De werkgroep is een papieren werkelijkheid

Body: 

Werkgroepen leveren zelden uitdagend onderwijs op. Dat komt zowel door gebrekkige inzet van studenten als weinig didactisch vernuft bij docenten. Volgens Tycho Wassenaar is het daarom beter in te zetten op betere kwaliteit dan op meer contacturen.

Werkgroepen leveren zelden uitdagend onderwijs op. Dat komt zowel door gebrekkige inzet van studenten als weinig didactisch vernuft bij docenten. Volgens Tycho Wassenaar is het daarom beter in te zetten op betere kwaliteit dan op meer contacturen.

Zelden heb ik echt met een gevoel van voldoening, enthousiasme en nieuwe energie een werkgroeplokaal verlaten. Integendeel zelfs. Eerder met een gevoel van verveling en fysieke uitputting. Dit laatste doordat ik uit verveling vaak onderuitgezakt in mijn stoel zit. In mijn ogen zijn werkgroepen te vaak een verplichte bijeenkomst vol passieve, consumerende studenten die relaxed afwachten wat hen allemaal tegemoet gaat komen. Dit kan en moet beter.

Door enkel aanwezig te zijn, behoud je als student meestal het recht op de aanvullende toets. Voor veel studenten speelt dit mee. Daarnaast is een werkgroep ook weer niet zo nutteloos, dat je het echt wilt missen. Je luistert wat naar de docent, vangt wat op van een presentatie van medestudenten en zo nu en dan ontvang je feedback voor een paper of opdracht. Heel soms geef je een antwoord op de vraag van een docent (of een paar keer als de docent écht aandringt) en nog minder vaak gooi je zelf een discussiepunt of een vraag in de groep. Uitzonderingen daar gelaten.

Studenten krijgen dus wel wat informatie binnen en een paar hoofdpunten blijven plakken. Het is wel prima zo. Helaas zijn er weinig studenten die echt actief meedoen en zich ten dienste van een nuttige en zinvolle werkgroep opstellen. De docent probeert er natuurlijk het beste van te maken. Maar het is een taaie strijd. Al met al niet echt wat ik versta onder een uitdagende onderwijsomgeving. Dit probleem beperkt zich trouwens niet tot één faculteit. Ik heb in drie verschillende faculteiten binnen zes verschillende bachelors werkgroeponderwijs gevolgd, en dit beeld werd keer op keer in meer of mindere mate bevestigd.

Hoe ontstaat deze situatie? Waarschijnlijk heeft het veel te maken met verwachtingen en gewenning. Ik neem aan dat niemand na zijn vooropleiding bewust kiest voor cursussen waarin je bij een werkgroep eigenlijk nooit echt aan het werk bent, maar waar je vooral passief luistert. Studenten voldoen aan de eisen die gesteld worden, en er wordt nou eenmaal bar weinig van ze verwacht. Consequenties voor een slechte voorbereiding of voor een passieve houding zijn er vaak niet.

Verder is het helaas niet zo dat alle studenten gemotiveerd aan hun studie beginnen. De weg naar de wetenschap wordt na zes jaar voorbereiding op het wetenschappelijke onderwijs (vwo) ook voor een groot deel beïnvloed door hun directe omgeving, al dan niet onderbroken met een tussenjaar. Aankomend academisch jaar zal het voor veel studenten trouwens nog vanzelfsprekender zijn om te gaan studeren, je laat die studiefinanciering natuurlijk niet liggen. De vraag is of dit leidt tot meer intrinsiek gemotiveerde studenten.

Maar het probleem wordt natuurlijk ook veroorzaakt door de inzet van studenten en docenten. Specifieker door de intrinsieke motivatie van studenten om iets van een werkgroep te maken en van de didactische vaardigheden en inhoudelijke kwaliteiten van een docent om dat te kunnen stimuleren.

Ik verbaas me juist daarom altijd zo over de focus op ouputcijfers in het hoger onderwijsbeleid. Hoger rendement, een hoger percentage honoursstudenten en meer contacturen zonder extra docenttijd. Deze onderwerpen zijn op dit moment veel te vaak een doel op zich.  Waarom ligt de nadruk niet veel meer op de inhoudelijke kwaliteit van het bestaande onderwijs? Ga als beleidsmedewerker, opleidingsdirecteur of als nieuwe collegevoorzitter wat vaker in een werkgroep zitten. Niet meer contacturen of hoger rendement als target of focus an sich, zet breder in op meer uitdagender onderwijs van goede kwaliteit. Dan zal het rendement vast en zeker verbeteren.

Hoe moeten we dat doen? Daar kan ik helaas nog geen bevredigend antwoord op geven, maar het is in elk geval belangrijk dat docenten, studenten en beleidsmakers hier samen over nadenken. En dat de medezeggenschap en studentencommunites hier een pro-actieve rol in spelen.

Facebook Twitter Whatsapp Mail