Zijlstra wil meer toezicht van inspectie

Body: 

Staatssecretaris Zijlstra wil de Onderwijsinspectie een grotere rol geven in het toezicht op het hoger onderwijs. Welke taken de keurmeesters van de NVAO overhouden, is nog onduidelijk.

Staatssecretaris Zijlstra wil de Onderwijsinspectie een grotere rol geven in het toezicht op het hoger onderwijs. Welke taken de keurmeesters van de NVAO overhouden, is nog onduidelijk.

Eind april kondigde de staatssecretaris zijn plan aan in zijn eerste reactie op het inspectieonderzoek naar alternatieve afstudeertrajecten in het hbo. Vier Inholland-opleidingen werden daarin ‘zeer zwak’ genoemd en vier opleidingen van drie andere hogescholen ‘zorgelijk’. Het leverde het hbo een nieuwe golf van negatieve publiciteit op. Maar behalve het hbo-diploma liepen ook de toezichthouders in het hoger onderwijs reputatieschade op.

Want hoe kon het gebeuren dat opleidingen die tussen 2005 en 2007 nog waren goedgekeurd door accreditatieorganisatie NVAO, nu ineens door het ijs zakten? Bijna veertig procent van de herkeurde afstudeerwerken had nooit een voldoende mogen krijgen, constateerde een speciale onderzoekscommissie van de NVAO.

Zelf gaf de NVAO als verklaring dat deze commissie zich bij de herkeuring exclusief op de toetsing en het afstudeerwerk had gericht en daardoor meer fouten kon ontdekken. Verder mochten de onderzoekers dit keer zelf bepalen welke scripties en afstudeeropdrachten ze wilden inzien. De lobby van de instellingen zorgde ervoor dat opleidingen tot voor kort zelf mochten weten wat ze de deskundigen voorlegden. Ten slotte denkt de NVAO dat de keurmeesters er destijds voor terugdeinsden om de opleidingen van Inholland een onvoldoende te geven voor het afstudeerniveau omdat dit onherroepelijk tot sluiting zou hebben geleid. Zo’n zware beslissing zou je na een kort visitatiebezoek haast niet kunnen nemen.

Stof tot nadenken voor de staatssecretaris, maar één ding weet hij zeker: de Onderwijsinspectie moet weer een grotere rol gaan spelen. De details maakt hij de ze week bekend.

Die rol zal in elk geval niet zo prominent worden als in de jaren negentig. Toen was het de inspectie die de minister op grond van visitatierapporten adviseerde of een opleiding een ‘gele kaart’ moest krijgen of zelfs moest worden gesloten.

Bij de invoering van het bachelor-masterstelsel spraken de Europese landen echter af dat het toezicht op de onderwijskwaliteit niet langer bij ministeries zou liggen, maar bij onafhankelijke accreditatieorganisaties als de NVAO. In Nederland zou de inspectie voortaan de naleving van de wetten en regels en de werking van het stelsel als geheel in de gaten houden. Alleen in noodgevallen, als de onderwijskwaliteit acuut in het geding was, zou ze uitrukken: haar zogenoemde brandweerfunctie.

Als de staatssecretaris de inspectietaken gaat uitbreiden dan moet volgens hem “de wettelijke uitzondering vervallen dat de Inspectie niet toeziet op de kwaliteit van het hoger onderwijs” en zullen de samenwerkingsafspraken met de NVAO moeten worden aangepast. Bij de recente wijziging van de accreditatiewet is onder meer bepaald dat ook de NVAO een brandweerfunctie krijgt. Het is niet de bedoeling dat de toezichthouders elkaar daarbij in de weg gaan lopen.

Woensdag organiseert de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over de inspectierapporten over Inholland. Tijdens dat gesprek, dat live te volgen is, zal ook het onderwijstoezicht ter sprake komen. Ook de Onderwijsinspectie en de NVAO nemen deel.

Facebook Twitter Whatsapp Mail