Uitstelgedrag op weg naar De Scriptie

Body: 

Masterstudent Paula Dubbink heeft het grootste deel van haar Zweedse studiepunten inmiddels wel binnen. Er rest nog slechts één grote hobbel: De Scriptie.

Na bijna 5 jaar studeren voel ik me redelijk door de wol geverfd. Ik heb tentamens en assignments geschreven in het Engels, Frans en Zweeds - vreemd genoeg nooit in het Nederlands). Ik heb groepsprojecten gedaan met zowel overambitieuzen als met profiteurs die 5 uur voor de deadline voor het eerst iets van zich lieten horen en papers gefabriceerd over alles van lekenrechtspraak tot een grafschrift uit de tweede eeuw na Christus. Voor een vak over het Israëlisch-Palestijns conflict heb ik jaren terug de Russische minister van Buitenlandse Zaken gespeeld en meer recent stond ik voor een klas internationale studenten in stamelend Zweeds uit te leggen hoe men hier zijn afval scheidt.

Rest mij slechts één zaak voor het behalen van die felbegeerde MA-titel: De Scriptie. En helaas, voor een tweejarige master kom ik er niet zo makkelijk af als in mijn bachelor, waar ik mijn 7.5-puntsscriptietje van een pagina of 20 in een week of 2 met zeer weinig slaap in elkaar flanste. Voor mijn huidige master thesis to-be moet ik minstens één bron in een klassieke taal bestuderen, hierover een werk met een omvang van 60 tot 100 pagina’s produceren en dit bij voorkeur binnen de komende 2 maanden. Huidige lengte: een pagina of twee-en-een-half.

Redt ze het of redt ze het niet
Chronisch uitstelgedrag, slapeloosheid en milde paniekaanvallen, zowel over die deadline als over het onvermijdelijke ‘wat-hierna’ zijn dan ook aan de orde van de dag bij zowel mij als mijn weinige studiegenoten. Er worden weddenschappen gedaan over wie de deadline wel en niet gaat halen –typisch genoeg denkt iedereen dat het de ander lukt, waar zij zelf falen – en over of iemand van ons ooit die PhD-positie gaat krijgen. En zo ja, voor of na 2020.

Maar de grootste vraag aan het mogelijke einde van al die jaren studie is toch vooral: heb ik nu eigenlijk wat geleerd? Praktische kennis hoef je bij een universitaire studie sowieso al niet te verwachten, maar weet ik nu eigenlijk ergens iets vanaf?

Als mijn thesisbegeleider me weer nieuwe materialen aanreikt van onderzoekers van wie ik nog nooit gehoord heb, mijn vraagstelling voor de derde keer grote zwakheden vertoont en ik de rijen boeken in de bibliotheek zie die ik nog nooit heb gelezen en ook niet zal lezen, bekruipt me vaak de gedachte dat ik na 5 jaar vooral geleerd heb dat ik nog steeds heel weinig weet.

In het rijk der blinden...
Daarom is het fijn om momenteel, samen met een studiegenoot nog een extra vak te volgen naast onze scripties. Het is een vak op bachelorniveau, over de 3 monotheïstisch religies, met een excursie naar Jeruzalem (jawel, u begrijpt waarom we het vak volgen). Iedereen die ooit minimaal één vak religiewetenschappen heeft gestudeerd mag meedoen.

Als de docent begint met vragen als “weten jullie waar CE voor staat?” en nog maar weer eens benadrukt dat de tweede Joodse tempel in het jaar 70 van de Common Era werd verwoest en dat dat Heel Belangrijk is voor de Joodse geschiedenis, zakken studiegenoot en ik onderuit en kijken elkaar tevreden aan. Blijkbaar hebben we toch iets geleerd de afgelopen jaren. Wat we ermee kunnen merken ooit wel. Nu eerst die scriptie.

Facebook Twitter Whatsapp Mail