‘Twitterende politici laten de Nederlandse Occupy links liggen’

Body: 

Occupy Amsterdam is op Twitter een geïsoleerde beweging, die relatief weinig contact heeft met Haagse politici of met andere Occupy-groepen. Zomaar een paar conclusies van de deelnemers aan de #OccupyData Hackathon van afgelopen weekend. De basis: vijf miljoen tweets over het fenomeen Occupy. 

Occupy Amsterdam is op Twitter een geïsoleerde beweging, die relatief weinig contact heeft met Haagse politici of met andere Occupy-groepen. Zomaar een paar conclusies van de deelnemers aan de #OccupyData Hackathon van afgelopen weekend. De basis: vijf miljoen tweets over het fenomeen Occupy. 
Je moet er maar net zin in hebben: een weekend lang, in je vrije tijd, miljoenen tweets over Occupy analyseren en visualiseren met behulp van de nieuwste grafische tools. Toch is dat precies wat vier Utrechtse studenten, samen met groepen in de Verenigde Staten, het afgelopen weekend deden. Mirko Schaefer, docent bij Media & Cultuurstudies en coördinator van het Utrechtse team, trekt voorzichtige conclusies over de bevindingen bij de #OccupyData Hackathon.|

“Het woord hackathon komt van marathon en hacken (hier niet te interpreteren als een illegale activiteit, red). Het komt er op neer dat ons team in Utrecht een weekend lang heeft samengewerkt met het Civic Media Lab van het Massachusetts Institute for Technology en de organisatie R-Shief in Los Angeles. Het gemeenschappelijke doel was om een weekend intensief met die database vol Occupy-tweets aan de slag te gaan.

“Voor ons, als cultuurwetenschappers, is het vooral belangrijk om te onderzoeken wat de tweets ons vertellen over het mediagebruik van de Occupy-beweging. Je kunt bijvoorbeeld onderzoeken waarover mensen die ‘#Occupy’ twitterden, nog meer graag praten op Twitter. Wat blijkt: er is een grote overeenkomst met de recente demonstraties in Egypte. Mensen die zich voor het ene interesseren, spreken vaak ook over het andere. Een ander voorbeeld: we wilden graag weten in hoeverre de politiek zich bezig houdt met Occupy. We hebben bekeken hoe vaak de tag ‘OccupyAmsterdam’ gebruikt is door de Haagse ‘elite’: Tweede Kamerleden en mensen die dicht bij hen staan. Wat blijkt: die groep gebruikt #OccupyAmsterdam nauwelijks. En mensen die over de Amsterdamse Occupy tweeten, sturen vooral tweets met referentie aan #OccupyUtrecht of #OccupyDenHaag, maar veel minder tweets met #OWS (Occupy WallStreet) of andere buitenlandse Occupy’s.

“Of je daaruit kunt concluderen dat Occupy in Amsterdam geïsoleerd werkt en ook geen contact heeft met het establishment? Daar moet je voorzichtig mee zijn. De dataset heeft alleen tweets met een hashtag gefilterd, maar mensen kunnen ook over Occupy praten zonder een hashtag te gebruiken. Ter illustratie: arrestaties door de politie leiden meestal tot een hoge Twitter-activiteit. Toen op 26 oktober in Atlanta demonstranten werden gearresteerd sprong de Twitter-activiteit op 14.000 berichten. Maar na het incident waarbij Occupiers met pepperspray waren bespoten op de campus van UCDavis, barstte het getwitter pas de volgende ochtend los. Dat kan omdat daarvoor de hashtag #UCDavis nog niet vaak gebruikt werd. En natuurlijk kunnen mensen ook buiten Twitter digitaal contact hebben. Het pepperspray-incident verspreidde uiteraard snel via YouTube, Facebook en andere sociale media. 

“We hebben daarnaast aan visualisatie gedaan, bijvoorbeeld met Gephi, een programma waar je netwerken mee in kaart kunt brengen. Hier is weer een interessante vraag: in hoe verre beïnvloeden deze tools ons denken? Het is voor wetenschappers heel handig om software als Gephi te gebruiken om data te verwerken. Maar als je niet oppast nemen die tools de analyse van onze realiteit over. Wij willen daar doorheen kijken. 

“Het echte werk begint dus nu pas: het in context plaatsen van onze bevindingen. Wat we dit weekend hebben gevonden zijn alleen maar aanwijzingen, geen harde conclusies. Maar het was wel heel inspirerend om een weekend lang met data te spelen en in een korte tijd heel veel werk te verzetten. Het geeft een boost om te weten dat op hetzelfde moment andere teams aan hetzelfde doel werken. Als je met een probleem zit, is er altijd wel een expert op een van de andere locaties om je te helpen. Je weet ook dat je goed en hard moet werken. Je wilt tenslotte niet dat ze in Amerika denken: ‘Ach, die jongetjes in Utrecht wilden ook meedoen en kijk wat eruit komt’. Gelukkig waren de studenten, Ryanne Turenhout, Thomas Boeschoten en Ruben Hazelaar, zeer enthousiast. Ze hebben het hele weekend gewerkt en kregen er niet eens studiepunten voor.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail