China zoekt duurzame samenwerking

Body: 

Promovendi zijn de aanjagers van wetenschappelijke relaties met China, zegt de Nederlandse science attaché  David Pho.

Promovendi zijn de aanjagers van wetenschappelijke relaties met China, zegt de Nederlandse science attaché  David Pho.

De Chinese wetenschap geniet veel belangstelling van het buitenland. Een wetenschappelijke inventarisatie van de NWO in opdracht van het ministerie van OCW, wees uit wat iedereen al vermoedde: China is op wetenschappelijk gebied zeer in trek.

De NWO-database van Sino-Dutch Scientific Partnerships telt momenteel maar liefst 315 samenwerkingsprojecten en 215 samenwerkingsovereenkomsten (MoU’s) met Chinese kennisinstellingen. In de praktijk ligt het aantal samenwerkingsprojecten nog hoger. Alleen al in 2011 jaar hebben we vanuit het Innovatie Attaché Netwerk (IA-netwerk) in Beijing 26 wetenschappelijke delegaties en vele individuele hoogleraren uit Nederland mogen ontvangen.

China is groot en divers. Zo zijn de verschillen in de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek ook onvoorstelbaar groot. Er zijn meer dan 2000 universiteiten en nog meer onderzoeksinstituten in het land. In de top 20 meest productieve steden ter wereld qua wetenschappelijke publicaties, zijn volgens de Britse Royal Society vier van de negen Aziatische ‘science hubs’ te vinden in China (Beijing, Shanghai, Nanjing en Hongkong).

China’s twaalfde Vijfjarenplan voor Wetenschappelijke en Technologische Ontwikkeling dat vorig jaar werd gepresenteerd, legt de nadruk op het versterken en uitbreiden van het binnenlandse wetenschapssysteem en op het vermarkten van de nieuwe kennis en technologie. De wetenschap staat in de eerste plaats ten dienste van het volk en van de economische ontwikkeling van het land.

China is zeer bewust van de noodzaak om meer te investeren in talentontwikkeling en internationalisering om de kwaliteit van het onderzoek te verbeteren en de concurrentiekracht van Chinese universiteiten en bedrijven te versterken. Sinds jaar en dag gaan Chinese studenten en onderzoekers naar het buitenland om nieuwe kennis en technologie te verwerven. Maar nu wordt meer de nadruk gelegd op het aantrekken van kennis en talent naar China. In een eerder artikel van het IA-netwerk heb ik het 1000 Talents programma van China beschreven dat Chinese en buitenlandse toponderzoekers in geselecteerde onderzoekshubs in China probeert te plaatsen.

Voorheen werden voornamelijk overzeese Chinezen aangemoedigd om terug te keren, maar tegenwoordig worden ook niet-Chinese wetenschappers benaderd om voor langere tijd (drie tot vijf jaar) fulltime in China te komen werken. Naast de inreizende hoogleraren die een jaarlijks bezoek aan een conferentie of partnerinstelling verlengen met gastcolleges of andere verplichtingen, vraagt China nu meer om een langdurige commitment van buitenlandse partners.

China heeft behoefte aan een langetermijn- en duurzame samenwerking met buitenlandse toponderzoekers en topuniversiteiten en stelt meer financiering beschikbaar voor meerjarige onderzoeksprojecten met buitenlandse universiteiten. De bilaterale onderzoeksprogramma’s (zoals het JSTP of PoIC) die de KNAW en NWO namens het ministerie van OCW uitvoeren, worden zodoende gezien als belangrijke stimuli voor de Chinese wetenschap. China is gewend om top-down te werken en de genoemde bilaterale programma’s sluiten goed aan op het Chinese systeem.

Opvallend is ook dat China beseft dat de bottom-up aanpak werkt. Het 1000 Talents programme werkt eigenlijk bottom-up, omdat individuele Chinese universiteiten en instituten de buitenlandse experts dienen voor te dragen. De administratieve last van de aanvraagprocedure is niet mis, maar vaak wordt al het werk gedaan door een van de voormalige Chinese promovendi van de buitenlandse hoogleraren.

De nauwe relatie tussen de student en docent werkt in China in vele opzichten nog als de traditionele Meester-Gezelrelatie. Eenmaal terug in China onderhouden Chinese promovendi vaak nauwe banden met hun buitenlandse promotor. In veel gevallen wordt de relatie geformaliseerd door middel van een samenwerkingsovereenkomst met de Nederlandse universiteit. Wetenschappelijk gezien is dit uiteraard begrijpelijk, aangezien de onderzoeksthema’s nauw aansluiten en Chinese promovendi vaak een Chinese dimensie aan het onderzoek in Nederland toevoegen.

Omdat Chinese en Nederlandse promovendi en onderzoekers in China deel uitmaken van het Chinese system en vaak goed op de hoogte zijn van de Nederlandse situatie, kunnen zij vaak een belangrijke brugfunctie vervullen voor wetenschappers in Nederland en China. De Chinese overheid ondersteunt de rol van Chinese promovendi als wetenschappelijke bruggenbouwer en heeft onder meer een gigantisch postgraduate scholarship programme voor Chinese promovendi in het leven geroepen.

Dit indrukwekkend beurzenprogramma van de China Scholarship Council (“de CSC-beurs”) leidt op jaarlijkse basis 5-6000 Chinese promovendi in het buitenland op. Dit programma verplicht de Chinese bursaal na afronding naar China terug te keren met het doel om nieuwe banden met de buitenlandse instelling te realiseren. Nederlandse universiteiten maken al jaren gretig gebruik van dit programma en inmiddels zijn er al ruim 800 CSC-beurzen aan Chinese promovendi in Nederland verleend. De UU is momenteel de derde grootste ontvanger in Nederlandse Chinese CSC-bursalen.

Op 24 november organiseerde de Nederlandse ambassade samen met Neso China en Academic Transfer een seminar over PhD exchange in Beijing. Het seminar werd ruim bezocht door onder meer ruim 30 Nederlandse hoogleraren en stafleden die Chinese PhD-kandidaten interviewden tijdens de PhD-workshop in Beijing. De spreker van CSC verkondigde dat in de tweede fase van het CSC- programma meer aandacht wordt gegeven aan bestaande samenwerkingen met de Chinese instellingen waar de bursaal vandaan komt. Ook worden de criteria versoepeld. Zo komen voortaan ook Chinese studenten in aanmerking die al in het buitenland zijn of al aan een PhD-programma zijn begonnen. Postdocs kunnen nu een aanvraag indienen voor postdoctoral research.

Promovendi spelen zodoende een belangrijke rol in het aanjagen van wetenschappelijke samenwerking tussen Nederland en China en ik ben ook verheugd dat de KNAW en NWO op 7 december in Nederland een event voor Chinese PhD-studenten hebben georganiseerd. Door in Chinese promovendi te investeren, investeren we ook in de toekomstige wetenschappelijke relatie met China.

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail