Studente in gelijk gesteld over onderwijs rassenleer

Body: 
Een omstreden theorie over verschillen tussen rassen is vorig cursusjaar door de docent van onvoldoende context voorzien. De faculteit Sociale Wetenschappen is tekort geschoten bij het behandelen van een klacht hierover.

Dat concludeert het Utrechtse college van bestuur op gezag van een ad hoc-commissie onder leiding van prof.dr.mr. B. de Gaay Fortman. De commissie was door het college ingesteld om een advies uit te brengen over de slepende controverse tussen studente Inge Versteegt en de faculteit.

Versteegt had ruim een jaar geleden een klacht ingediend over de weinig kritische manier waarop een inmiddels gepensioneerd docent in een college evolutionaire psychologie de rassenleer van J. Philippe Rushton had behandeld. Omdat zij bij de faculteit Sociale Wetenschappen onvoldoende gehoor vond, wendde zij zich eind vorig jaar tot het college van bestuur. Dat stelde een commissie in, waarvan naast De Gaay Fortman ook de Utrechtse onderwijsdeskundige prof.dr. A. Pilot en de Amsterdamse emeritus-hoogleraar psychologie prof.dr. P. Drenth deel uitmaakten.

Vrijdag 20 februari presenteerde de commissie haar advies. Zij concludeert dat de docent tijdens het bewuste college onvoldoende is ingegaan op de omvangrijke wetenschappelijke kritiek op de theorie van Rushton.

Ook het feit dat het hier gaat om een ‘maatschappelijk gevoelige’ theorie is door de docent verontachtzaamd, aldus de commissie. De door Rushton geponeerde verschillen tussen rassen zijn door racistische en (neo-)nazi bewegingen uitgelegd in termen van superioriteit en minderwaardigheid. Dat verplicht een docent om het gebruik dat van de theorie gemaakt wordt expliciet aan de orde te stellen.

Kort samengevat dienen wetenschappelijk omstreden en maatschappelijk gevoelige theorieën in het onderwijs van context te worden voorzien. Dat is in dit geval onvoldoende gebeurd, aldus de commissie.

Volgens De Gaay Fortman hoeft niet te worden getwijfeld aan de goede bedoelingen van de docent. Ook medewerkers van de faculteit Sociale Wetenschappen hebben naar zijn mening bij de behandeling van de klacht te goeder trouw gehandeld. Dat laat echter onverlet dat de klacht niet op een goede manier is afgehandeld.

Het ‘zowel procedureel als inhoudelijk tekortschieten’ van de faculteit ligt volgens De Gaay Fortman mede aan het ontbreken van criteria op grond waarvan de behandeling van omstreden theorieën in het onderwijs kan worden beoordeeld. Hij adviseert de Universiteit Utrecht om in haar klachtenprocedure de didactische vereisten op te nemen waaraan zulk onderwijs dient te voldoen.

Het college van bestuur sluit zich aan bij de conclusies van de commissie en heeft besloten om de klachtenprocedure conform het advies aan te passen. Omdat de docent niet meer bij de universiteit werkt en de cursus evolutionaire psychologie niet meer wordt gegeven, is geen verdere actie nodig.

In een eerste reactie zei Inge Versteegt heel blij te zijn met het advies. Het college van bestuur en de studente bereiden een gezamenlijke verklaring voor om zo definitief een punt achter de zaak te zetten.

EH

Zie voor het advies het universitaire nieuwsarchief: www.uu.nl/nieuws