Nederland is giftig verdeeld

Juist nu zijn we de democratie de dialoog verplicht

houd elkaar vast afbeelding protest PVV
afbeelding uit logo protestactie tegen PVV door GroenLinks en PvdA

Als luie puber bracht ik mijn gammele geel gespoten omafiets steevast naar een fietsenmaker vlak in de buurt. Hij heette Rob en was een heuse boutjesgoochelaar van toeschietelijke inborst. Dikwijls kon ik haar dezelfde middag al ophalen. En wanneer het wat langer moest duren, omdat de schoolpauzes mij wel zinde en een fietsloos bestaan een perfect excuus was, zette Rob haar zonder mopperen een dagje extra bij de afdeling ‘Bijna klaar’. Ondanks het feit dat ik regelmatig bij hem over de vloer kwam, heb ik hem eigenlijk nooit écht gesproken. Hij stonk altijd erg naar zweet, dat ten tweede. En stemde PVV, dat ten eerste.

Militaire metaforiek
Op de schokkende verkiezingsuitslag van afgelopen woensdagavond zijn talloze politieke analyses los te laten, maar een ding is in ieder geval zeker: Nederland is giftig verdeeld. Rechts en links hebben sinds tijden niet zó scherp tegenover elkaar gestaan. De militaire metaforiek werd al op diezelfde uitslagenavond onverminderd erbij gesleept en de vijandsbeelden werden kraakhelder geschetst. 

Halverwege de eerste dag na de verkiezingen kreeg ik uitnodigingen om deel te nemen aan een twee protestbijeenkomsten tegen de PVV in de Utrechtse binnenstad. In een grafsfeer van vrees en verslagenheid die dag op de universiteit heerste, leek dit een natuurlijke tegenreactie: alleen een luide proteststem kan kenbaar maken dat het hier slechts gaat om een overwinning, niet om een meerderheid.

PVV-kiezers serieus nemen
Het is ieders goed recht om de straat op te gaan en te demonstreren tegen of voor zaken van publiek belang. Die kostbaar democratische verworvenheid dient vooral te worden benut. Maar ik denk dat onze democratische plicht nu ergens anders ligt. Bij de dialoog in plaats van de monoloog. Als ik bij mezelf te rade ga, is het bij mij thuis aan de eettafel nooit met ernst over de PVV gegaan. Er heerste genoeg consensus over de absurditeit van die partij, dat we er domweg over konden grappen en ‘Minder! Minder!’ schreeuwden, wanneer mama de spruitjes opdiende. Bovendien maak je aan het onredelijke geen woorden vuil, verspilde moeite. Nu kan ik ervoor kiezen om mijzelf een dezer dagen nogmaals en des te dieper in deze overtuiging te bevestigen, door het hele PVV-clubje met spandoek en de hele reutemeteut voor de zoveelste keer uit te maken voor ‘fascistoïde racisten’, maar wat win ik daarmee? Ik draag alleen maar bij aan een verbale loopgravenoorlog. 

Als ik de democratie werkelijk serieus neem, hoor ik al die PVV-kiezers serieus te nemen. Die kiezers die ik nooit zie, nooit spreek, nooit hoor. Het is tijd dat ik hen op zoek, en belang in hen stel, hoe ver weg ze ook van me staan. En dat ik geen idee heb waar ik moet beginnen, zegt al genoeg. Maar toch moet ik, want onze democratie is gestoeld op de dialoog; door uitwisseling van mijn en dijn belang tot een compromis van samenleven komen. Begrip en toenadering zijn de beste wapens tegen toenemende angst en verdeeldheid. De luidste proteststem is dan ook een ‘Goedendag!’. Alleen zo houden we ons land heel, en kunnen we naar eigen zeggen prat gaan op onze waarden van tolerantie en inclusiviteit. De volgende keer dat ik in mijn geboortestad een fiets laat repareren, vraag ik maar eens aan Rob wat hem bezighoudt. Vast meer dan alleen bouten.

Advertentie