Foto: Discrimination by Nick Youngson CC BY-SA 3.0 ImageCreator

Promovendi en masterstudenten melden ongewenst gedrag niet

Body: 

Utrechtse promovendi en masterstudenten maken nauwelijks melding van discriminerende opmerkingen, seksuele opmerkingen of pesterijen. De enkeling die dat wel doet, is vaak ontevreden over de afhandeling van de klacht. Dat blijkt uit een enquête.

Read in English

Van de 1864 Utrechtse respondenten van het internationaal vergelijkende GradSeru-onderzoek vulden 342 promovendi en 400 masterstudenten de vragen over het thema 'ongewenst gedrag' in. Van deze groep stelden 63 promovendi en 57 masterstudenten weleens last te hebben gehad van discriminatie, intimidatie of pesterijen.

De U-raad ontving eerder deze maand de juiste cijfers over dit thema uit het onderzoek over 2017. Dit voorjaar was per abuis een verkeerde weergave aangeleverd.

Respondenten konden in het onderzoek meerdere zaken aankruisen. In totaal ging het uiteindelijk om 256 negatieve persoonlijke ervaringen met collega's of medestudenten. De meeste hadden betrekking op uitsluiting bij onderzoeks- of werkgroepen (18 procent). Eenzelfde percentage van de klachten ging over intimidatie of agressie vanwege nationaliteit. Maar er zijn ook studenten en promovendi die problemen ondervonden vanwege hun ras (14 procent) of gender (13 procent).

Opvallend is dat de meeste studenten en promovendi hun klachten niet bij de universiteit of bij een vertrouwenspersoon hebben gemeld. Dat deden slechts 9 promovendi en 10 masterstudenten. Hoewel een aantal onderzoeken naar deze meldingen nog liep ten tijde van het onderzoek, is duidelijk dat een flink deel van deze studenten en promovendi niet erg te spreken is over de afhandeling van hun melding. Vier van de tien promovendi zijn ontevreden of zelfs zeer ontevreden.

Punt van zorg
Hoewel de UU het aantal melders niet heel groot vindt, neemt ze de signalen serieus. Het geringe percentage klachten dat gemeld wordt en de ontevredenheid over de afhandeling, is een punt van zorg. Het zou een signaal kunnen zijn dat ook andere studenten en medewerkers ervoor terugdeinzen om vervelende ervaringen te delen.

Het afgelopen jaar werden alle bestaande regelingen op het gebied van ongewenst gedrag al onder de loep genomen. Ook komt er een tweede vertrouwenspersoon ongewenst gedrag. Dit voorjaar moet besluitvorming over aanpassingen en verbeteringen plaatsvinden. Dat moment wil de UU aangrijpen om studenten en promovendi opnieuw te informeren over de mogelijkheden om misstanden te melden. Eerder werd al bekend dat de UU een speciale PhD-psycholoog gaat aanstellen. 

Vaart zetten
Raadslid voor promovendipartij UPP Nico Naus noemt de uitkomsten "schrikbarend". Hij is daarom blij met aanpassingen van de regeling ongewenst gedrag en de aanstelling van een extra vertrouwenspersoon. Toch wil hij bij het universiteitsbestuur aandringen op verdere stappen.

Naus hoopt op een bewustwordingscampagne waarbij ook het verbeteren van het mentoraat binnen graduate schools en het vergroten van de sociale cohesie binnen de schools aandacht krijgt. Ook wil hij meer vaart zetten achter het verbeteren van de begeleiding van promovendi. “We hebben genoeg voorbeelden gezien van verstoorde relaties tussen supervisor en promovendus die leidden tot enorme vertragingen en in het ergste geval uitvallen van de promovendus.”

Dit voorjaar hoopt de UU de U-raad ook een vergelijking te kunnen voorleggen van de GradSeru-resultaten met twee andere universiteiten. De Utrechtse uitkomsten van dat onderzoek zijn binnenkort voor iedereen met een SolisID terug te vinden via de website van de universiteit. In totaal waren 8041 Utrechtse promovendi en masterstudenten aangeschreven.

Facebook Twitter Whatsapp Mail