Universiteitsbestuur belooft minder vervoerskosten

Debat in de U-raad, rechts Anton Pijpers, midden met rood t-shirt Floris Boudens. Rector Kummeling was verlaat, ironisch genoeg vanwege problemen bij de NS Foto DUB

Het Utrechtse College van Bestuur spendeert dit jaar niet meer dan 100.000 euro aan woon-werkverkeer en dienstreizen binnen Nederland. Met die belofte kwam het universiteitsbestuur in een speciaal belegde raadsvergadering tegemoet aan de forse kritiek op zijn declaratiegedrag. Voor de langere termijn willen de bestuurders de kosten verder verlagen, maar daarvoor is vooral de Raad van Toezicht aan zet. Die gaat over de arbeidsvoorwaarden van de collegeleden. De mogelijke maatregelen zullen met de raad worden besproken.

Het universiteitsbestuur, en met name collegevoorzitter Anton Pijpers, kwamen de afgelopen maand onder vuur te liggen door hoge reis- en vervoerskosten in 2018. Samen spendeerden de bestuurders daaraan 180.000 euro, waarvan 124.000 euro op conto van Pijpers kon worden geschreven. Vooral het gebruik van een dienstauto met chauffeur voor het woon-werkverkeer tussen Utrecht en Zutphen viel op.

De kwestie werd landelijk nieuws toen raadslid Floris Boudens, gefrustreerd door de gelaten houding van de rest van de universiteitsraad, naar de landelijke politiek stapte. GroenLinks-kamerlid Zihni Özdil vroeg om uitleg en minister Van Engelshoven heeft inmiddels de Onderwijsinspectie gevraagd de reiskosten te onderzoeken. Dinsdag kwamen er verschillende nationale media naar De Uithof.

Meer tijd nodig
Het universiteitsbestuur heeft steeds gezegd dat de uitgaven transparant zijn en volgens de regels tot stand zijn gekomen. “Maar wij realiseren ons dat de kosten hoog zijn”, stelde Anton Pijpers dinsdag in zijn openingswoord. Vorig jaar is daarom al besloten om afstand te doen van één van de twee dienstauto’s met chauffeur, aldus de UU-voorzitter. Bovendien gaat Pijpers binnenkort naar Utrecht te verhuizen. Om die redenen kon hij ook aan de raad toezeggen dat de totale uitgaven van het universiteitsbestuur beperkt blijven tot minder dan een ton.

Het universiteitsbestuur zei ook tegemoet te willen komen aan de roep van de raad om verdere kostenverlaging op de langere termijn. In hoeverre een dienstauto voor Utrechtse bestuurders noodzakelijk is, is daarbij de belangrijkste vraag. Voor een antwoord op die vraag is echter meer tijd nodig, stelde vice-voorzitter Annetje Ottow. “Wij gaan niet over onze eigen arbeidsvoorwaarden. Daar is toch echt de Raad van Toezicht voor nodig.”

Studentenraadsfractie VUUR stuurde eerder al een brief naar de Raad van Toezicht. Daarin dringen zij aan op een declaratieplafond van 40.000 euro en meer transparantie over de uitgaven. Op korte termijn staat een gesprek tussen de U-raad en de Raad van Toezicht gepland.

Scenario's bespreken
In hun reacties spraken de studentenraadspartijen waardering uit voor de gestes van het bestuur. Zij wilden echter wel meer duidelijkheid over de precieze route die het universiteitsbestuur samen met de Raad van Toezicht wil gaan volgen.

Collegevoorzitter Pijpers stelde voor om op korte termijn mogelijke scenario’s met de raad te bespreken. Hij wilde zich er nog niet op vastleggen of dit in een vertrouwelijke of openbare setting gaat gebeuren. Bij de bespreking van de begroting voor 2020 in december moet duidelijk zijn wat de nieuwe maatregelen zijn en welke financiële implicaties die hebben.

Raadslid Bina Chirino van VUUR benadrukte dat studenten en medewerker in de raad blijven inzetten op een toekomst waarin bestuurders geen gebruik kunnen maken van een dienstauto of taxi voor woon-werkverkeer. Voor reizen die zij voor het vervullen van hun functie moeten maken, zou alleen een lease-auto met chauffeur ingezet mogen worden als dat aantoonbaar efficiënter en goedkoper is dan een taxi.

Pijpers zei desgevraagd geen afstand te doen van zijn uitspraken in een eerdere raadsvergadering. Daar vond hij de dienstauto een voorwaarde om zijn werk ‘goed, tijdig en in vertrouwen’ te kunnen doen. “Maar ik sta open voor andere scenario’s. Daar gaan we nu naar kijken.”

Uitholling
Tot slot sprak rector Henk Kummeling zijn ongenoegen uit over het feit dat discussies over het Utrechtse universitaire beleid zich in het afgelopen jaar afspeelden in Den Haag. Eerder vielen Kamerleden al over het diversiteitsbeleid van de universiteit nadat raadsleden daarover in de media hadden geklaagd. “Als we dit soort debatten niet eerst in alle openheid in eigen huis voeren, dan betekent dat een uitholling van de universitaire democratie”, waarschuwde hij.

Raadslid Floris Boudens plaatste daarop kanttekeningen bij het functioneren van die universitaire democratie, waarin hij als kritische eenling niet aan bod komt. “Maar bovendien zie ik niet in waarom we de nationale politiek moeten uitsluiten. Dat zijn toch volksvertegenwoordigers?”

Kummeling: “Kamerleden zijn gekozen in relatie tot de regering. Als universiteitsbestuur hebben we geen verantwoordingsrelatie met Kamerleden, maar met de U-raad. Daarom willen we het debat met jullie voeren.”

Advertentie