In het kader van een promotiecampagne van Utrecht Science Park hing een doek met Hans Clevers begin 2017 aan het Van Unnikgebouw. Foto: Hans van Leeuwen

Vertrekkende Clevers zet discussie over Nederlands kennisklimaat op scherp

Body: 

Een topwetenschapper die Nederland ontvlucht omdat hij zich beteugeld voelt door verstikkende regelgeving. Zo berichtten veel media over de overstap van Hans Clevers naar farmaconcern Roche. “Een vertrek uit ongenoegen? Dat gaat te ver”, zegt de universiteitshoogleraar. “Maar we doen onszelf in Nederland echt te kort.”

Read in English

De mislukte start van een biomedisch bedrijf in Utrecht was voor Hans Clevers een belangrijke reden om Nederland gaat verlaten. Dat schreef het Financieele Dagblad over het vertrek van de universiteitshoogleraar naar het Zwitserse farmaceutische bedrijf Roche. Clevers gaat daar vanaf half maart leiding geven aan de onderzoeksafdeling met 2600 medewerkers en een budget van 1,6 miljard euro.

De berichtgeving over de beperkingen die ondernemende academici worden opgelegd, gaven aanleiding tot verontwaardigde reacties. Prins Constantijn van Oranje die zich al jaren inzet voor een beter ondernemersklimaat, uitte zijn onvrede op LinkedIn en twee politieke partijen kondigden Kamervragen aan.

Na zijn publieke verzet tegen nieuwe beoordelingscriteria voor onderzoekers, zorgde Clevers dus voor de tweede keer binnen een week voor ophef in wetenschapsland.

Desgevraagd wil Clevers niets zeggen over het bedrijf waaraan hij werkte of over de redenen voor het stuklopen daarvan. “Het is een vervelende kwestie, die niet direct het gevolg was van regelgeving. Alle bestuurders zijn hiervan op de hoogte, maar van hen zul je ook niets horen.”

Zijn vertrek uit Nederland is volgens hem ook niet direct te koppelen aan zijn ongenoegen over de strikte regels, stelt Clevers. Dan had hij wel eerder in zijn carrière een andere weg in geslagen.

Het is wel zo dat hij aan het einde van zijn loopbaan nog graag zelf een medicijn wilde maken. “Iets tastbaar, iets wat ik nog aan mijn moeder kan laten zien.” Na de “vervlogen droom” in Utrecht, kwam de kans in Bazel bij toeval voorbij. Als commissaris bij het bedrijf praatte hij mee over de vacature, toen duidelijk werd dat de overige commissarissen het liefst Clevers zelf aan het roer van de onderzoeksafdeling zagen.

Defensieve universiteiten
Dat er door de berichtgeving van het FD nu aandacht is voor de gebrekkige benutting van de hoogwaardige Nederlandse biomedische wetenschappelijke kennis vindt hij “prima”. Clevers gaf inmiddels verschillende interviews aan kranten en was onder meer te gast in de tv-talkshow Op 1.

Hij snapt de angst dat commerciële ondernemingen aan de haal gaan met publiek of charitatief gefinancierd onderzoek. Maar vooral klassieke universiteiten reageren naar zijn mening veel te defensief wanneer onderzoekers met voorstellen komen om een bedrijf te starten. De instellingen zijn volgens hem bang voor imagoschade en voor ongelijkheid op de werkvloer. “Bovendien: een bedrijf dat er niet komt, mist niemand.”

Ondernemende academici krijgen volgens Clevers daarom te maken met “een web aan restricties”. Ze worden bijvoorbeeld gedwongen binnen twee jaar te kiezen tussen hun universitaire aanstelling en hun bedrijf en mogen maar een zeer beperkt deel van de aandelen hebben.

Het gaat wetenschappers er daarbij niet om dat ze veel geld willen verdienen, verzekert Clevers. “Maar voor investeerders is het vaak problematisch als de persoon die van het grootste belang is voor de onderneming vrijwel niets te zeggen heeft.”

Volgens de stamcelonderzoeker maakt elke universiteit per geval eigen afwegingen, tot frustratie van ondernemende academici. Hij pleit voor landelijke afspraken. “Waarom maken universiteiten hier geen transparante regels voor? Ze doen zichzelf te kort, maar ook de Nederlandse economie. Onze kennis is fantastisch, we doen er alleen weinig mee.”

Nooit iets gedaan voor de industrie
De universiteitshoogleraar maakt nu zelf de overstap naar het in Nederland vaak verfoeide big pharma. Dat dat her en der tot verbazing leidt, begrijpt hij. Hij zegt Roche te hebben leren kennen als een familiebedrijf met oog voor de langere termijn. “Dus zonder de scherpe randjes en fixatie op kwartaalcijfers.”

De reacties van zijn collega’s in de wetenschappelijke wereld zijn naar zijn idee opmerkelijk positief, ook die van de Nederlandse. “Op een post over mijn vertrek op Twitter heb ik duizenden likes gekregen van internationale collega’s, en de volgers die reageren zien dit vrijwel zonder uitzondering als een mooie stap.”

Alleen een uitspraak van de KNAW in het FD schoot Clevers, zelf voormalig voorzitter, even in het verkeerde keelgat. Voorzitter Ineke Sluiter vertelde niet alleen waarom een scheiding tussen wetenschap en commercie noodzakelijk is, maar ze leek ook te zeggen dat ze blij was dat haar voorganger eindelijk een keuze had gemaakt tussen die twee.

“Ik heb nooit onderzoek gedaan voor de industrie of met geld van de industrie. In mijn wetenschappelijk werk kun je nauwelijks iemand vinden die academischer is dan ik. Maar ik geloof dat Ineke het ook niet zo bedoelde.”

Behoud van titel van Universiteitshoogleraar
Clevers is ook blij dat hij als adviseur en gastonderzoeker verbonden kan blijven aan het Hubrecht Instituut en het Máxima Centrum. Hij wil zijn promovendi en postdocs, zo’n dertig, nog graag naar de eindstreep brengen. En hij hoopt over een aantal jaar terug te keren naar zijn lab. “Als dat allemaal niet mogelijk was geweest, had ik de stap naar Roche waarschijnlijk niet gemaakt.”

Ook blijft hij universiteitshoogleraar, nu onbezoldigd in plaats van met een aanstelling van een dag in de week. Over die manier waarop hij die functie gaat invullen en hoe belangenverstrengeling kan worden uitgesloten, moet nog overleg plaatsvinden. “Ik blijf in ieder geval lezingen geven.”

Met een grijns: “Ook zal ik me blijven uitspreken over wat ik vind van het onderzoeksbeleid in Utrecht en Nederland. Gelukkig vindt de rector dat ook een belangrijke taak van een universiteitshoogleraar, zo heeft hij me laten weten.”

In een reactie laten het Utrechtse College van Bestuur weten dat de kritiek op de restricties voor ondernemende academici in Nederland niet onbekend is. De discussie daarover wordt “voortdurend” gevoerd in de universitaire wereld.

De universiteiten zien ‘valorisatie en impact’ als één van hun kerntaken en proberen met hun Kennis Transfer Offices om “binnen maatschappelijke randvoorwaarden en wet- en regelgeving voor publiek gefinancierde kennisinstellingen zoveel mogelijk ruimte te geven aan ondernemerschap”.

De UU kijkt daarbij voortdurend hoe startups beter geholpen kunnen worden om door te groeien, zo stelt het CvB. “In dat opzicht zijn we ook een lerende organisatie.”

Het UU-bestuur is verheugd dat Hans Clevers als universiteitshoogleraar “met zijn kennis en kunde” wil blijven bijdragen aan het op een hoog internationaal niveau houden van de Utrechtse en Nederlandse life sciences.

De komende weken worden afspraken gemaakt over de manier waarop Clevers dat kan gaan doen. “Als publieke instelling is de UU gebonden aan wet- en regelgeving om publieke belangen goed te behartigen en belangenverstrengeling te voorkomen.”
Facebook Twitter Whatsapp Mail