UU naar de tweede ronde voor het stempel oké

Body: 

Krijgt de Universiteit Utrecht het stempel ‘goedgekeurd’ als het gaat over de kwaliteitsbewaking van het onderwijs? Een onafhankelijke commissie keek dinsdag 17 januari naar de rol van het college van bestuur hierin. In februari komen de commissieleden terug voor nader onderzoek bij zes opleidingen, twee faculteiten en medezeggenschapsorganen.

Krijgt de Universiteit Utrecht het stempel ‘goedgekeurd’ als het gaat over de kwaliteitsbewaking van het onderwijs? Een onafhankelijke commissie keek dinsdag 17 januari naar de rol van het college van bestuur hierin. In februari komen de commissieleden terug voor nader onderzoek bij zes opleidingen, twee faculteiten en medezeggenschapsorganen.

De Universiteit Utrecht wordt voor het eerst onderworpen aan de zogeheten instellingstoets van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie. Wat houdt zo’n onderzoek in? Hoe belangrijk is die en waar kijkt de commissie naar? Marie-Jet Fennema van de Directie Onderwijs & Onderzoek legt uit.

Wat is een instellingstoets?
De instellingstoets meet of ons systeem werkt dat de onderwijskwaliteit op peil moet houden. Met andere woorden: hoe weet het college van bestuur of de vele opleidingen aan de kwaliteitsnorm voldoen die de universiteit nastreeft? En weten alle opleidingen aan welke onderwijsverwachtingen ze moeten voldoen?

Hoe wordt dat onderzocht?
Dat doet een onafhankelijke commissie van deskundigen van buiten de UU, die is samengesteld door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie, de NVAO. De commissieleden zoeken het antwoord op vijf vragen. (pdf)

1 Wat is de visie van de instelling op de kwaliteit van haar onderwijs?
2 Hoe wil de instelling deze visie realiseren?
3 Hoe meet de instelling in hoeverre de visie wordt gerealiseerd?
4 Hoe werkt de instelling aan verbetering?
5 Wie is waarvoor verantwoordelijk?

Er zijn drie antwoorden op elke vraag mogelijk: voldoet wel, voldoet niet, voldoet ten dele.

Wat is het voordeel van deze nieuwe toets?
Als de universiteit een voldoende krijgt, dan hoeven alle opleidingen niet meer zo uitgebreid onderzocht te worden zoals tot nog toe gebruikelijk was. Een accreditatiecommissie hoeft dan alleen nog te kijken naar de kernpunten van een opleiding. Dat scheelt de universiteit veel werk. Het krijgen van een accreditatie is belangrijk. Zonder deze accreditatie krijgt een instelling geen geld van de overheid en worden de diploma’s niet erkend.

Hoe komt de commissie aan haar informatie?
De commissieleden hebben allerhande informatie over de universiteit verzameld en de universiteit heeft een zelfstudie (pdf) gemaakt waar veel mensen lang aan hebben gewerkt. In de audit die 72 pagina's dik is, kwam bijvoorbeeld dat er binnen de universiteit meer bekendheid gegeven moest worden aan de visie op onderwijs of dat nieuwe onderwijsdirecteuren beter ingewerkt moesten worden omdat zij verantwoordelijk zijn voor de kwaliteitszorg van opleidingen. Een ander punt was bijvoorbeeld dat duidelijker moest worden wat er met evaluaties van cursussen wordt gedaan. En alle informatie moet worden teruggekoppeld naar het college van bestuur want bij de instellingstoets staat vooral de rol van het CvB centraal. Daartoe spraken de commissieleden dinsdag met bestuurders, onderwijsdirecteuren, de universiteitsraad en de universitaire bestuursdienst.

Wat doen ze verder?
Aan het einde van de dag vertelde de commissie waar ze ‘proefboringen’ wil houden. Hoewel de details nog niet bekend zijn, wil de commissie de bestuurlijke cyclus in de kwaliteitszorg toetsen bij de opleidingen Economie, Kunstgeschiedenis, Onderwijskunde en Farmaceutische Wetenschappen. Verder wil de commissie bij Taal en Cultuur Studies en een Bètaopleiding kijken naar de wijze waarop studenten worden begeleid in het keuzeproces en wil de commissie bij de faculteiten Geowetenschappen en Sociale Wetenschappen kijken hoe het personeelsbeleid is georganiseerd. Daarnaast wil de commissie informatie ontvangen over de internationalisering, de examencommissie en de overdracht in medezeggenschapsorganen als de faculteitsraden en universiteitsraad.

Wanneer weet de UU of ze oké is?
Na afloop van de proefboringen krijgen we een voorlopige uitslag. Maar daar mogen we geen rechten aan ontlenen. Ergens in het voorjaar verwachten we de definitieve uitslag.

En als we niet oké zijn?
Daar gaan we niet van uit, maar als er gebreken zijn, krijgen we eerst de tijd om die te repareren. Lukt dat niet dan gaat de Universiteit Utrecht onder een strenger regime vallen en worden alle opleidingen weer apart geaccrediteerd.

Wie zitten er eigenlijk in de auditcommissie?
De commissie wordt voorgezeten door prof. dr. Steven Lamberts (Erasmus Universiteit) en bestaat verder uit: prof dr. Ton van Haaften (Universiteit Leiden), prof. dr. M. Vervenne (Katholieke universiteit Leuven) en Thomas Ziehmer (student aan de Universiteit Twente). Projectcoördinator is dr. Stephan van Galen van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO).

Facebook Twitter Whatsapp Mail