In een volle raadszaal Achter st. Pieter debatteerden studenten dinsdagavond met CDA-kamerlid Michel Rog

Zitten we nu echt te wachten op verkiezingen voor opleidingscommissies?

Body: 

Studenten en medewerkers van de UU lijken weinig te zien in verkiezingen voor opleidingscommissies. De oc's zouden meer gebaat zijn bij betere scholing en een universitair netwerk nu zij een dikkere vinger in de pap krijgen.

Studenten en medewerkers van de UU lijken weinig te zien in verkiezingen voor opleidingscommissies. De oc's zouden meer gebaat zijn bij betere scholing en een universitair netwerk nu zij een dikkere vinger in de pap krijgen.

Liever geen verkiezingen, mevrouw de decaan. Dat schreven de gezamenlijke opleidingscommissies van de faculteit Recht, Economie en Bestuurs- & Organisatiewetenschap (REBO) onlangs aan hun faculteitsbestuur. Zij denken niet dat stemprocedures de kwaliteit van oc’s verhogen.

Volgens Titia de Kramer, voorzitter van de opleidingscommissie van Rechtsgeleerdheid, maken verkiezingen het juist lastig om “de kwaliteit en de continuïteit” van oc-leden te bevorderen. Er zijn nu immers uitvoerige sollicitatieprocedures voor studentleden van haar commissie. Daarbij wordt ook gekeken naar de afspiegeling van oudere- en jongerejaars en van de verschillende programma’s. Bovendien voorkomt een “dakpanconstructie” dat alle studentleden tegelijkertijd aantreden en afscheid nemen. De Kramer: “Je kunt je dus afvragen of je met verkiezingen iets wint.”

'Verkiezingen werken averechts'
In Den Haag werd eerder dit jaar besloten dat de leden van alle opleidingscommissies in principe gekozen moeten worden, maar opleidingen kunnen zelf beslissen een andere benoemingsprocedure te hanteren. Dit besluit maakte onderdeel uit van een breed pakket aan maatregelen in de nieuwe wet Versterking Bestuurskracht. Deze moet studenten en docenten meer invloed geven op hun eigen onderwijs en de medezeggenschap binnen studies een impuls te geven.

Het UU-bestuur wil dat er voor september 2017 duidelijk is welke werkwijze opleidingscommissies gaan volgen. Op die datum gaan de nieuwe wettelijke bepalingen voor de opleidingscommissies in. Eventueel kunnen er dan in het voorjaar van 2018 verkiezingen worden gehouden.

Bij een door de U-raad georganiseerde debatbijeenkomst over opleidingscommissies dinsdagavond (zie kader) bleek dat de meeste aanwezigen weinig behoefte hebben aan verkiezingen. Deze zouden het alleen maar lastiger maken om geïnteresseerde studenten en docenten te vinden. Een korte rondgang van DUB binnen de UU wijst uit dat velen binnen de UU zo denken.

Jaap Bos, voorzitter van de opleidingscommissie van de undergraduate school Sociale Wetenschappen, zegt op persoonlijke titel: “Ik denk dat verkiezingen averechts werken. Ik weet niet of ik er zin in zou hebben om reclame voor mezelf te moeten maken.” Jip den Held, voorzitter van de studentenfractie VUUR in de U-raad, stelt: “Verkiezingen zullen een extra barrière opwerpen voor studenten die overwegen lid te worden van een oc.”

Veel oc's nog niet goed op de hoogte
Als de gevolgen van de wet Versterking Bestuurskracht voor de oc’s ter sprake komen, gaat het al heel snel over de vraag of er verkiezingen moeten komen. Maar de wet verandert meer. Op dit moment adviseren oc's vooral over de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijsbeleid. Vanaf volgend jaar worden ze een formeel medezeggenschapsorgaan met instemmingsrecht op enkele belangrijke onderdelen van het Onderwijs- en Examenreglement. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop de opleiding wordt geëvalueerd of aan de studielast die aan een vak wordt toebedeeld.  

En dan is er straks ook nog eens sprake van overlappende instemmingsrechten. Oc’s hebben instemmingsrecht gekregen op thema’s waarop de faculteitsraad ook instemmingsrecht heeft. Een ongelukkige situatie, zo lijkt het. Het is onduidelijk wat er moet gebeuren als er straks onenigheid is tussen opleidingscommissies en faculteitsraad over bijvoorbeeld een cum-lauderegeling of iets anders. Bij Geesteswetenschappen zijn er bijvoorbeeld liefst 24 opleidingscommissies. De praktijk zal moeten uitwijzen of dit daadwerkelijk tot problemen gaat leiden.

Opvallend is dat veel opleidingscommissies nog niet goed op de hoogte zijn van de consequenties van de wetswijziging. Enkele voorzitters laten weten zich tot nu toe niet in de materie te hebben verdiept. Bij verschillende faculteiten staan de komende weken pas de eerste informatiebijeenkomsten op stapel. Sommige opleidingen zeggen ook te wachten op een modelreglement dat de universiteit gaat opstellen.

Jaap Bos heeft zich wel geïnformeerd en gaat binnenkort met zijn oc-leden in gesprek. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af in hoeverre de grotere wettelijke rol en het nieuwe initiatiefrecht van de oc ook om “een grotere eigen agenda” vraagt. Het volgen en evalueren van lopende zaken, neemt nu verreweg de meeste tijd in beslag. “Misschien moeten we ook zelf discussies gaan aanzwengelen.”

Daarnaast zijn er wellicht consequenties voor de huidige informele gesprekken tussen zijn oc en het facultair bestuursteam. “We hebben nu heel open en constructieve gesprekken met de vice-decaan. Het zou jammer zijn als die zouden verdwijnen. Aan de andere kant past het misschien bij de nieuwe formele bevoegdheden dat je daar anders mee omgaat.”

Vraag om scholing en netwerken
Bij al deze onzekerheden vragen studentenbonden zich af of de opleidingscommissies überhaupt wel op hun taak zijn berekend. LSVb en ISO hameren al enige tijd op het belang van scholing, informatievoorziening en organisatorische ondersteuning van oc-leden. Samen met de Onderwijsinspectie namen zij het initiatief voor de website opleidingscommissies.nl.

De Onderwijsinspectie doet nu onderzoek naar het functioneren van opleidingscommissies. De resultaten worden begin volgend jaar verwacht. Tijdens een landelijke oploop twee weken geleden in Amersfoort werden alvast wat conclusies gedeeld. Belangrijkste bevindingen zijn dat er grote verschillen zijn tussen opleidingscommissies en dat de bekendheid van opleidingscommissies niet erg groot is; in het wo weet slecht 39 procent van de studenten van het bestaan van een oc.

In Utrecht kwam oud-U-raadslid Rhea van de Dong na een onderzoek eerder dit jaar tot soortgelijke conclusies. Zij constateerde dat de oc’s van de UU over het algemeen naar tevredenheid functioneren, maar dat er verbeterpunten zijn. Zo zijn er zorgen over de continuïteit, omdat studenten vaak maar een jaar lid zijn. Daarnaast bestaat er een grote behoefte aan kennisuitwisseling en mogelijkheden om van elkaar te leren.

Mede naar aanleiding van het rapport van Van der Dong besloot het universiteitsbestuur dat er nog dit academisch jaar een netwerk komt, online en offline, dat opleidingscommissies in staat stelt ervaringen uit te wisselen. Ook wordt er gewerkt aan een universitaire format voor een handboek dat opleidingscommissie kunnen gebruiken.

Ook het Utrechtse universiteitsbestuur vindt het versterken van de opleidingscommissies immers van belang. Oc’s kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van het onderwijs. Maar daarnaast willen universiteiten heel graag kunnen aantonen dat hun eigen kwaliteitszorgsysteem op orde is. Als dat het geval is, kan dat veel tijd en geld schelen als visitatiecommissies op bezoek komen.

De faculteiten, die verantwoordelijk zijn voor de oc’s, krijgen ondersteuning om de wetswijziging soepel door te kunnen voeren. Met de zeven decanen sprak het universiteitsbestuur af dat deze vanaf dit jaar extra werk gaan maken van het inwerken en de scholing van oc-leden.

Meer tijd voor docenten en betere training voor studenten
Jip den Held van de U-raad verwelkomt de maatregelen: “Niet alle oc-leden krijgen een goede inwerking en training voordat ze beginnen. Als studentengeleding van de U-raad vinden we het erg belangrijk dat dat goed verzorgd is.”

Over het toekomstige netwerk van Utrechtse oc’s, zegt ze: “Er zijn oc’s die hun taken verkeerd opvatten. Sommige oc’s zijn bijvoorbeeld veel tijd kwijt met het verwerken van cursusevaluaties. De bedoeling is eerder dat ze deze analyseren en op basis daarvan tot een advies komen. Het is daarom goed dat oc’s hun best practices gaan delen.”

Hoewel Sociale Wetenschappen vaak als voorbeeld wordt genoemd van een faculteit die veel aandacht besteedt aan een goed georganiseerde medezeggenschap vindt ook Jaap Bos dat er nog wel wat te verbeteren is. Zo zouden docenten wel wat meer gecompenseerd mogen worden voor de tijd die ze in het oc-werk stoppen. En ook de voorbereiding van studenten kan beter.

Bos: “Ieder jaar zijn er bijvoorbeeld weer studenten die dingen willen veranderen die in het universitaire deel van het Onderwijs- en Examenreglement zijn vastgelegd. Dat gaat dus niet. Dat misverstand ligt niet aan die studenten, maar misschien wel aan hun training.”

Toch spraken we ook een flink aantal mensen die zeiden dat er al heel veel wordt gedaan om oc-leden voor te bereiden op hun functie. De meeste oc’s hebben daar welomschreven procedures voor. Titia de Kramer van de oc Rechtsgeleerdheid: “Ik ben eigenlijk best tevreden hoe het nu gaat, maar er zijn natuurlijk best zaken waarvan ik graag weet hoe anderen daarmee omgaan. Denk bijvoorbeeld aan het contact onderhouden met je achterban.”

 

CDA-kamerlid op bezoek in Utrecht: 'Verkiezingen vergroten betrokkenheid' 

Studentenbelangenbehartiger Vidius en de Universiteitsraad hielden dinsdagavond 22 november een bijeenkomst over medezeggenschap aan universiteiten. De meerderheid van de ongeveer zestig aanwezigen bij deze ‘collegetoer over medezeggenschap’ toonden zich geen voorstander van verkiezingen voor de opleidingscommissies. Ze zien te veel beren op de weg met als grootste problemen het vinden van voldoende kwalitatief goede kandidaten en een lage opkomst bij eventuele verkiezingen.

Te gast was Michel Rog die voor het CDA in de Tweede Kamer zit. Nadat Rog vertelde dat hij door sociale media veel beter op de hoogte is van hetgeen er speelt in de medezeggenschap in het onderwijs, volgde een paneldiscussie waaraan ook Martine Pol van de Onderwijsinspectie, Marie-Jet Fennema van de directie Onderwijs & Onderzoek en de voorzitters van de studentenvakbonden LSVb en ISO, Jarmo Berkhout en Jan Sinnige, meededen.

Rog noemde het grote aantal tegenstemmers voor verkiezingen voor een oc “teleurstellend”. Zelf is hij groot voorstander. Hij raadt aan niet af te zien van verkiezingen. “Verkiezingen vergroten de betrokkenheid.” Hij denkt dat het een kwestie van wennen is. Marie-Jet Fennema, tegen verkiezingen, merkte op dat elk jaar opnieuw besloten kan worden om verkiezingen voor de oc’s te organiseren.

Panellid Jan Sinnige, voorzitter van studentenvakbond ISO, vond de studenten in de zaal net als Rog te voorzichtig. “Ga nou niet in het beklaagdenbankje zitten en zeggen dat het allemaal niet lukt en niet wil. Het voordeel van meebeslissen in de oc is dat je nergens anders zoveel invloed kan hebben op de kwaliteit van je eigen opleiding. De onderwerpen in de oc gaan je als student direct aan.”

Maar zullen besturen wel luisteren naar de mening van de oc? En zijn medezeggenschappers wel gelijkwaardige gesprekspartners?, waren de volgende vragen in het debat. Nee, dat zijn ze niet, is de conclusie van velen. Berkhout: “Bestuursleden hebben zeggenschap.” 

En dat punt wordt geïllustreerd door de ervaringen van een oc-lid. “Het is vooral van belang dat een opleidingsbestuur wil luisteren als oc-leden aandacht vragen voor een specifiek onderwerp. Als dat niet zo is, schiet je ook niet veel op met je instemmingsrecht op onderdelen uit het Onderwijs- en Examen Reglement.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail