‘Koning van de shoot outs’ studeert gewoon in Utrecht

Body: 

Josine Koning was afgelopen zomer even de held van het Nederlandse hockey. Als doelvrouw van Oranje sleepte ze haar team naar de finale van het WK. Voor de Utrechtse rechtenstudent voelde het als haar grote doorbraak. “In belangrijke wedstrijden stond ik nooit in het doel.”

Read in English

“Dat was voor mij een heel belangrijk moment”, blikt Josine Koning terug op het hoogtepunt uit haar carrière begin augustus. Na de officiële speeltijd was de stand in de halve finale van het wereldkampioenschap tegen Australië gelijk. De beslissing moest komen uit shootouts, een zenuwslopend één-tegen-één-spel waarbij steeds een speler met de bal op de keeper afloopt en probeert te scoren. De 23-jarige rechtenstudent was aangewezen als keeper van Oranje. Zij bleef uiteindelijk soeverein overeind en werd luid bejubeld. Twee dagen later werd Nederland in Londen wereldkampioen.

In café De Poort aan het Ledig Erf legt Josine uit waarom die succesvolle shootoutreeks zo bijzonder voor haar was. “Ik was lange tijd tweede keeper. In belangrijke wedstrijden stond ik nooit in het doel.” Maar bij het WK waren de UU-masterstudent en haar collega-keeper Anne Veenendaal deze zomer aan elkaar gewaagd. “Tijdens dat toernooi was er eigenlijk geen eerste keeper. Alleen een voorkeur voor wie er bij shootouts in het doel zou staan.”

Beelden uit de halve finale van het WK waarin Josine uitblonk

"Ik kom uit een hockeyfamilie”, vertelt de student die volgende week met het Nederlands team afreist naar China voor het toernooi om de Champions Trophy. "Ik ben haast opgegroeid op het hockeyveld.” Op jonge leeftijd meldde ze zich bij de lokale club. Na alle teams bij Amersfoort te hebben doorlopen, ging ze op zoek naar een nieuwe uitdaging. Die vond ze bij SCHC in Bilthoven. “Daar kwam ik toen ik vijftien was. Uiteindelijk werd ik daar tweede keeper van het eerste damesteam. Na een tijdje merkte ik dat ik daar ook uitgegroeid was.” Opnieuw zoekend naar een uitdaging kwam ze bij Den Bosch terecht waar ze eerste keeper werd en dat nog altijd is. Met haar team werd ze de afgelopen meerdere malen landskampioen.

Inmiddels is ze al tien jaar keeper en gewend aan ballen die met hoge snelheid op haar af komen. Lachend zegt ze: “Ik denk ook wel eens dat je gestoord moet zijn om op doel te gaan staan.” Maar bang is ze nooit. “Je bent goed beschermd. En af en toe heb je een blauwe plek, maar dat is dan maar zo. Spelers hebben dat ook.”

Toch is het een bekend cliché, in welke sport ook, dat keepers rare mensen zijn. Ook Josine begrijpt dat het moeilijk kan zijn om als keeper goed in de groep te liggen. “Je bent een apart onderdeel van het team. Keepers kunnen daarom een beetje op zichzelf zijn en er een beetje buitenvallen. Zelf heb ik dat niet, hoop ik. Ik hoor weleens van andere mensen dat ik een ‘normale keeper’ ben. Dat is een soort schouderklopje. Ik denk trouwens dat je voor iedere positie wel aparte eigenschappen kunt noemen.”

'Ik wilde niet anders zijn dan de rest'

Het combineren van studie en hockey is door de jaren heen steeds minder gemakkelijk geworden, vindt Koning. “Bij SCHC trainde ik niet zo veel als nu of hoefde ik op zondag niet mee te spelen. En ik deed geen krachttraining op mijn vrije dagen. Bovendien was de reistijd maar een kwartier.”

In het begin bij Den Bosch ging het ook nog. “Toen zat ik bij Jong Oranje en die trainen alleen als er een toernooi aankomt. Ik zit nu twee jaar bij het Nederlands elftal en ik ben bezig met mijn master. Dat maakt het combineren van sport en studie een stuk lastiger. Dan train je opeens op maandag, dinsdag en woensdag en moet je vaak ook in een hotel overnachten.”

Voor Josine betekent dat ook: veel overleggen met docenten en studiebegeleiders. Iets wat ze tijdens de bachelorfase niet deed. “Ik probeerde dingen zelf oplossen. Als ik een tentamen niet kon maken, wachtte ik tot de herkansing. Ik wilde niet anders zijn dan de rest.”

Nu heeft ze, zoals ze zelf zegt, alle hulp nodig die er is. “Een master duurt een jaar en je kan er niet zomaar langer over doen. Ik overleg met de docenten en studiebegeleiders en ook met de topsportcoördinator. Bijvoorbeeld over verlenging van mijn status als topsporter waardoor ik in sommige gevallen een uitzonderingspositie kan krijgen.”

‘Het studentenleven was een uitlaatklep’

Josine noemt zichzelf graag topsporter slash student. “Ik woonde met zestien anderen in een studentenhuis aan het Joke Smitplein. Dat had ik niet willen missen”, vertelt ze. “Het studentenleven was een soort uitlaatklep. Dan kon ik me als een gewone twintigjarige gedragen. Al ging ik wel echt minder uit dan de rest. Ik moest rekening houden met trainingen en wedstrijden. Als je de volgende dag zo’n verplichting hebt, kun je het de avond daarvoor niet laat maken.”

Sommige dingen waren voor haar niet mogelijk. “Ik had graag bij een vereniging gewild. Een aantal mensen in mijn huis zaten er wel bij en soms kon ik met ze mee naar open feestjes. Op die manier heb ik er een deel van meegekregen.” Nu ze met haar master bezig is, woont ze in een afstudeerhuis. “Dat is een stuk rustiger.”

‘Ik hoef niet zo nodig in de showbizz’

Wat er na het studeren en het hockeyen komt? Ze weet het nog niet precies. Bekende ‘hockeydiva’s’ als Fatima Moreiro de Melo, Naomi van As en Ellen Hoog presenteren inmiddels tv-programma’s, maar Koning kiest liever voor een baan die aansluit bij haar studie. “Als ik stop wil ik meteen het maatschappelijke leven in. Met een gewone baan. Ik ben me er bewust van dat mijn hockeycarrière op een moment ophoudt en dan wil ik niet in een gat vallen.  Ik hoef niet zo nodig in de showbizz. Dat past ook niet bij me.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail