In hemelsnaam, waarom ik?

Body: 

De Utrechtse student Jesse Oberdorf doet in Zimbabwe onderzoek naar protestbewegingen voor zijn masterthesis. Bovenaan zijn to-do list staat dat hij wil begrijpen hoe het is om te leven in een autoritair geregeerd land, zo mailt hij zijn broer in Ghana.

Hé Vin!

Goed om van je te horen vanuit Ghana. Ik zit nu een week in Zimbabwe en werd een paar dagen geleden overvallen door een lichte paniek. Ik kom hier helemaal vanuit Nederland om onderzoek te doen naar protestbewegingen. De theorie die bij dit onderzoek hoort, is al niet eenvoudig, maar daar komt de lokale context nog eens bij: de complexe politieke situatie van dit land.

In Nederland lijken we af te stevenen op een regering bestaande uit maar liefst vier partijen. Hoe kan ik binnen een half jaar begrijpen wat het betekent om te leven in een politieke setting waarin één partij oppermachtig en zelfs autoritair is? Daarbij heb ik natuurlijk te maken met het feit dat ik het lokale Shona niet spreek en ontgaan mij vast en zeker ook andere culturele nuances. In hemelsnaam, dacht ik, waarom ga uitgerekend ik dit onderzoek doen terwijl Zimbabwaanse academici dat veel beter zouden kunnen doen? Zie hier mijn paniek.

Gelukkig lijken er ook bepaalde zaken te zijn die spreken vóór mijn positie als relatieve vreemdeling. Tijdens een ‘braai’ (een barbecue, red.) met mijn gastgezin en hun vrienden hadden we het over de politieke situatie in Zimbabwe en het relatieve succes dat een aantal protestbewegingen recentelijk lijkt te hebben. “Dat succes is volledig te danken aan het wanbeleid van onze overheid. Wanneer mensen geen eten hebben, wanneer ze er jaar na jaar op achteruit gaan, komen ze vanzelf een keer in opstand”, vertelt Gary mij.

Het verklaren van een sociale beweging vanuit dit perspectief van absolute achteruitgang in basisbehoeftes, is echter een zienswijze dat volgens de academische wereld volledig is achterhaald. Een frisse blik van buitenaf heeft mogelijk meer oog voor andere factoren.

Die frisse blik is misschien wel nodig, denken ook Tracey en Chris, de mensen bij wie ik nu verblijf. Zij wonen nu al zo lang in Zimbabwe, dat ze het moeilijk vinden om nog met enige mate van objectiviteit naar het land te kijken. “Eerlijk gezegd durf ik je niet eens te zeggen wat ik denk”, vertelt Tracey. “We leven al die jaren in relatieve angst. Er gebeurt hier zo enorm veel en vanuit alle hoeken komen er theorieën en verklaringen op je af. Ik zie soms door de bomen het bos niet meer. Eerlijk gezegd heb ik het gevoel dat ik met oogkleppen op leef. De ‘waarheid’ is voor iedereen anders.”

Misschien is het nog wel het belangrijkste om je nederig op te stellen als onderzoeker. Ik zal bescheiden moeten zijn over de claims die ik kan maken. Anderzijds kan een thesis ook helpen om simpelweg een verhaal te vertellen. Een verhaal over de strijd van een groep mensen die anders mogelijk onderbelicht zou blijven.

Ik ben benieuwd of jij in Ghana ook weleens met deze gedachten wordt geconfronteerd. Lukt het jou om bescheiden te blijven? Ik hoor graag snel weer van je!

Jesse

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail