Van studie biologie naar het publiceren van een dichtbundel

Body: 

“Waarom werken micro-organismen zo goed samen, maar mensen niet?” Alumna Tuvit Shlomi vertaalt haar fascinatie voor biologische processen naar poëzie in haar debuutdichtbundel Avond Malen.

“Waarom werken micro-organismen zo goed samen, maar mensen niet?” Alumna Tuvit Shlomi vertaalt haar fascinatie voor biologische processen naar poëzie in haar debuutdichtbundel Avond Malen.

Shlomi (1980) behaalde haar bachelor biologie aan de Universiteit Utrecht in 2003 en publiceerde onlangs een dichtbundel bij Prometheus. Tegenwoordig woont ze in Israël, haar vaderland, en werkt ze voor het CIDI, Center for Information and Documentation Israël. Het contact loopt dan ook via een mailwisseling. De combinatie biologie en poëzie is verrassend. Biologie staat als bètawetenschap toch enorm ver van kunst?

“Hoewel ik niets meer biologie doe, is biologie altijd het uitgangspunt voor me geweest. De vragen die je je in het lab stelt, kan je ook stellen over het leven buiten het lab. Waarom werken micro-organismen zo goed samen maar mensen niet?”

De combinatie bioloog-dichter is niet uniek. De bekende Nederlandse dichter Leo Vroman (1915) studeerde biologie in Utrecht, publiceerde meer dan vijftig dichtbundels en heeft vele literaire prijzen gewonnen. In zijn literaire werk zijn poëzie verweven met wetenschap, zoals in de titel van zijn eerste gedicht van de reeks “De mens bestaat (a) uit cellen” al duidelijk naar voren komt.

Niet alleen haar studie biologie heeft invloed gehad op Shlomi’s poëzie, maar ook haar Joodse cultuur, waarin eten heel belangrijk is. Daarom heeft de gedichtenbundel de vorm van een menukaart. De gedichten worden opgediend in zes gangen.

“De vragen waar ik mee zit en de observaties die ik doe zijn een soort van voedsel voor de ziel. In mijn cultuur heeft elke feestdag zijn eigen eten. Dat eten staat zelden op zich: eigenlijk eet je altijd een gedachte. Bijvoorbeeld bij Pesach, het feest waarbij we herinneren dat ons volk veroordeeld was tot slavernij in Egypte.”

In Avond Malen wilde de dichteres de wisselwerking tussen eten en gedachten tot uiting brengen. Het is een bundel van lichtvoetige, toegankelijke poëzie over liefde, conflict, verlangen, en alledaagse zaken zoals de soorten brood. Het is poëzie die je tot nadenken aanzet, zonder al te moeilijk te zijn. Humoristische gedichten worden afgewisseld met schijnbaar eenvoudige observaties. Het gedicht ‘Ver weg’, bijvoorbeeld: ‘Daar aan de kust wonen mensen/ met bootjes die nooit aan ons denken/ en toch leven ze’.

Wanneer een gedicht een zwaardere toon lijkt te krijgen, volgt er eentje dat bijna een anekdote lijkt, zoals ‘Psychologe’, een gesprek met de psycholoog dat nergens toe lijkt te leiden. Je zou zelfs kunnen zeggen dat Shlomi de grenzen van poëzie opzoekt. Wanneer is iets poëzie, wanneer is iets zomaar een tekst, een tweet, of kan het gewone misschien ook kunst zijn?

Haar sterkste gedichten zijn de observaties en overpeinzingen die genoeg ruimte laten om er een eigen draai er aan te geven. Aangrijpend is het gedicht ‘De laatste doet het licht uit’. Onderaan het gedicht staat: ‘Bij de begrafenis van de laatste joodse inwoonster van Borculo’.

De gedichten in Avond Malen heeft Shlomi vrijwel allemaal geschreven tijdens haar studie biologie. De laatste jaren heeft de Joodse dichteres veel minder geschreven.

“Deels door mijn verhuizing naar Israël maar ook doordat ik me zo vol voelde als een prullenbak. Nu is dit weg. Ik kom naar Nederland om op te treden en voor te dragen. Ik heb veel nieuwer werk maar dit moest er eerst uit, als een klont in mijn strot. Na deze periode komt er hopelijk ruimte voor iets nieuws.”

Shlomi geeft 4 april een voordracht in ’t Hoogt tijdens de première-avond van de film Fill the Void.

Facebook Twitter Whatsapp Mail