Brandbrief bij Sociale faculteit

Body: 
De wetenschappelijk directeuren van deonderzoekcentra binnen de faculteit Sociale Wetenschappen hebbengeschokt gereageerd op de begroting van de faculteit. Het feit datniet zij, maar de capaciteitsgroepen de beschikking krijgen overgeld en personeel reduceert de centra tot vrijwel virtueleorganisaties, zo menen de directeuren.

In een gezamenlijke brief aan het bestuur van de faculteitwijzen de directeuren de voorgestelde toedeling van middelen"unaniem en met kracht" af. Het bestuursteam heeft inmiddelstoegezegd de brief serieus te zullen nemen.

De briefschrijvers zijn onder meer bang dat decapaciteitsgroepen (de vroegere vakgroepen) vrijelijk kunnenschuiven met geld van onderwijs naar onderzoek en vice versa. Dewetenschappelijk directeuren vinden dat zij daardoor veel te weiniggreep hebben op de uitvoering van het eigen beleid. Zij vinden hetonterecht dat zij wel de verantwoordelijkheid hebben voor deonderzoeksprogramma's terwijl in hun ogen de feitelijkmogelijkheden om die bevoegdheden adequaat waar te makenontbreken.

Prof.dr. Arie de Ruijter, portefeuillehouder onderzoek van hetbestuursteam en in zijn hoedanigheid van voorzitter van hetmanagementteam tevens ondertekenaar van de brief, kan zich wel watvoorstellen bij de angst van zijn mede-directeuren. "We hebbengekozen voor eenduidige bedrijfsvoering; al het geld gaat naar decapaciteitsgroepen. Maar het is nieuw. We hebben dit spel nog nooitgespeeld en weten nog niet hoe het uitpakt."

Ofschoon hij zelf heeft bijgedragen aan de formulering van debrief relativeert hij de forse bewoordingen. "Er zijn altijdopgewonden standjes en mensen die denken: 'Een beetje extra drukkan geen kwaad'."

Volgens De Ruijter spitsen de bezwaren zich toe op de positievan de aio's. "De wetenschappelijk directeuren zijn bang dat dieaio's, als het zo uitkomt, worden ingezet in het onderwijs waardoorhet onderzoek in de knel komt."

Hij vraagt zich wel af of de wetenschappelijk directeurenbeseffen wat ze over zich afroepen als ze de aio's zelf in dienstkrijgen. "Dan ben je verschrikkelijk druk met het regelen vanallerlei kleine dingetjes, zoals verlof, ziekte, studiereizen ennoem maar op."

Overleg is de volgende stap. De Ruijter houdt het voor mogelijkdat het faculteitsbestuur aan de eisen van de wetenschappelijkdirecteuren tegemoet komt. Die laten weten niets te zien inaanpassing van de bestaande systematiek. De Ruijter isoptimistisch. Hij verwacht dat erwel een oplossing komt, voor zoalshet in de brief heet: "de ontstane impasse".

AvD