Creative commons: Pixabay

Rechtszaak: Niet opgeleid, maar opgelicht in het Engels?

Body: 

Beter Onderwijs Nederland heeft haar rechtszaak tegen de Onderwijsinspectie ingetrokken. Ook het kort geding tegen twee universiteiten wilde BON op pauze zetten, maar die zagen dat niet zitten. De uitspraak is over drie weken.

Read in English

Lees vertaling

Na jaren van opinieartikelen en debatten is de vereniging BON naar de rechter gestapt om de opmars van Engels in het hoger onderwijs een halt toe te roepen: geen enkele opleiding mag meer Engelstalig worden totdat er beter is nagedacht over de wenselijkheid van deze trend, vindt de vereniging. 

BON is een proefproces begonnen tegen twee universiteiten (Twente en Maastricht) die veel Engelstalig onderwijs aanbieden en tegen de Onderwijsinspectie, die de wet strenger zou moeten handhaven. Donderdag diende het kort geding.

'Het huis staat in brand'
De advocaat van BON gebruikte dramatische woorden om zijn eis kracht bij te zetten: “Het huis staat in brand en niemand doet er iets aan.” De verengelsing schaadt mensen “die denken dat ze opgeleid worden, maar in feite opgelicht worden”.

Maar de zaak tegen de Onderwijsinspectie hoeft niet meer door te gaan. Dit jaar doen de inspecteurs namelijk onderzoek naar het taalbeleid van universiteiten en dat is precies wat BON eiste. De vereniging trok de vordering daarom ter plekke in.

“Dat hier nu een kort geding voor nodig was…”, verzuchtte voorzitter Ad Verbrugge van de vereniging BON, maar volgens de Onderwijsinspectie staat deze rechtszaak er los van. Het onderzoek zou er toch wel komen.

'Waarom meteen kort geding?'
Dus bleef de zaak tegen de universiteiten over. De universiteiten vroegen zich in de rechtszaal af waarom BON niet eerst met hen was komen praten, zoals het hoort wanneer je een kort geding wilt aanspannen. Zij zijn immers altijd bereid om over hun beleid in gesprek te gaan, zeggen ze.

De advocaat van de vereniging bood aan om alsnog samen in gesprek te gaan en het kort geding dan 'aan te houden'. Maar de universiteiten zagen zo’n gesprek “met het mes op de keel” niet zitten. BON zou immers elk moment kunnen besluiten om de zaak weer voort te zetten. Dan liever meteen een uitspraak.

Hun verdediging was deels formeel. BON is niet de aangewezen partij om een rechtszaak over Engelstalig onderwijs te voeren, stelden Twente en Maastricht. Want wie vertegenwoordigt de stichting eigenlijk? In de facultaire medezeggenschapsraden zitten docenten en studenten van de opleidingen zélf en die beslissen over de voertaal. Die hebben veel meer recht van spreken.

Partijdige rechter?
De Universiteit Twente stelde zelfs dat BON bij de verkeerde rechtbank had aangeklopt. BON zou in Enschede of Maastricht naar de rechter moeten stappen: de keuze voor Utrecht “wekt argwaan”, zei een van de Twentse advocaten, suggererend dat de Utrechtse rechter misschien wel partijdig zou zijn. Het werd niet duidelijk waarom.

De rechter ging er niet op in, maar ze had wel een vraag. Heeft de universiteit zin in een herhaling van zetten, mocht zij zichzelf  onbevoegd verklaren en de BON vervolgens gewoon in Enschede naar de rechter stappen? Maar de advocaten van de Universiteit Twente bleven erbij. Wat hen betreft, hoefde de rechter niet eens aan de inhoudelijke behandeling van de zaak te beginnen.

'Woordenschat Nederlanders in Engels gelijk aan kind van acht of negen'
Het waren omtrekkende bewegingen, want de kern van de zaak is of opleidingen met goede reden voor het Engels kiezen. De woordenschat van studenten is gewoon kleiner in het Engels, betoogde BON. Wat is bijvoorbeeld de Engelse benaming voor koolmees, pimpelmees of vink? “We komen vaak niet verder dan a kind of bird”, smaalde haar advocaat.

BON haalde er een deskundige bij, emeritus-hoogleraar experimentele taalpsychologie Annette de Groot, die uitlegde dat Nederlanders, zelfs als ze best goed Engels spreken, in die taal ongeveer evenveel woorden kennen als Engelse kinderen van acht, negen jaar oud. Het is alsof je wilt figuurzagen met een cirkelzaag, stelde ze.

Maar de universiteiten denken er anders over. Ze maken altijd een zorgvuldige afweging, zeiden ze, ook al is BON het niet met hun afweging eens. Ze wezen op enthousiaste studenten en goedkeuring van accreditatieorganisatie NVAO. Internationalisering helpt bij het ontwikkelen van interculturele vaardigheden. Deze universiteiten liggen bovendien vlakbij de grens en bereiden studenten voor op werk in die regio: die is nu eenmaal internationaal.

'Nederlands leren om te integreren, maar Uni in het Engels'
De rechter moet bovendien niet alle onzin geloven die BON uitkraamt. Zouden deze universiteiten de koning hebben gevraagd om de troonrede in het Engels te houden vanwege de internationalisering, zoals de advocaat beweerde? Niets van waar, zegt de tegenpartij.

Na afloop is voorzitter Ad Verbrugge van BON “niet ontevreden”. De rechter heeft de tijd genomen en heeft goed geluisterd, meent hij. En de argumenten van de universiteiten? Daar heeft hij nog steeds geen goed woord voor over. “Zij willen er gewoon mee doorgaan.”

Het gaat eigenlijk niet om de kwaliteit van het onderwijs, meent Verbrugge, maar om de culturele taak om in het Nederlands les te geven. “We zeggen tegen Achmed en Ali dat ze Nederlands moeten leren om te integreren, en als ze dan naar de universiteit gaan is alles in het Engels.” Dat is een politieke keuze, zegt hij, en die is nog niet gemaakt: volgens de wet moet het onderwijs in principe Nederlandstalig zijn.

Het is de vraag of hij de rechter heeft overtuigd. Zij neemt iets meer tijd dan gebruikelijk om tot een oordeel te komen, zei ze aan het einde van de rechtszaak. Geen twee, maar drie weken: 6 juli is het zover.

Facebook Twitter Whatsapp Mail