UMC'er Bulnes in running voor Librisprijs

Body: 

Zonder te schrijven zou hij geen arts kunnen zijn. En vice versa. De roman Het bloed in onze aderen van Miquel Bulnes (pseudoniem voor Miquel Ekkelenkamp en arts bij het UMC Utrecht) is genomineerd voor de Libris Literatuur prijs 2012. Meer dan 8000 uur stak hij in deze roman. “Van schrijven zelf word je niet gelukkig, maar ik word ongelukkig als ik het niet doe.”

Zonder te schrijven zou hij geen arts kunnen zijn. En vice versa. De roman Het bloed in onze aderen van Miquel Bulnes (pseudoniem voor Miquel Ekkelenkamp en arts bij het UMC Utrecht) is genomineerd voor de Libris Literatuur prijs 2012. Meer dan 8000 uur stak hij in deze roman. “Van schrijven zelf word je niet gelukkig, maar ik word ongelukkig als ik het niet doe.”

“Voor veel artsen geldt: je moet er iets naast doen, anders word je gestoord. Voor mij is dat het maken van iets dat er nog niet is; iets waarin ik mijn creativiteit kwijt kan. Architect had me bijvoorbeeld ook een mooi beroep geleken”, zegt Miquel Ekkelenkamp (35). “Ik heb het artsenbestaan en het schrijven allebei nodig. Zou ik alleen schrijven, dan zou ik veel gestoorder worden. Schrijven is heel monomaan, autistisch.”

Dat ondervond hij aan den lijve in de afgelopen maanden toen hij voor Het bloed in onze aderen al een tijd in Spanje fulltime aan zijn boek werkte. “Op een gegeven moment werd ik zo gek van alleen maar schrijven, dat ik bijna in mezelf zat te schreeuwen.”

Ekkelenkamps moeder komt uit Spanje. Aan haar familienaam heeft hij zijn pseudoniem (Miquel) Bulnes ontleend, dat hij al vanaf zijn eerste roman Zorg (2003) gebruikt. Met een pseudoniem wil hij vooral meer afstand creëren tot zijn werk als arts-microbioloog in het UMC Utrecht, nu blijkt zijn Spaanse schrijversnaam ook mooi bij zijn – door recensenten uitstekend ontvangen – laatste roman te passen.

Het bloed in onze aderen gaat namelijk over Spanje in de jaren 1921-1923, de tijd na de voor Spanje desastreus verlopen bezetting van Noord- Marokko. De Spaanse regering is aan het wankelen gebracht en talloze politieke en vaak gewelddadige groeperingen azen op de centrale macht. Hier wordt de kiem gelegd voor de latere Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Op een ingenieuze manier brengt Ekkelenkamp in 623 pagina’s de explosieve en uiterst complexe sociale en politieke situatie in kaart. Het perspectief wisselt constant tussen een behoorlijk aantal personages. Figuren die allemaal uit verschillende geledingen van de maatschappij komen.

Je drie eerdere romans gingen over de zorg en over het doen van onderzoek in Nederland. Dit is een historische roman over een onbekende periode in de Spaanse geschiedenis. Vanwaar de ommekeer?
“Je kunt niet eindeloos over de zorg blijven schrijven. Ik had alles al op papier staan wat ik wilde. Al een tijdlang wilde ik een dikke pil schrijven waarin mensen zich helemaal kunnen verliezen. Zelf lees ik die enorm graag.

“Eerst had ik megalomane ideeën over een roman die zich uitstrekt over meerdere periodes. Tijdens het uitzoekwerk ging de periode vóór de burgeroorlog me al snel fascineren. Het is een zwaar onderbelichte periode en Spanjaarden kunnen zelf nauwelijks uitleggen waar de burgeroorlog vandaan kwam. In mijn roman wilde ik zoeken naar die aanleiding en die langs verschillende kanten belichten.

“Toen ik verder terugging in de tijd, kwam ik bij de Spaanse militaire nederlaag in Marokko. Het verslag van de commissie die er onderzoek naar deed, leest op zichzelf al als een roman. Het bleek het perfecte begin van mijn boek.”

In je roman komen een hoop feiten en historische personen voor. In hoeverre is het verhaal waar gebeurd?
“Wat ik wilde schrijven is fictie die je kunt inpassen in de geschiedenis. Geen enkel feit dat ik tegenkwam tijdens mijn onderzoek mocht in tegenspraak zijn met mijn verhaal. Ik ben er van overtuigd dat dit is gelukt.”

Het schrijven van zo’n lijvige historische roman, kost dat niet enorm veel tijd?
“Als ik er non-stop 60 of 70 uur in de week aan had gewerkt, had ik er vermoedelijk zo’n 2,5 jaar over gedaan. In 2005, na Lab, ben ik er al mee begonnen. In Nederland had ik het eerste deel over Marokko geschreven. Eind 2007 ben ik een jaar naar Spanje gegaan om er verder aan te werken. Bij terugkomst in Nederland ben ik er nog twee jaar mee bezig geweest. Omdat ik toen inmiddels een fulltime baan had, moest ik het schrijven beperken tot de avonduren, weekeinden en vakanties.

“Af en toe panikeerde ik wat en dacht ik dat ik mezelf zou verliezen in het onderzoek. Dat probeerde ik te ondervangen door mezelf te dwingen elke dag anderhalve pagina te schrijven. Mijn stelregel was: niet meer dan twee dagen onderzoek doen om een algemeen beeld van een bepaald onderwerp te krijgen en dan de vraag beantwoorden welke informatie interessant is voor de lezer - die leest een roman, niet bijvoorbeeld een essay over de Spaanse politie in de jaren 20.”

Volgens je eigen berekening heb je al snel 8000 uur aan deze roman gewerkt. Was dit het waard?
“Als het boek totaal niet zou verkopen en slecht was gevallen, dan was het zonde van de tijd geweest. Het tegendeel is gelukkig waar. Ik heb wel duizend keer gedacht: waar ben ik mee bezig, ik moet stoppen, niemand zit te wachten op een verhaal over Spanje in de jaren 20. Van het schrijven zelf word je niet gelukkig, maar ik word doodongelukkig als ik het niet doe.

“En ik ga het nóg een keer doen, dus zo slecht is het niet bevallen. Stiekem probeer ik al een beetje aan mijn volgende historische roman te schrijven. Die is gesitueerd in het Spanje van rond 1100, in de tijd van de moren en de christenen. Het komende jaar ga ik kijken of ik voldoende houvast heb om een roman te schrijven. Mijn streven is wel dat die nog ietsjes dikker wordt dan deze. Die volgende historische roman gaat er komen. De vraag is alleen of dat over vier of tien jaar is.”

Bulnes neemt het op tegen Jeroen Brouwers, A.F. Th. van der Heijden, Jan van Loy, Jan van Mersbergen en Ivo Victoria.”

 

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail