Foto: DUB Maarten Hartman

Veritas: ‘Het alcoholvrije bier wordt steeds populairder’

Body: 

Het studentenleven moet af van haar drankcultuur, vindt het ministerie van Volksgezondheid. Maar hoe zorg je dat studenten hun biertje laten staan? Het is een vraag waar studentenverenigingen mee worstelen. “Elke organisatie die alcohol schenkt draagt een verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd hebben meerderjarigen ook een eigen verantwoordelijkheid.”

Ongeveer 18 procent van alle Nederlanders drinkt te veel alcohol, blijkt uit cijfers van het ministerie van Volksgezondheid. Met name jongvolwassenen drinken vaak ‘zwaar’ of ‘overmatig’ (zie kader voor toelichting). En daar moet verandering in komen, staat in het in november gepresenteerde Nationaal Preventieakkoord. Vooral onder studenten zou ‘veel gezondheidswinst te halen zijn’ als ‘overmatig en zwaar alcoholgebruik een minder vanzelfsprekend onderdeel van het studentenleven wordt’. Daarom wil het ministerie dat het percentage studenten dat overmatig of zwaar drinkt in 2040 gehalveerd is.

Een uitdaging, volgens de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV) die meedacht over de inhoud van het document. De vrijheid om te experimenteren met alcohol hoort in de ogen van veel studenten bij de levensfase. Veel drinken wordt afgedaan als ‘iets tijdelijks’ en ‘een onderdeel van het studentenleven’, ziet ook Martha de Jonge, projectleider studenten en middelengebruik bij het Trimbos-instituut. Zo is er bijvoorbeeld de wijdverspreide mythe dat woordenboek Van Dale ooit zou hebben gesteld dat een student geen alcoholist kan zijn. Een verhaal dat niet klopt, benadrukt De Jonge. 

Eén glaasje, een paar glazen of niets?
Maar niet alleen studenten worstelen met de vraag wat 'veel drinken' is. Zo hadden ook de gesprekspartners van het Preventieakkoord niet allemaal hetzelfde idee over wat ‘normaal alcoholgebruik’ is, vertellen Iris van Noort en Meike Kievits van de LKvV. Meike: “De één zei dat je helemaal niet moest drinken, de ander vond dat twee glaasjes in de week moest kunnen en weer een ander vond dat een aantal glazen in het weekend geen probleem moest zijn.” Iris: “Wat we hebben gemerkt is dat er een verschil zit tussen wanneer studenten vinden dat zij te veel drinken en wanneer de maatschappij dat vindt. In onze omgeving vinden mensen dat je pas problematisch drinkt als je niet meer in staat bent om je studiepunten te halen of om je sociale contacten te onderhouden.”

Studenten zijn volgens de definitie bijna allemaal zware drinkers, reageert Martha de Jonge van het Trimbos. “Maar je ziet wel dat zij maar een beperkte periode veel drinken en na hun studie hun alcoholgebruik snel terugschroeven. Toch zie je ook dat hoogopgeleiden meer blijven drinken dan andere groepen en het ook normaler vinden dat alcohol bij de studentencultuur hoort. Ze zeggen: ‘Ik zoop ook zoveel en mij heeft het geen kwaad gedaan’. Maar je weet niet wat de gevolgen zijn geweest. Waar je had kunnen komen als je minder had gedronken.”

Problematisch drinken valt op binnen vereniging
Mede daarom vond de Landelijke Kamer van Vereniging het belangrijk om aan te schuiven bij de gesprekken over het Preventieakkoord. Want dat de ‘het studentenleven zich altijd al getypeerd heeft door een drankcultuur’, betekent niet dat het niet misschien anders kan. Meike: “We wilden meedenken over de vraag hoe we ernstig drankgebruik kunnen voorkomen.” Niet dat er op dat vlak nog niets gebeurt, benadrukt de LKvV die 47 gezelligheidsverenigingen vertegenwoordigt. Meike: “Je ziet bijvoorbeeld al dat iemand wordt aangesproken als hij vaak dronken op de vereniging is of juist opeens niet meer komt.” Iris: “Bij studentenverenigingen is er wat dat betreft meer sociale controle dan bij een willekeurige kroeg in de stad. Daar valt het niet op als je vaak dronken bent en zal er zeker geen gesprekje met je gevoerd worden over de vraag of het wel goed met je gaat.”

Het bestuur van gezelligheidsvereniging C.S. Veritas, herkent dat beeld: “Sociale controle speelt inderdaad een grote rol binnen het verenigingsleven. Doordat mensen elkaar goed kennen, zijn ze geneigd op elkaar te letten en elkaar te beschermen. Dit vinden wij, in vergelijking met reguliere uitgaansgelegenheden, een groot voordeel van studentenverenigingen. Daarnaast dragen wij als studentenvereniging natuurlijk, net zoals elke andere organisatie die alcohol schenkt, verantwoordelijkheid voor het stimuleren van verantwoord alcoholgebruik. Daarom hebben we alcoholvrij bier op de tap, zijn er elke avond bestuursleden nuchter en volgen alle eerstejaars de Instructie Verantwoord Alcohol schenken. Tegelijkertijd mag niet vergeten worden dat er op Veritas alleen meerderjarigen welkom zijn en zij dus ook een eigen verantwoordelijkheid hebben.”

Vereniging kan prikkel zijn om veel te drinken
Martha de Jonge van Trimbos begrijpt de gedachtegang. “Als een goede vriend problematisch drinkt, dan zal dat je inderdaad eerder opvallen dan bij iemand anders. Maar de vraag is dan wat je ermee doet als je dat merkt. Het is nogal wat om iemand aan te spreken op zijn alcoholgebruik. Ook professionals die met studenten werken vinden het moeilijk om dat thema aan te snijden.”

“Daarnaast”, vervolgt De Jonge, “kan de cultuur van een studentenvereniging ook juist een prikkel zijn om te drinken. Het samenzijn met elkaar. Via zowel studenten als professionals hoor ik verhalen over hoeveel er wordt gedronken en hoe normaal dat is. Studenten worden niet gedwongen om te drinken, maar zeg als eerstejaars maar eens ‘nee’ als een ouderejaars je bier aanbiedt. Nieuwe verenigingsleden zijn jong en beïnvloedbaar. Ze zijn in een nieuwe stad gaan wonen en moeten in zekere zin opnieuw beginnen. Het maken van vrienden is daarbij belangrijk. Dus al ouderejaars een bepaalde norm uitdragen – dat veel drinken normaal is – dan ga je daarin mee. Het is moeilijk om ‘nee’ te zeggen, omdat je jezelf dan meteen afzet tegen de groep.”

Dat blijkt ook uit het verhaal van Thomas dat eerder op DUB werd gepubliceerd. Hij kampte tijdens zijn studie met een alcoholverslaving zonder dat het op de studentenvereniging of door zijn huisgenoten werd opgemerkt. Hij zegt in het artikel: “Op de vereniging grappen wij altijd over eerstejaars: dat ze nog niet kunnen zuipen. Na een paar maanden krijgen ze een alcoholtolerantie en kunnen ze het wel. Dat was bij mij ook zo. Drinken was lekker en het moest kunnen, maar ik had onderhand zo’n tolerantie opgebouwd dat ik kon blijven drinken zonder echt dronken te worden. Tegen het einde van mijn tweede jaar dronk ik echt problematisch veel. Ik zat toen op ongeveer een fles sterk en een krat pils dagelijks. Op de vereniging drinkt iedereen veel dus valt het niet op. Dat mijn tempo hoger lag, vond de rest juist lekker studentikoos.”

Het zijn verhalen waar Meike en Iris van de Landelijke Kamer van Verenigingen van schrikken. Iris: “Heel heftig om te horen. Gelukkig hebben we nog niet vaak dat soort gevallen meegemaakt.” Toch moet er in de ‘Instructie Verantwoord Alcohol schenken’ die veel eerstejaars verenigingsleden volgen meer aandacht komen voor de sociale kant van alcoholgebruik. Dat is onder andere de conclusie van de gesprekken over het Preventieakkoord.

Voorlichting studenten moet met de tijd mee
Meike: “De instructie gaat nu vooral over de wetgeving rondom alcohol. Bijvoorbeeld dat je geen alcohol mag schenken aan minderjarigen. Dan krijgen studenten een filmpje te zien met de vraag: ‘Zou je deze persoon alcohol schenken? En waarom wel of niet?’. Maar bij de meeste verenigingen is drinken onder de 18 helemaal geen probleem, omdat 17-jarigen niet lid mogen worden of omdat er een lijst achter de bar hangt met foto’s van iedereen die jonger dan 18 is.”

“Daarom willen we de instructie veranderen en aandacht besteden aan vragen zoals: ‘Hoe ga je om met het feit dat er alcohol is op de vereniging?’. We zien de instructie als een kans om bewustzijn te creëren.” Iris: “Hoe eerder dat bewustzijn groeit, hoe beter. Maar veel leden beseffen zich dat al wel door het strengere onderwijsklimaat. Je moet lenen voor je studie, dus wil je het halen. Elk tentamen waarvoor je zakt kost geld. Je ziet daardoor dat studenten serieuzer zijn geworden. Als ik mijn jaarclubgenoten in de tentamenperiode vraag of ze zin hebben om een drankje te drinken, dan krijg ik terug: ‘Nee, we moeten morgen weer naar de UB’.”

“Ook veel gezelligheidsverenigingen spelen daar op in”, vervolgt Iris. “Zij doen dat bijvoorbeeld door alcoholvrije borrels te organiseren tijdens tentamenperiodes. Of door de standaard doordeweekse borrelavonden te verschuiven richting het weekend. Dat zijn ontwikkelingen die wij aanmoedigen.” Dat de houding van studenten ten aanzien van alcohol lijkt te veranderen, merken ze ook bij Veritas. “Het alcoholvrije bier wordt steeds populairder”, vertellen de bestuursleden van de vereniging. “De aandacht voor een gezonde leefstijl, zowel op het gebied van voeding als op het gebied van drankgebruik, wint aan terrein.” Maar ze benadrukken ook dat de komende jaren moeten uitwijzen of er daadwerkelijk sprake is van een verschuiving. Iris: “Verenigingen zijn niet zo conservatief als soms gedacht wordt.”

Wat is problematisch drinken?
Bijna 9 procent van de Nederlanders ouder dan 18 jaar drinkt overmatig, volgens het Nationaal Preventieakkoord. Overmatig drinken betekent volgens de opstellers van het document dat een vrouw meer dan veertien glazen alcohol per week drinkt of een man meer dan 21 glazen. Nog eens bijna 9 procent van de Nederlanders is zware drinker. Dit betekent dat een vrouw minstens één keer in de week een gelegenheid heeft waarbij zij vier of meer glazen alcohol nuttigt. Bij mannen gaat dit om minimaal zes glazen per gelegenheid. Onder jongvolwassen komt ‘bingedrinken’ voor. Hierbij wordt minimaal één keer in de maand vijf glazen alcohol gedronken op één avond.
Facebook Twitter Whatsapp Mail