Een prangende vraag

Body: 

Aan  Professor M.Prak @departementgeschiedenis.uu.nl
Van: Baaierd
Betreft: Een prangende vraag
Bijlage: La Der des Ders

Ha  Maarten,

Zo-even las ik  een berichtje over de inaugurele rede van je nieuwe collega!  Hij zegt: “Ik vind dat we in Nederland veel te veel naar het verleden kijken. Ook historici moeten kwesties aansnijden die voor het heden van belang zijn.”  Ik vind dat een topgedachte en omdat ik geen historicus ben, komt er onmiddellijk een vraag bij me op die jullie vast wel kunnen beantwoorden.

Aan  Professor M.Prak @departementgeschiedenis.uu.nl
Van: Baaierd
Betreft: Een prangende vraag
Bijlage: La Der des Ders

Ha  Maarten,

Zo-even las ik  een berichtje over de inaugurele rede van je nieuwe collega!  Hij zegt: “Ik vind dat we in Nederland veel te veel naar het verleden kijken. Ook historici moeten kwesties aansnijden die voor het heden van belang zijn.”  Ik vind dat een topgedachte en omdat ik geen historicus ben, komt er onmiddellijk een vraag bij me op die jullie vast wel kunnen beantwoorden.

In Nederland zijn we op 4 en 5 mei altijd bezig met de oorlog. Gelukkig was ik op dat moment  in Frankrijk. Zij herdenken dan de Eerste Wereldoorlog vanwege de anderhalf miljoen Fransen die daarin gevallen zijn. Per toeval was die dag de laatste strijder uit de Eerste Wereldoorlog, Claude Choulais,  overleden.

La Der des Ders. De uitdrukking slaat er op dat men dacht dat dit de allerlaatste oorlog in onze wereld zou zijn. Onvoorstelbaar toch? Het dorp herdenkt rond het monument zijn vele doden waarvan de namen in de sokkel gebeiteld zijn. Die paar van de Tweede Wereldoorlog hebben ze er voor het gemak maar bijgebeiteld.

Zoals je weet is men in Nederland gek op de Tweede Wereldoorlog. Alle oud-strijders worden in mei van stal gehaald en de laatste verzetshelden vertellen voor de zoveelste keer hoe ze het bonnenkantoor beroofden en met een aardappelschilmesje en een proppenschieter de mof te lijf gingen.  En ‘Soldaat van Oranje’ wordt weer vertoond, maar nu als musical.

In het stukje Utrecht waar ik vaak met ons hondje wandel staat een monument waarop geschreven staat “voor de gevallenen van Tuindorp”. Maar weet je wat merkwaardig is? Er staan geen namen op! Uit krenterigheid? Of erger, zouden er geen geweest zijn?

Nieuwsgierig als ik ben naar dit volkje dook ik in het digitale gemeentearchief om te kijken of ik daar wat kon ontdekken over de geschiedenis van ons wakkere Tuindorp in de periode 40-45. Tot mijn spijt kon ik geen namen vinden. Maar ik kwam iets anders tegen dat mij nogal verontrustte.  Ik stootte op een  foto van Tuindorp in de Tweede Wereldoorlog die een heel ander verhaal vertelt.  Aan de ingang van de wijk stond een bord  “joden niet gewenscht”.  (Tuindorp was in die tijd  gemeente  Maartensdijk).

Is het oprichten van een monument voor gevallenen die er niet zijn (althans ik heb geen namen kunnen vinden) in een wijk waar dit bordje in diezelfde tijd stond nu beschaving of cultuur? En wat communiceren we hiermee naar elkaar en onze kinderen?

Vanwaar die mythe dat iedereen heldhaftig de vijand bestreed (op een paar laffe honden na)?
Ik ga een rondje lopen en vraag me af wanneer ik daarvoor ook een pasje nodig heb. Want voor onze zo zwaar bevochten vrijheid heb je in het dagelijks leven per dag meer pasjes nodig (voor de universiteit heb ik er al 4) en ook hier op de uni laat de vrijheid steeds meer mensen onverschillig.  La Der des Ders…

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail