De vluchteling

Body: 

Studentendecaan Anne Hamburger krijgt een Syrische vluchteling op bezoek die wil weten of hij aan de Universiteit Utrecht kan studeren. Het zal geen goednieuwsgesprek worden. Maar ze denkt goed voorbereid te zijn. Uit deze genomineerde column blijkt dat het gesprek toch anders loopt.

Syrische vluchteling. Diploma’s kwijt. Wil weten wat de mogelijkheden zijn.

Het is maandagmiddag en ik bereid mijn spreekuren voor die voor dinsdag gepland staan. De aantekening van de studentenbalie is kort en bondig, maar voor mij is het voldoende. Ik weet wat ik moet doen om mij voor te bereiden.

Een Syrische middelbare school? Ik vrees dat de kans groot is dat dit diploma ingeschaald wordt op Havo-niveau en dat deze jongen niet toelaatbaar zal zijn.

Diploma’s kwijt? Ik vrees dat zijn mogelijkheden dan ook beperkt zijn. Waarschijnlijk rest hem een colloquium doctum om bij ons te kunnen studeren. Gelukkig mogen we voor vluchtelingen een uitzondering maken op de leeftijdsgrens van 21 jaar. Ik weet niet hoe oud deze student is, maar dan hoeft hij tenminste geen jaren te wachten. En in het geval van de meeste vluchtelingen: nóg meer jaren te wachten.  

Ik check mijn informatie bij het Admissions Office, maar het lijkt dat ik de informatie compleet heb. Intussen hoop ik dat hij een plek heeft gevonden bij UAF, de organisatie voor hoogopgeleide vluchtelingen. Door de grote toestroom van vluchtelingen kunnen zij niet meer iedereen begeleiden.

Ik zoek nog een paar dingen uit en leg alles klaar voor de volgende dag. Het zal geen goed nieuws gesprek worden. Maar ik ben goed voorbereid.

Het is 9.00 uur als Ashraf mijn spreekkamer binnenloopt.

“Vertel. Wat brengt je hier?” Ik begin mijn gesprek zoals ik dat vaker doe.

“De auto”, vertelt hij. “Ik heb een auto kunnen lenen voor deze afspraak.”

Zijn reactie brengt mij even van slag, maar dan valt het kwartje.

“Ik woon in een dorpje in Groningen. Ik heb geslapen in de auto, want deze afspraak was heel vroeg.”

“In een auto geslapen?” Ik ben verbaasd. Dit heb ik nog niet eerder gehoord.

Hij begint te lachen. “De politie klopte nog op mijn raam. Toen ik uitlegde waarom ik daar lag, zeiden ze dat het niet veilig was.” Hij kijkt mij aan. “Niet veilig? Syrië is pas onveilig.”

Hij lijkt het zelf een goede grap te vinden.

“Toen ik in Syrië woonde was het op een gegeven moment nergens meer rustig. Ons dorp werd gebombardeerd en veel huizen lagen plat. Op een dag vloog er een granaat door het raam. Deze raakte mijn kleine zusje. Toen besloten we dat we moesten vluchten.“

 “En je zusje?”

“Zij heeft het niet gered. Het was een zware tijd.” Hij vertelt het rustig. ”In de chaos ben ik mijn papieren vergeten.” Hij vertelt over zijn vlucht en wat hij onderweg meemaakte; over de mensen die het niet hebben gered. Ik word er stil van.

“Nu zijn we veilig in Nederland. De mensen zijn heel vriendelijk. Dat heeft erg geholpen. En nu zou ik heel graag weer studeren. Ik ben klaar met de oorlog en wil door met mijn leven.”

Ik kijk naar de papieren in mijn handen met mijn aantekeningen: ‘Havo niveau’, ‘Niet toelaatbaar’, ‘Colloquium Doctum’. En ik vraag mezelf: hoe kan ik ooit gedacht hebben dat ik goed was voorbereid?

In verband met de privacy zijn de persoonlijke kenmerken van de vluchteling aangepast

Lees hier meer over de andere genomineerde columns.

Facebook Twitter Whatsapp Mail