Medewerkers Congresbureau blijven maand langer in dienst

Body: 

De medewerkers van het Congresbureau van het Facilitair Service Centrum worden een maand later ontslagen dan gepland. FSC-directeur Ineke van Oosten komt hiermee tegemoet aan de klacht dat de medezeggenschap zich niet heeft kunnen verdiepen in de organisatiewijziging.

De medewerkers van het Congresbureau van het Facilitair Service Centrum worden een maand later ontslagen dan gepland. FSC-directeur Ineke van Oosten komt hiermee tegemoet aan de klacht dat de medezeggenschap zich niet heeft kunnen verdiepen in de organisatiewijziging.

De zes medewerkers van het Congresbureau van wie de baan gaat vervallen, krijgen een maand respijt. Hun contract zou per 1 januari 2014 worden ontbonden, dat is nu 1 februari 2014 geworden. Het bureau organiseert voor de universiteit onder meer de bachelor- en masterdagen.

Het Congresbureau heeft slechte bedrijfsresultaten. Dat hoorden de leden van de Dienstraad van FSC pas een maand geleden. Toen werd ook meteen duidelijk dat het bureau zou verdwijnen. De Dienstraad vindt het erg dat ze niet heeft kunnen meedenken over een eventueel reddingsplan voor het bureau. Ook heeft de raad geen tijd gehad om zich inhoudelijk te verdiepen in de wijziging van hun organisatie of te overleggen met de vakbonden. Want betrof het hier niet een reorganisatie? Dan heeft de medezeggenschap inspraak en moet er een sociaal plan voor de medewerkers komen.

Directeur Ineke van Oosten gaf tijdens de vergadering met Dienstraad toe dat het proces misschien iets te snel is gegaan. Vandaar dat ze de organisatorische wijziging een maand vooruit schuift. Hierdoor blijven de medewerkers van het Congresbureau een maand langer in dienst. De Dienstraad heeft nu tijd om zich in de organisatiewijziging te verdiepen. Maar een reorganisatie is dit niet, zegt ze. Volgens de directeur is het aan de juristen van de universiteit en het Lokaal Overleg -  waar vakbonden en werkgever met elkaar overleggen - om te beoordelen of een organisatiewijziging een reorganisatie is. Om dit te kunnen beoordelen, kijken zij naar de Wet op de Ondernemeningsraden.

Petra Vlugter van Juridische Zaken en Aletta Huizenga van personeelszaken zijn aanwezig om uitleg te geven. Ze wijzen op artikel 25 van de wet: wanneer er sprake is van een ‘belangrijke wijziging in de organisatie van de onderneming, dan wel in de verdeling van bevoegdheden binnen de onderneming’ is inspraak nodig. Huizenga: “Wat is in dit geval ‘belangrijk’. Voert het Congresbureau bijvoorbeeld een kernactiviteit uit van de Universiteit Utrecht of het facilitair bedrijf?”  Volgens personeels- en juridische zaken gaat het hier dus niet om een ‘belangrijke wijziging’ en is het sluiten van het Congresbureau geen reorganisatie.

De Dienstraad is het niet eens met deze interpretatie. De leden hebben dezelfde wet bestudeerd. Zij komen tot de conclusie dat de wijziging ingrijpende rechtspositionele gevolgen heeft voor de medewerkers en dat er daarom wél sprake is van een reorganisatie.

Vlugter: “Voor de mensen die het betreft, heeft deze verandering natuurlijk een grote impact, maar niet voor de organisatie in haar geheel. Het is geen keuze van de universiteit om dit geen reorganisatie te laten zijn. We hebben gekeken naar de criteria die worden gehanteerd voor een reorganisatie. Daar voldoet deze wijziging niet aan.”

Heleen Verhage, één van de twee leden van de Universiteitsraad die de discussie in de Dienstraad  bijwoonde, bracht nog diezelfde middag de definitie van een reorganisatie te berde tijdens de vergadering van de U-raad met het College van Bestuur. Dit deed ze ook omdat collegelid Hans Amman eerder al had aangegeven dat hij verwachte dat er vaker kleine organisatieveranderingen komen.

Verhage zei dat ze zich kan voorstellen dat een universiteit niet elke wijziging een reorganisatie wil noemen en dat er veranderingen mogelijk moeten zijn zonder reorganisaties “maar gezien de onrust die dit soort beslissingen bij medewerkers teweegbrengt, zou het goed zijn als het voor iedereen duidelijk is hoe zo’n traject van een kleine organisatorische verandering verloopt.”

Amman zegde toe met de U-raad en de lokale vakbonden om tafel te gaan, zodra de definitieve cao-tekst klaar is. In het landelijk onderhandelaarsakkoord hebben vakbonden en universiteiten de wens uitgesproken voor een duidelijke definitie van een reorganisatie. Daar wordt nu op landelijk niveau over gesproken.

Facebook Twitter Whatsapp Mail