Eerstejaars studenten mochten vorige week voor het eerst even naar De Uithof komen, maar zullen ook veel online studeren. Foto: DUB

UU-studenten snakken naar nieuw studieritme

Body: 

Studenten die door de dreiging van het coronavirus online college moeten volgen, hebben behoefte aan een duidelijke structuur in hun onderwijs en terugkerende activiteiten. Dat concluderen onderzoekers van het Freudenthal Instituut op basis van een groot onderzoek onder studenten van de Utrechtse bètafaculteit.

Read in English

Veel Utrechtse bètastudenten hadden dit voorjaar problemen bij het thuis studeren. Door het online onderwijs nam de concentratie en motivatie af. Meer dan 70 procent vond het ‘enigszins’ tot ‘zeer moeilijk’ om zich te blijven inzetten.

Toch zijn niet alle studenten negatief over het online onderwijs. Sommigen bloeiden op en waren positief over de flexibiliteit die de nieuwe manier van studeren biedt. Een zesde van alle studenten wil een deel of al het onderwijs graag online houden, sommigen uit angst voor het virus.

Dat blijkt uit de uitkomsten van een vragenlijst (pdf) die 1448 van de meer dan 6000 studenten van de Utrechtse faculteit Bètawetenschappen deze zomer invulden. Het onderzoek werd met facultaire financiering uitgevoerd onder leiding van universitair hoofddocent Arthur Bakker. Opleidingen en docenten van de bètafaculteit kunnen hun voordeel doen met de inzichten over hoe studenten het online onderwijs voor de zomer hebben ervaren.grafiek1bèta.jpgStuderen en chillen in één ruimte
Uit het onderzoek blijkt ook dat veel studenten geen geschikte ruimte hebben om thuis te studeren. Sommige studenten gingen om die reden weer bij hun ouders wonen. De meeste studenten merkten dat studie en privé moeilijk te scheiden waren. Bij ruim 80 procent was dit het geval, in bijna 40 procent van de gevallen zelfs in ernstige mate. Vier op de vijf respondenten meldden bovendien gemakkelijker te worden afgeleid tijdens het studeren.

Op de vraag wat zij als de grootste uitdaging beschouwden van het online studeren reageerden studenten bijvoorbeeld met “concentratie behouden als je de hele tijd naar een beeldscherm tuurt” of “leren, slapen en chillen allemaal in één ruimte”.

Verder gaven de deelnemende studenten aan dat ze minder contact hadden met studiegenoten (88 procent) en met vrienden (66 procent). Verreweg de meeste studenten (85,7 procent) misten de face-to-face-communicatie. Iets meer dan de helft van de studenten vond het noodzakelijk dat hun online onderwijs in het komende jaar verbetert.graf2studenten.jpg

Zoeken naar nieuwe routine
De onderzoekers schrijven dat de uitkomsten erop wijzen dat het studieritme van veel studenten ernstig was verstoord. Ze reisden niet langer naar de universiteit, zagen hun medestudenten niet en studeerden niet op een geschikte plek. Een student liet weten terug te verlangen naar het ritje naar huis vanaf de universiteit. Dan overdacht hij of zij steeds wat er die dag was gebeurd.

Dat studenten moeite hadden met de veranderingen in die dagelijkse routine blijkt ook uit enkele reacties op de vraag waar de universiteit op moet focussen als een terugkeer naar contactonderwijs weer mogelijk wordt: “Laat alles weer normaal worden als dat mogelijk is, alsjeblieft”, schreef een student. Een ander antwoordde: “Het ritme dat het mensen geeft. Ik snap dat niet alles door kan gaan, maar alle studenten op één moment (zelfs als is het om de week) voor een vak naar de universiteit laten komen, zou ik al geweldig vinden.”

Studenten die online moeten studeren, zijn op zoek naar een nieuwe manier van werken waar ze zich prettig bij voelen, concluderen de onderzoekers. Docenten en opleidingen zouden daarbij een helpende hand kunnen bieden. Voor sommige bèta-opleidingen is dat nu waarschijnlijk wat gemakkelijker omdat er weer practica en soms ook werkgroepen kunnen plaatsvinden op de universiteit. Andere opleidingen zullen daar mogelijk meer aandacht aan moeten besteden. Hun studenten zitten nog steeds in dezelfde situatie.

Vragen hoe het gaat
De onderzoekers noemen enkele zaken waarmee docenten het online onderwijs kunnen verbeteren. Zo zouden ze vaker kunnen informeren hoe het met hun studenten gaat en of het studeren een beetje wil lukken. Een minderheid van de studenten vindt dat docenten dat de afgelopen maanden vaker deden dan voorheen, blijkt uit het onderzoek.

Ook zouden docenten wellicht meer kunnen doen om de samenwerking tussen studenten en het communitygevoel te bevorderen, stellen de onderzoekers voor. De meeste studenten uitten zich in het onderzoek neutraal over de mate waarin docenten zich inspanden om de betrokkenheid bij het online vak te vergroten.

Docenten zouden tenslotte ook kunnen kijken naar online onderwijsvormen waar studenten de voorkeur aan geven. Vooral live hoorcolleges, live groepsdiscussies, gezamenlijke opdrachten en quizzen vergroten de betrokkenheid bij het onderwijs, denken de deelnemende studenten.

Weinig gebruik gemaakt van hulp
Opvallend is ten slotte dat respondenten erg weinig gebruik maakten van alles wat de UU als instelling aanbiedt om te helpen bij het online studeren. Van de verschillende UU-initiatieven die de onderzoekers in de vragenlijst noemden, werd het contact met de tutor of psycholoog slechts door 11 procent aangevinkt. Voor de digitale studiegroepen, online trainingen en webinars over studeren en online training voor persoonlijke problemen meldden slecht enkelen zich aan.

Tegelijkertijd stelde een deel van de ondervraagden wel degelijk interesse te hebben in online studiegroepen. Ook overwogen meerdere studenten in de afgelopen periode om hulp te zoeken, maar praktische obstakels, schaamte en twijfel aan de effectiviteit van het aanbod stonden dit volgens hen in de weg.

De uitkomsten van het onderzoek van de Freudenthal-medewerkers vertonen gelijkenissen met de resultaten van eerdere enquêtes onder Utrechtse studenten. Die hadden overigens behoorlijk wat minder respondenten.

Het Utrechtse deel van een landelijk onderzoek van universiteits- en hogeschoolmedia wees uit dat het thuiswerken leidde tot mentale problemen bij studenten die het studeren in de weg stonden. Ze willen graag zo snel mogelijk weer terug naar de universiteit.

De UU vroeg zelf na blok 3 van het vorig studiejaar studenten naar hun bevindingen. Ook in dat onderzoek onder 666 studenten, voornamelijk van het UCU en Diergeneeskunde, wordt melding gemaakt van concentratie- en motivatie problemen en een gebrek aan contact met studiegenoten en docenten.

Uit een groot landelijk onderzoek van studentenbond ISO en ResearchNed bleek dat studenten zich vooral veel zorgen maken over studievertraging. Die angst kwam ook in het onderzoek onder de Utrechtse bètastudenten naar voren.

Overigens spreken studenten in alle onderzoeken wel hun waardering uit voor de inspanningen van docenten en opleidingen om de kwaliteit van het onderwijs op peil te houden. Veel studenten zeggen ook tevreden te zijn over het vervangende onderwijs.

In een artikel in de Volkskrant gaf een woordvoerder van de UU vorige week desalniettemin eerlijk toe dat de universiteit niet bij alle cursussen kan garanderen dat de kwaliteit even hoog is als in de tijd voor corona. “Interactie heeft een grote meerwaarde voor ons onderwijs.”

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail