Maarten van Ooijen, foto Gemeente Utrecht , Jeroen van der Meyde

Van student B&O naar wethouder Utrecht

Body: 

Een carrière kan snel gaan. Oud-bestuurskundestudent Maarten van Ooijen (28) studeerde drie jaar geleden af en is sinds afgelopen zomer wethouder in Utrecht. "Ik voel me een afspiegeling van de jonge mensen in deze stad."

De vorige keer was een interview sneller geregeld. Van Ooijen was raadslid namens de ChristenUnie en zat ook nog in de studiebanken van de Universiteit Utrecht. Een tweet, een afspraak en een week later het interview. Nu reageert hij ook direct, maar met de boodschap om de afspraak via zijn secretaresse te maken. Pardon?

"Haha, tsja, excusez, ik moet soms ook nog ff wennen."

Enkele weken later begeleidt een gastvrouw de interviewer keurig naar de twintigste verdieping van het stadskantoor, waar Van Ooijens secretaresse koffie serveert. Het gesprek vindt plaats in een enorme werkkamer met grote blankenhouten vergadertafel, onder het toeziend oog van een voorlichter die noteert wat er gezegd wordt. In deze ruimte wil Van Ooijen zo min mogelijk zijn.

Waarom?
“Ik wil veel op pad, echt de stad induiken. En met écht, bedoel ik dat ik mensen tijdens werkbezoeken ook wil prikkelen. Ik ga niet alleen een uur zitten knikken van: nou, nou, interessant zeg, poehpoeh, bijzonder. Nee, ik wil stoeien in een gesprek, ik ben echt bezig met de mensen. Ik vraag door, denk mee. Vraag of ze aan bepaalde problemen hebben gedacht, of hoe ze een initiatief willen financieren. Op werkbezoeken geef ik mezelf voor de volle 100 procent.”

Wanneer heb je voor het laatst gestoeid?
“Onlangs was er een bijeenkomst over allemaal bewonersinitiatieven. Met heel veel mensen die zeggen: we gaan in Kanaleneiland Noord, Sterrenwijk of Lunetten zelf de zorg voor elkaar organiseren. We hebben die professionals helemaal niet meer nodig. De kracht van bewoners waardeer ik enorm en wil ik ondersteunen. Tegelijkertijd willen ze sneller gaan dan de wind. Daarom zei ik ook: ‘Doe nou niet te eigenwijs en denk nou niet dat je de professionals niet meer nodig hebt’. Veel mensen kennen mij nog als raadslid en denken: ‘Hij vindt sociale initiatieven belangrijk, dus zet die subsidiekraan maar open!’ Dat moet ik dan even nuanceren. Het is niet zo dat ik een geldplantje heb. Die boodschap verkondig ik direct, die stel ik niet uit. Dat levert dus boeiende gesprekken op.”

Hoe reageren mensen?

“Die stoeien mee. Dat vinden ze ook leuk. Wat ik dan wel weer heel vriendelijk vond: een man die wat scherper uit de hoek kwam, zei aan het einde van de sessie: ‘En toch heb ik vertrouwen in deze wethouder’. Ik geniet van zo’n opmerking, haal er steun uit.”

Moet je je in Utrecht bewijzen als broekie-bestuurder?
“Daar kan ik geen nee op zeggen en dat realiseerde ik me in het begin al. Toen ik aantrad dacht ik: nú moet het gebeuren. Ik heb heel bewust mijn eerste stappen overwogen en gezet. Ineens had ik een enorme verantwoordelijkheid, ook als er iets mis zou gaan. Ik zat scherp in de wedstrijd. Alle vragen van raadsleden wilde ik goed kunnen beantwoorden. Je kunt niet zeggen: ‘Sorry, maar ik zit in mijn inwerkperiode’. Nu begin ik zo langzamerhand de grote lijnen te zien en ben ik iets minder op mijn hoede. Relaxter. Ik ga elke dag fluitend naar mijn werk. Letterlijk. Dat had ik in het begin niet gedacht.”

Waarom niet?
“Ik moest erg wennen. Als raadslid was ik altijd de wethouder aan het bevragen. Mijn dossierkennis hoefde dan niet 100 procent te zijn, als de richting maar goed was. Dan was het vervolgens de wethouder die nuanceerde en uitleg gaf. Nu ben ik zelf de wethouder en moet alles wat ik zeg helemaal kloppen. En moet ik meer luisteren dan voorheen. Wat vinden raadsleden belangrijk? Wat zijn hun wensen? Inderdaad, ik moest mijn bevlogenheid een beetje temperen. Maar ik heb altijd gezegd dat spreken zilver is en luisteren goud.”

Op de gemeentewebsite staat een gelikte quote. ‘Ik wil voor mensen in grote en in kleine zaken het verschil maken.’ Hoe doe je dat?
“Door ook op details te letten. Een tijdje geleden sprak ik over de toegankelijkheid van horecagelegenheden voor mensen met een beperking. Dat zit in kleine dingen. Een drempel bij de ingang van een restaurant die te hoog is. Dat maakt echt een verschil voor mensen. Dan ga ik daar dus achteraan: hoezo ligt die drempel daar? Ambtenaren zullen vast wel eens denken: ‘Mijn hemel, waar stuurt hij op?’ Maar met die details wil ik het verschil maken. Het zou toch treurig zijn als ik straks terugkijk op vier jaar ‘wethouder Van Ooijen’ en ik denk: ik heb heel veel stelseldiscussies gevoerd, maar in de praktijk is er helemaal niets veranderd.”

Dat vergt tact, geduld, slimheid. Heb jij bij Bestuurskunde genoeg bagage gekregen om hier mee te dealen?
“Ik denk niet dat een bestuurskunde-opleiding je kan voorbereiden op een wethouderschap. Maar, en dat zullen mijn docenten nog leuk vinden als ze dit lezen, ik heb wel veel geleerd wat ik in de praktijk toepas. Zo zijn veel gemeenten gewend om te werken met prestatieafspraken. Voorbeeld: ik zeg tegen de Buurtteams: dat jullie over twee jaar een x-aantal cliënten hebben bereikt en dat zij jullie een 7,5 als cijfer geven. En als ze dat niet halen, dan vraag ik na twee jaar: ‘Hoe kan dat?’. Het is een beperkte manier van bestuurskundig denken, die bij overheden terechtgekomen is. Zo werkt het niet. Je kunt iemand wel iets opleggen, maar wie garandeert dat het afgesproken doel wordt behaald? Niemand. Het moet veel meer over partnerschap gaan, dat je samen iets wilt veranderen. Als een coproductie. Dit gedachtegoed heb ik aan mijn opleiding te danken.” 

Je bent ook wethouder sport. In die hoedanigheid kom je ook op De Uithof. Onlangs sprak je met studentensportverenigingen. Wat verlangen zij van je?
“Veel verenigingen hebben wachtlijsten en willen graag uitbreiden. Dat weet ik en dat nemen we ook mee in de omgevingsvisie van het Science Park. Tegelijkertijd zie ik in de stad nog accommodaties met ruimte, waar studentenverenigingen wellicht gebruik van kunnen maken. Ik wil graag samenwerking met burgersportverenigingen stimuleren. Er is veel mogelijk: elkaars vrijwilligersnetwerk gebruiken, samen toernooien opzetten. We kijken nu of we daar een structuurtje voor kunnen bedenken.”

Vroegen de studentensportverenigingen ook om subsidie?
“Natuurlijk. En dan is mijn antwoord: Nee. We werken sowieso nauwelijks meer met subsidie. Bovendien zijn studentensportverenigingen primair voor studenten en dus niet voor alle Utrechters.”

Dacht je daar als student anders over?
“Oh, misschien zal ik best wel eens gedacht hebben dat de gemeente wel mee kan betalen. Maar als raadslid deelde ik mijn huidige mening ook al. Mijn voorganger dacht er ook zo over en ik zie niet dat het de komende jaren anders zal zijn. Studentensport is primair voor studenten, dus is het logisch dat de Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht de grootste verantwoordelijkheid hebben.”

Staan studenten nog dicht bij je?
“Het is niet zo dat ik elke dag met studenten te maken heb, maar ik voel me wel een vertegenwoordiger van een generatie. Een afspiegeling van de jonge mensen in de stad Utrecht en van hoe zij in het leven staan.”

Hoe staan zij in het leven?
“Ik zie een grote bereidheid om zelf iets in te leveren voor de ander. Een stap zetten in je eigen leven, waardoor je het leven van de ander ook iets aangenamer maakt. Vaak wordt mijn generatie neergezet als mensen die alleen maar met zichzelf bezig zijn. Met hun telefoontje, hun eigen carrière. Ik zie dat niet zo. Inderdaad, wij zijn zelfbewust. Maar het is niet alleen de ‘Ik vooruit B.V.’, jongeren vragen zich ook af hoe zij hun leven betekenisvol voor een ander kunnen laten zijn. Neem de stichting Buddy to Buddy, waar een paar Utrechtse studentes bij betrokken zijn. Ik kwam ze tegen op een borrel. Zij verbinden jongeren aan statushouders, om de taal te leren en vriendschappen te sluiten. Bij die dames voelde ik dezelfde bevlogenheid die mij de politiek in heeft getrokken.” 

Hoe hou jij je eigen jeugdigheid vast?
“Ik heb niet per se als doel om mijn jeugdigheid vast te houden, er gebeurt wat er gebeurt. Het is niet dat ik denk: ik wil koste wat kost altijd maar mijn ‘jonge-honden-stijl’ vast blijven houden. Als ik maar dicht bij mezelf blijf.”  

Maarten van Ooijen studeerde tussen 2009 en 2015 aan de Universiteit Utrecht. Hij deed de bachelor en daarna de master bij Bestuurs- & Organisatiewetenschap. Hij was al langere tijd pollitiek actief. Tussen 2012 en 2014 was hij de landelijke voorzitter van Perspectief, de jongerenorganisatie van de ChristenUnie. Van 2011 tot 2014 was hij fractiemedewerker voor de CU in Utrecht en daarna was hij ruim vier jaar lang gemeenteraadslid van deze partij in Utrecht. In juni 2018 trad hij toe tot het college van Burgemeester & Wethouders. Als wethouder is hij verantwoordelijk voor maatschappelijke ondersteuning, welzijn, asiel en integratie, sport en de wijk Vleuten-De Meern.
Facebook Twitter Whatsapp Mail