Ik heb nu LinkedIn, net als iedereen

Door indirecte druk vanuit mijn directe omgeving heb ik verleden week een LinkedIn profiel aangemaakt. Opeens leken alle mensen om mij heen er eentje hebben. Al snel had ik drie hele connecties gemaakt en had ik mijn eerste bericht ontvangen, van ene Cassie die me wilde uitleggen wat een LinkedIn-premium account voor mij zou kunnen betekenen.

Nadat ik een wachtwoord had verzonnen en wat persoonlijke informatie had ingevuld, kwam ik bij het eerste obstakel, een mentale barrière in de vorm van een vraag: “Wat doe je hier dan in Godsnaam mee?” Mijn directe omgeving had hier niet per se een goed antwoord op. Een huisgenootje had ontdekt dat je GIFs kon versturen via LinkedIn en en vanaf dat moment gebruikte ze haar account uitsluitend om deze met een vriend uit te wisselen. Een ploeggenoot vertelde dat zijn feed op LinkedIn inmiddels interessanter was dan op Facebook en dat hij zich ook nog eens minder schuldig voelde als hij twee uur op LinkedIn zat in plaats van te studeren.

Dergelijke suggesties hielpen me niet over de blokkade heen. Ik stond op het punt om op te geven en me voor te gaan bereiden op colleges toen ik me een ander voorval herinnerde. Een vriend had me laatst verteld over een commissie waarin hij had gezeten. Het ging om het organiseren van een evenement of zoiets, maar dit terzijde. Het geval wil dat de commissievergaderingen nogal vroeg in de  ochtend plaatsvonden, te vroeg om precies te zijn. De vriend in kwestie was dan ook naar precies nul bijeenkomsten geweest en buiten de vergaderingen had hij ook niks uitgevoerd. Het evenement ging uiteindelijk niet door. Toen ik er naar vroeg haalde hij echter zijn schouders op: “Ik heb het wel gewoon op LinkedIn kunnen zetten”. Nadat mijn ontzag voor zoveel klootzakkerij was weggeëbd, begreep ik wat me al die tijd had dwarsgezeten. Ik liet het streven naar een verband tussen mijn profiel en de werkelijkheid los en ging aan het werk. Hier had ik als columnist al maanden voor getraind.

Ik begon op hoog tempo baantjes te verzinnen. Bij de DUB was ik niet langer alleen columnist, maar ook hoofd ongewenste schoudermassages. Ook noemde ik meteen mijn officiële betrekking bij de gemeente Utrecht als toezichthouder glutenbestrijding. Al snel stonden ook mijn werkzaamheden bij belangwekkende goede doelen online. Bijvoorbeeld dat ik bij ABN-Amro op vrijwillige basis vier dagen per week beschikbaar ben om opgeroepen te worden bij filosofische noodgevallen, (zwaar werk, maar iemand moet het doen). Ook vertelde ik openhartig over Anticef, een goed doel waaraan ik verbonden ben, dat erop toeziet dat andere goede doelen hun humanitaire verplichtingen kunnen nakomen. Daarom maken we ons bij Anticef hard voor een grootschalige terugvorderingsactie van alle muggennetten die Unicef de afgelopen jaren naar Afrika heeft verstuurd. Ook het planten van bomen door het Wereld Natuur Fonds wordt door ons gecompenseerd met het stationair draaien van meer dan tweeduizend Hummers in de sloppenwijken van Rio. 

Geleidelijk raakte ik meer en meer onder de indruk van het imposante beeld dat oprees uit alle ervaringen die deze “Mathijs Geurts” had gehad. Wat een vent! Cassie zou hier steil van achterover slaan. Onder het kopje “Politieke activiteiten” beschreef ik mijn campagnes voor een universiteitslied in het Sanskriet, het verklaren van de IBB tot immaterieel cultureel erfgoed en het radicaal uitdunnen van de Utrechtse studentenpopulatie, een zogeheten stuicide. Ik sloot af met een simpel doch elegant citaat van doctor Martin Luther King Jr. Om het mysterie van mijn indrukwekkende personage nog even in stand te houden besloot ik om voorlopig nog geen profielfoto te plaatsen. Die wordt as we speak door een team van experts in elkaar gezet.

Dus, mocht iemand van jullie geïnteresseerd zijn in een connectie met een ambitieuze student die ervaring heeft met olifantendressuur in Myanmar, vloeiend Han-Chinees spreekt en deel uitmaakt van de Deense adellijke familie, dan weten jullie me kunt vinden.

Advertentie