Studenten komen met voorstellen

Wandelingen en kunstwerken in UU-gebouwen moeten slavernijverleden bespreekbaar maken

Slavernij-2023 Foto: DUB
Betrokkenen bij het rapport vlnr: Ying Que, Rahel, Luna, Merel, Danthe, Sarah, Miranda, Alberto, Remco en Migaisa. Foto's: DUB

Misschien dat enkele studenten in de Universiteitsbibliotheek aan De Drift weten dat dat pand ooit van de Franse koning Lodewijk Napoleon is geweest. Dat wordt tijdens rondleidingen in de bieb nog wel eens verteld. Maar het verhaal van een andere voormalige bewoner zullen ze zeker niet kennen.

Dan gaat het om Sitie. Zij werd eind 18de eeuw door de koning van Bone, een koninkrijk in het huidige Zuid-Sulawesi, cadeau gedaan aan de gouverneur van Makassar en Ceylon Joan Gideon Loten. De vrouw behoorde lange tijd tot diens huishouden in het gebouw aan de Drift.

Voor student Taal- & Cultuurstudies Merel Hermans en student Geschiedenis Danthe Franken is het een treffend voorbeeld van de onwetendheid binnen de universitaire gemeenschap. En dat terwijl het slavernijverleden dus zo’n beetje op de stoep ligt.

Danthe: “Dat was zelfs voor mij wel een eyeopener. Wij zijn studenten Geesteswetenschappen en zeer geïnteresseerd in dit soort dingen. Maar ook wij hebben geen idee van wat zich heeft afgespeeld in de gebouwen waarin we elke dag rondlopen en vele uren doorbrengen.”

Universiteit profiteerde
De universiteit besloot vorig jaar dat er binnen alle faculteiten onderzoek gedaan moest worden naar de banden van de Utrechtse universiteit met het slavernij- en koloniale verleden. Dat gebeurde nadat een rapport over het slavernijverleden van de stad Utrecht uitwees dat ook de universiteit en haar hoogleraren profiteerden van de uitbuiting.

Samen met drie medestudenten (Alberto Simarro Correa, Luna Verbaas en Sarah Guest) meldden Merel en Danthe zich voor een project waarbij ze gedurende één onderwijsblok van tien weken onderzochten hoe de faculteit Geesteswetenschappen zich het best kan verantwoorden voor haar eigen slavernijverleden en haar studenten bewust kan maken van dat verleden. Afgelopen maandag presenteerden de studenten hun aanbevelingen (pdf) in een van de gebouwen aan De Drift.

Uitwisseling van kennis door te wandelen
Een voorstel om wandeltochten langs de universitaire gebouwen aan De Drift en het Janskerkhof te organiseren voor studenten en medewerkers lijkt het meest concreet. De slavernijwandelingen die de Utrechtse cultuurhistoricus Nancy Jouwe met het team van het project Sporen van Slavernij elders in de stad organiseert, kunnen daarbij als voorbeeld dienen.

Merel: “Dat lijkt ons een laagdrempelige manier om studenten, bijvoorbeeld tijdens open dagen of introducties, bewust te maken van die geschiedenis. De gedachte is dat tijdens zo’n wandeling zowel de gids als de wandelaars hun verhalen delen, er is sprake van wederzijdse participatie. Omdat je samen iets doet, kan zo’n wandeling een goede conversation starter zijn. Op deze manier vindt een uitwisseling plaats die verder gaat dan de geschiedenis van de gebouwen zelf.”

De wandelingen zouden eventueel aangevuld kunnen worden met QR-codes in gebouwen of routeboekjes waarmee de informatie is op te zoeken. Daarnaast stellen de studenten voor om te onderzoeken of door middel van kunstwerken of video-installaties, bijvoorbeeld in de hal van de UB of in de fietsenstalling, het slavernijverleden van de UU kan worden belicht.

Slavernij- Drift-2023 Foto: DUB

Een tafel op De Drift
Een ander initiatief dat kans van slagen lijkt te hebben, is een zogenaamde Keti Koti-tafel op de Drift of op het Janskerkhof. Daarover hebben de studenten contact gehad met verschillende organisaties. De bedoeling is dan dat er in een van de volgende jaren op 1 juli – de dag dat de afschaffing van de slavernij gevierd wordt - een lange tafel op De Drift komt te staan. Honderd mensen zullen dan samen eten en samen het gesprek aangaan over een bepaald thema. Een koor zingt liederen die slaafgemaakten aan elkaar hebben doorgegeven en er worden verschillende rituelen uitgevoerd.

Om het bewustzijn van studenten en medewerkers over het slavernijverleden te vergroten hopen de vijf studenten ten slotte ook dat de studentenverenigingen en -organisaties activiteiten gaan organiseren. De studievereniging van geschiedenis UHSK heeft al aangegeven daarin geïnteresseerd te zijn. Die vereniging organiseert nu ook al de jaarlijkse Holocaust Memorial Day.

Danthe: “We merkten dat heel veel studenten – en ook medewerkers – het erg interessant vinden wat we aan het doen waren. De belangstelling voor het thema is er dus echt. Hopelijk willen meer verenigingen hiermee aan de slag.”

Noodzaak tot diepgaande veranderingen
Maar de universiteit zou volgens de vijf niet alleen studenten moeten voorlichten en in aanraking brengen met het universitaire slavernijverleden, maar ook iets moeten doen aan de ongelijkheid die veel nakomelingen van slaafgemaakten nog steeds ervaren. Ze komen daarom met voorstellen om studiebeurzen beschikbaar te stellen voor deze groep.

Ook zou de UU zich, nog meer dan nu al gebeurt, moeten inzetten om barrières die deze groep in het basis- en voortgezet onderwijs ondervinden weg te nemen. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan meer voorlichting geven over wat een universiteit is en doet. Verder zou ook in het universitaire curriculum meer aandacht moeten komen voor vakken waarin wordt gereflecteerd op het eigen slavernijverleden van de universiteit. Een UU-werkgroep heeft daar aanzetten toe gegeven.

Slavernij-discussie-2023 Foto: DUB

Safe spaces
De vijf benadrukken in hun rapport dat alle veranderingen niet cosmetisch en oppervlakkig moeten blijven. Er moet een structurele verandering van het universitaire systeem en de universitaire cultuur komen. Wat de studenten betreft, komt er een commissie die erop gaat toezien dat de universiteit zich daar werkelijk voor openstelt. Ook zouden er safe spaces moeten komen waar studenten die pleiten voor dergelijke vergaande aanpassingen zich durven uit te spreken.

De vraag is dan wat we ons concreet moeten voorstellen bij dergelijke veilige ruimten. In universitaire kringen is het concept zeker niet onomstreden, zo wordt gezegd dat kritiek geven en krijgen nu eenmaal onderdeel moeten zijn van het academisch debat.

De twee studenten zeggen daarover: “De invulling daarvan laten we graag over aan de mensen die hier behoefte aan hebben. We willen liever niet voor hen spreken.”

De vijf studenten vinden het sowieso jammer dat ze allemaal wit zijn en dat er geen student aan het project deelnam die zelf uit een familie afkomstig is die te maken heeft gehad met koloniale exploitatie. Daarom hebben ze zich in grote mate laten leiden door hun gesprekken met vertegenwoordigers van de verschillende belangengroeperingen vanuit de Afro-Caribische en de Zuidoost-Aziatische gemeenschap in Utrecht. Dat past ook bij de opzet van dit zogeheten Community Engaged Learning-project, een vrij nieuwe onderwijsvorm waarin studenten met vraagstukken van maatschappelijke organisaties of het bedrijfsleven aan de slag gaan. 

Slavernij-discussie-2023 Foto: DUB

Een witte universiteit
Bij de presentatie van het rapport afgelopen maandag in de Sweelinckzaal van Drift 21 waren vertegenwoordigers van de betrokken organisaties aanwezig. Zij waren zeer te spreken over de voorstellen van de studenten.

“Deze studenten hebben bij ons aangeklopt voor informatie. Meestal kloppen wij op de deur van stedelijke instituties, zoals Tivoli of de Stadsschouwburg, om over het kolonialisme te praten en dit zichtbaar te maken”, vertelt Migaisa Poeketi van Keti Koti Utrecht. Zij riep de universiteit op meer verantwoordelijkheid te nemen en ook echt activiteiten te ondernemen in de lijn die de studenten voorstellen.

De Utrechtse universiteit is een witte universiteit, werd keer op keer herhaald tijdens de bijeenkomst. Meer dan andere universiteiten. Ook Poeketi vertelde dat het belangrijk is om voor studenten safe spaces te creëren. Voor haar zijn dat plekken waar je als zwarte studenten samen kunt zijn zonder elke keer uit te hoeven leggen hoe lastig en bedreigend sommige ervaringen zijn.

De UCU-student Rahel Abraham van het African and Caribbean Heritage Network beaamde dat die behoefte er is. Zij merkte daarnaast op dat discussies over racisme op dit moment vooral vanuit de zwarte community komen. “Die discussie moet breder gevoerd worden, met iedereen.”

“Om als zwarte medewerker aan de universiteit te werken is heel vermoeiend”, hoort Poeketi. Omdat er maar weinig mensen van kleur aan de universiteit werken, worden ze vaak gevraagd om mee te denken over activiteiten, bijeenkomsten en commissies. Maar als ze dan zaken aan de orde stellen, is er weinig begrip. Een discussie over institutioneel racisme vraagt bijvoorbeeld vaak om veel geduld. “Het is lastig echt iets te bereiken.” 

Ying Que van het project Sporen van slavernij wees erop dat veel structuren van de slavernijtijd nog altijd voelbaar zijn. Ze prees de studenten dat ze die informatie zichtbaar willen maken. Zelf organiseert ze al wandeltochten door de stad die de sporen laten zien. “Maar we laten daarnaast zien welke zwarte mensen er toen in Utrecht woonden en welke invloed ze hadden. En ook dat er een relatief grote beweging was van mensen die zich tegen de slavernij keerden.”

Van kastje naar de muur
Danthe en Merel beseffen inmiddels dat tien weken erg kort is om werkelijk iets van de grond te krijgen, zeker binnen de universiteit. Danthe: “Het was sowieso moeilijk om een overzicht te krijgen van wat er al binnen de universiteit gebeurt op dit vlak. Het is best vreemd dat niemand die informatie lijkt te hebben. Daardoor hadden we ook vaak het gevoel van het kastje naar de muur te worden gestuurd. Je kunt bijvoorbeeld niet met de directeur van de faculteit over onderwijsverandering spreken. Dat moet dan met de onderwijsdecaan.”

Ze hopen daarom dat er een vervolg komt. Andere studenten moeten ervoor gaan zorgen dat hun aanbevelingen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Merel: “Een docent opperde om een minor Community Engaged Learning te beginnen rondom het thema slavernij. Dat lijkt ons fantastisch. Onze grote zorg is dat iedereen nu applaudisseert en dat er vervolgens niets gebeurt. Dat willen we echt voorkomen.”

Directeur van de faculteit Geesteswetenschappen Miranda Jansen liet de studenten tijdens de presentatie in de Sweelinckzaal maandag weten onder de indruk te zijn van het verrichte werk. Ze zou het direct agenderen bij het faculteitsbestuur. Ook zij vindt dat een nieuwe groep studenten aan de slag moet om de ideeën voor wandeling, qr-codes en kunstwerken te realiseren. “Ik vond de relatie tussen slavernij en universiteit sterker dan ik op voorhand had gedacht. We moeten ook echt wat doen.”

Historicus Remco Raben die de studenten heeft begeleid en ook meewerkte aan het boek dat Nancy Jouwe schreef over de slavernijgeschiedenis van Utrecht  onderstreepte ten slotte nog eens dat die initiatieven alleen niet voldoende zijn. “Radicale verandering is nodig. Er moet meer diversiteit komen in de studentenpopulatie en ook bij de werknemers van de universiteit. We zullen echt als witte mensen privileges moeten opgeven.”

Belle van Zuylen-leerstoel

De vijf studenten bogen zich ook over de naam van een wisselleerstoel die door het UU-bestuur wordt gefinancierd: de Belle van Zuylen-leerstoel. De leerstoel is vernoemd naar een verlicht schrijver die in de 18de eeuw al opstond voor de rechten van vrouwen maar ook afkomstig was uit een familie die rijk werd door koloniaal kapitaal.

Op basis van de gesprekken die de vijf studenten voerden, komen ze tot de conclusie dat de naam van de leerstoel niet veranderd hoeft te worden. Wel zou op het moment dat een nieuwe hoogleraar begint de aandacht gevestigd kunnen worden op de banden van Belle van Zuylen met de slavernij om daarmee aan de complexiteit en ambiguïteit van het thema aan te stippen. Profiteren van slavernij kon klaarblijkelijk samengaan met revolutionaire ideeën.

Advertentie