voor verder studiesucces. Het nieuwe tutoraat haakt daarop in door in de eerste weken een tutorgesprek in te lassen en studievoortgang actief te monitoren.”

Daarnaast heeft het tutoraat nog een sociaal aspect. Hans Gerritsen, tutor bij Natuurkunde: “Je thuis voelen is heel belangrijk. Onze studenten zijn niet allemaal even sociaal vaardig en dan is het prettig om direct in een tutorgroep te zitten.”

Eerstejaars Sociale Geografie en Planologie Seline: “Het is een grote stap van de middelbare naar de uni, het is fijn dat we daarin begeleid worden.”

Sebastiaan Steenman, tutor bij USBO: “Je moet ook opeens veel lezen en zelfstandig werken. Volgens mij richt de tutor zich op de studie: hoe gaat het studeren?”

Waarvoor kan ik bij mijn tutor terecht?
Tutoren, studentmentoren, studieadviseurs. De UU bevat een scala aan mensen die paraat staan je te begeleiden. Maar wanneer moet je aankloppen bij wie? De Bakker: “De tutor is het eerste aanspreekpunt. De tutor praat met je over je studievoortgang en persoonlijke ontwikkeling. De studieadviseur is er voor complexere vragen, bijvoorbeeld betreffende persoonlijke problemen en regelingen. Studentmentoren zijn ervaringsdeskundigen.”

De tutor zorgt voor de eerste opvang, vindt ook Mascha Berk, tutorcoördinator bij Geneeskunde: “Als iedereen direct naar de studieadviseur zou stappen, zouden er enorme wachtrijen ontstaan.”

Wanneer moet je als tutor doorverwijzen?
Een punt van aandacht, zo bleek tijdens de ontbijtsessies, is de rol die de tutor heeft naar de student toe. Gerritsen: “Je moet als tutor niet in de rol van psychotherapeut stappen.” Joost Zwarts, tutor bij Taalwetenschap: “De tutor moet steeds de afweging maken wanneer het verstandig is iemand door te verwijzen.”

De Bakker: “Daarom is het belangrijk dat er goede communicatie tussen de studieadviseur en tutor is. Daarbij zijn privacyregels soms lastig, omdat niet altijd even duidelijk is of en welke informatie de studieadviseur aan de tutor mag geven en andersom.”

Steenman heeft hier een simpele oplossing voor: “Ik informeer even bij de student zelf hoe het gegaan is.”

Is de taak van de tutor bij elke opleiding hetzelfde?
Nee, niet elke opleiding pakt het op dezelfde manier aan. Anne Roeters, tutor bij Sociologie: “Individuele gesprekken met alle studenten aan het begin van het jaar zijn niet nodig. De meeste studenten zijn dan nog relatief weinig tegen dingen aangelopen betreffende hun studievoortgang, waar moet het dan over gaan.”

Bij Geneeskunde zien ze het tutoraat vooral als een moment van reflectie op handelen in de beroepspraktijk en bij andere opleidingen volstaan ze met groepsbijeenkomsten.

Toch is er wel een overkoepelende gedachte achter de intensivering van het tutoraat. De Bakker: “Met de nieuwe richtlijn willen we universiteitsbreed de link leggen tussen matching en reflectie tijdens de studie leggen: wat wil en kan ik met deze studie.”

Kan een tutor tegelijkertijd je docent zijn?
Een ander discussiepunt is de dubbele rol van de tutor. Kan de tutor ook je docent zijn? Steven Dijkstra, tutorcoördinator bij Liberal Arts en Sciences: “Bij ons kan dat niet. Want dan geef je de student de ene week een onvoldoende, en de volgende week heb je diezelfde student huilend op je tutorgesprek zitten vanwege dezelfde onvoldoende.”

Bij USBO en bij Sociale Geografie en Planologie is de tutor juist iemand die ook intensief lesgeeft aan de tutorstudenten. Nelleke de Jong, tutorcoördinator bij Sociale Geografie en Planologie: “Als de student elke week les heeft van de tutor leer je elkaar beter kennen. Ook kunnen studenten makkelijk en informeel tijdens de werkgroepen iets vragen aan de tutor.” Steenman: “En in het nakijken blijf je altijd professioneel.”

Wat moeten tutoren allemaal kunnen?
Van tutoren worden andere eisen verwacht dan van een docent. Zo moeten ze de student kunnen helpen bij het vinden van de weg in de opleiding en hebben ze een rol als coach en begeleider. Dit lukt niet altijd.

Gerritsen: “Opleidingen zijn heel breed, er is heel veel keuze in minoren, masters, vakken buiten de opleiding. Het is niet realistisch om te verwachten dat een docent-onderzoeker een algemene kennis van opleiding heeft.” De Bakker erkent dat: “De tutor kan studiemogelijkheden bespreken, maar bij complexe vragen zal hij inderdaad doorverwijzen naar de studieadviseur.”

Om de tutor beter voor te bereiden op zijn taak wordt er gewerkt aan een training op het gebied van gesprekstechnieken en coaching. Daarin kan ook de dubbele rol van docent en begeleider aan  de orde komen.

Is er eigenlijk meer geld voor het tutoraat 3.0?
Faculteiten moeten al vanaf 2002 tijd en geld reserveren voor het tutoraat. De docent krijgt per jaar een aantal uren voor het tutoraat. Uitgaande van een mentorgroep van 15 studenten wordt als vuistregel 56 uur per jaar ofwel 0,035 fte gerekend. Die regel was er al, dus is er nu geen extra geld bijgekomen. Wel investeert de universiteit in scholingsaanbod voor docenten.

Heeft de goede student ook een tutor nodig? 
De richtlijn tutoraat gaat over alle eerstejaars studenten. Berk: “Door met alle studenten te spreken krijg je een beter beeld. Ook van die stille student. Je leert of er wellicht individuele problemen spelen.”

Steenman vindt het terecht dat in het tutoraat 3.0 ook goede studenten die niet genoeg uitdaging hebben, extra aandacht krijgen. Gerritsen spreekt iedereen, maar richt zich voornamelijk op de risicoleerlingen: “Juist bij die studenten die extra zorg nodig hebben, kan je het verschil maken. Door een klein zetje te geven, kan gezorgd worden dat de student zijn studie haalt. Bij goede studenten kan je eventueel adviseren over een keuzevak, maar die kunnen dat vaak ook online vinden.”


Officieel krijg je een tutor voor de hele opleiding. Maar in de praktijk geldt dat voor ouderejaars nog niet zo. Er klinken wel geluiden dat ook voor die studenten  het tutoraat van belang is, bijvoorbeeld voor begeleiding bij studiekeuzes.

Moet de opleiding het tutoraat verplicht stellen?
Het merendeel van de tutoren geeft aan dat het verplichtstellen van tutorgesprekken geen zin heeft. Steenman: “Ik probeer studenten die niet komen wel te overtuigen, maar dwang heeft geen zin. Dan komt er toch niks uit zo’n gesprek.” Bij Geneeskunde zijn ze strenger: “Als je je tutoraat niet doet, dan haal je je studiepunten en daarmee je bachelor niet.”, aldus Berk.

Dat geldt niet alleen voor de komst, ook voor de adviezen die je als tutor geeft. Studenten moeten zélf actie ondernemen. Sommige tutoren proberen hun studenten te sturen. Gerritsen: “Als iemand moeite heeft met plannen, dan raad ik bijvoorbeeld aan een agenda te kopen. Na twee weken stuur ik dan een mailtje of de student dat gedaan heeft.”
 

Toch zitten niet alle studenten op een tutor te wachten. Een eerstejaars Sociale Geografie en Planologie: “Een tutor? Daar moet ik nog een keer een gesprek mee inplannen. Maar heb er niet zo’n behoefte aan.”
 

Heb je als student recht op een tutor?
Formeel is het tutoraat sinds de invoering in 2002 verplicht. Maar de nieuwe richtlijnen zijn bedoeld als advies, een opleiding kan daar een eigen invulling aan geven. De universiteit heeft in het advies wel aangegeven dat het accent moet liggen op de eerste periode, de tijd van kennismaking met alle studenten. Dat betekent dat een student recht heeft op een tutor en als de student geen tutor krijgt toegewezen of zijn tutor geen afspraak maakt, kan hij dat wel eisen bij de onderwijsdirecteur van de opleiding.

Wat heeft de nieuwe richtlijn veranderd?
Voor de meeste opleidingen lijkt er weinig veranderd. “Wij hadden al een intensief tutoraat,” is het antwoord dat alle opleidingen geven die wij deze vraag stelden. De opleidingen zijn allemaal zeer content met het tutoraat zoals ze dat al hadden. Iets veranderd? Nee joh, dat was niet nodig.

Wat wel anders wordt, is dat we met de projectteam bezig zijn met het opzetten van universiteitsbrede trainingen voor tutoren. Daarnaast denkt een aantal opleidingen erover de matchingsgevens actiever te gaan inzetten. Voor nu is de richtlijn vooral een stukje bewustwording, en dat lijkt  geslaagd.

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail