Veel nieuwe studenten hebben slechts een kleine kans op een diploma binnen drie jaar. Foto: Marieke Migchelbrink

Universiteit kan voorspellen of student de eindstreep haalt

Body: 

Het is misschien een enge gedachte, maar de universiteit weet precies hoe groot de kans is dat een beginnende student een opleiding afmaakt. De Utrechtse hoogleraren Van der Heijden en Wubbels ontwikkelden een instrument dat aangeeft of een student probleemloos zal afstuderen of tot een risicogroep behoort.

Het is misschien een enge gedachte, maar de universiteit weet precies hoe groot de kans is dat een beginnende student een opleiding afmaakt. De Utrechtse hoogleraren Van der Heijden en Wubbels ontwikkelden een instrument dat aangeeft of een student probleemloos zal afstuderen of tot een risicogroep behoort.

Op welk moment is te voorspellen dat een student langer zal doen over zijn of haar studie dan daar nominaal voor staat, en dus langstudeerder wordt? Dat was de vraag die hoogleraar Statistiek Peter van der Heijden zich al enige tijd stelde.

Om die vraag te beantwoorden onderzocht hij de studenten die in 2006 en 2007 begonnen met studeren aan de faculteit Sociale Wetenschappen. Hij onderscheidde vier groepen. In toenemende mate van succes:

  • De uitvallers in het eerste jaar
  • De probleemgevallen (studenten die na het eerste jaar de universiteit zonder diploma verlaten of na vijf jaar nog steeds geen diploma hebben behaald).
  • De studenten die in hun vierde jaar afstuderen.
  • De studenten die in hun derde jaar afstuderen en dus nominaal studeren.

Aan de hand van data in het studentenadministratiesysteem Osiris vond hij een viertal factoren die van significante invloed zijn op de mate waarin een student al dan niet soepeltjes door zijn of haar studie rolt:

  • Het geslacht van een student: vrouwen zijn succesvoller in hun studie dan mannen.
  • De datum waarop de inschrijving van de student rond is: een vroege datum betekent beter scoren in de studie.
  • Het gemiddelde eindexamencijfer.
  • Het wiskunde-eindexamencijfer.

Hoe verrassend groot de impact van elk van deze parameters is op het studiesucces van een individuele student, demonstreert Van der Heijden op zijn laptop met behulp van een zeer eenvoudig ogend Excel-programma. “Laten we een vrouwelijke psychologiestudent nemen. Ze heeft een 7 als eindexamen- en als wiskundecijfer en schrijft zich relatief vroeg in. De kans dat zij in drie jaar haar studie haalt is 71 procent. Als ik daar nu een mannelijke student van maak dan is die kans nog maar 56 procent. En als ik dan ook nog een 6 als eindexamen- en wiskundecijfer neem en een latere inschrijfdatum invoer, is die kans nog maar 24 procent.”

Nog voordat een beginnende student ook maar een boek heeft opengeslagen, kan de statisticus Van der Heijden dus al bepalen hoe groot de kans is dat iemand de eindstreep haalt. Hoogleraar Onderwijskunde Theo Wubbels denkt daarom dat het handzame instrument dat Van der Heijden ontwikkelde, ook bruikbaar kan zijn bij de matching- en selectieactiviteiten die de UU voor aankomende studenten gaat invoeren.

Sinds deze zomer is Wubbels als Admissions Dean van de UU inhoudelijk verantwoordelijk voor de wijze waarop de Universiteit Utrecht probeert de juiste studenten binnen de poorten te halen. “Met de uitkomsten van dit programma weten de medewerkers die de matchings- en selectiegesprekken gaan voeren, dat ze met de student met een lagere slagingskans een intensiever gesprek moeten voeren dan met een student die het waarschijnlijk allemaal wel gaat halen. Wat gaat die student doen om zijn kansen te vergroten? Studievaardigheidscursussen volgen? Meer tijd in zijn studie stoppen dan aanvankelijk het plan was?”

Wubbels zegt niet te vrezen dat de kansberekeningen als botte selectiebijl gaan dienen. “Natuurlijk elk instrument wordt misbruikt, dat weet ik ook. Maar ik ga ervan uit dat mensen in een academische omgeving weten hoe ze hiermee moeten omgaan. Naast de cijfers blijft een klinische blik altijd belangrijk. Medewerkers die gesprekken met studenten voeren, weten dat het oordeel dat zij op basis van hun eigen kennis en ervaring vellen ook grote waarde heeft. Elke student heeft zijn eigen verhaal. We willen geen mensen op basis van een kansberekening afschrijven.”

Wubbels en Van der Heijden wijzen er bovendien op dat ook gedurende het eerste jaar en aan het begin van het tweede jaar de kansen van een student op studiesucces kunnen worden geschat. En dan blijkt een vijfde Osiris-variabele nog zwaarder te tellen dan de variabelen die al voor het begin van de studie bekend zijn, te weten: het aantal studiepunten dat een student in de loop van het eerste jaar haalt.

Wubbels: “Dat geeft nog veel meer zekerheid over de kans die studenten hebben hun opleiding succesvol en op tijd af te ronden. Ik verwacht daarom dat deze tool ook van pas komt bij de begeleiding van studenten in het eerste en tweede jaar van de studie.”

Van der Heijden klikt opnieuw naar het Excel-programma op zijn scherm om de woorden van Wubbels te verduidelijken: “De psychologiestudente die in haar eerste jaar alles haalt, heeft nog maar 11 procent kans om uit te vallen of langstudeerder te worden. Als je één van de acht vakken niet haalt dan wordt die kans al 35 procent, twee vakken niet halen, betekent liefst 70 procent kans.”

Als een terzijde merkt Van der Heijden op dat deze constateringen ook interessant zijn met het oog op de discussies over de hoogte van het bindend studieadvies. Studenten die precies voldoen aan de strengere universitaire eis en driekwart van de vakken (45 van de 60 studiepunten) in het eerste jaar halen, hebben toch een grote kans om te laat of niet af te studeren.

Inmiddels heeft Van der Heijden ook voor de faculteiten Geesteswetenschappen en Rebo analyses uitgevoerd. Om daadwerkelijk bruikbaar te zijn, moet zijn programma nog wel worden geüpdate. Wubbels: “De effecten van het bindend studieadvies en van de langstudeerboete zitten er nu bijvoorbeeld nog niet in.”

Op de langere termijn denken Wubbels en Van der Heijden met het instrument een nog scherper beeld te kunnen geven. Zij hopen dat dan ook geregistreerde gegevens vanuit de matchings- en selectieprocedure kunnen worden opgenomen in de kansberekening.

Beiden verwerpen de suggestie om het excelprogramma vrij beschikbaar te maken zodat elke student voor aanmelding bij de universiteit een zelftest kan uitvoeren. Van der Heijden: “Dat leidt tot selffulfilling prophecy’s en dat zou ik jammer vinden. Er kunnen best redenen zijn waarom onze kansberekening nou net niet opgaat voor een individueel geval. Dat moet ook steeds individueel worden beoordeeld.” Wubbels: “Ik zou nooit expliciet tegen een student zeggen dat zijn slagingskansen laag zijn. Je moet altijd hoge verwachtingen uitspreken, dat helpt als je prestaties wil verhogen.”

*DUB brengt deze week een papieren themamagazine uit dat geheel in het teken staat van motivatie en ambitie van studenten. Lees hier over deze speciale uitgave.

Facebook Twitter Whatsapp Mail