De wereld van bestuurders en medezeggenschappers

Body: 

De wereld van bestuurders en de wereld van medezeggeschappers mixen niet goed, zegt Harm de Jong. Hij is student Bestuurs- & Organisatiewetenschap en lid van de faculteitsraad van Rebo en schreef voor Perceptie, het blad van Perikles hoe hij de medezeggenschap ervaart.  De column verscheen heel toevallig op de dag dat het Bungehuis in Amsterdam werd bezet.

Om de wereld wat beter te snappen, kun je mensen in twee groepen verdelen. Van jongs af aan word je hiermee geconfronteerd. Goed en fout, wit en zwart, prins en prinses en papa en mama. Ook als je ouder wordt, kan dit onderscheid je nog zeer goed van pas komen. Vouwers onderscheiden zich van proppers. Je kiest voor de kat of je neemt een hond. Pizza’s eet je uit je hand of met mes en vork. In de ochtend een bak koffie of een kop thee en je hebt hen waar de nacht niet lijkt te stoppen en hen waar de dag alweer vroeg begint.

Hoewel onze faculteit Rebo jonge juristen, economen en bestuurskundigen juist dichterbij elkaar wil brengen, is aan het begin van een faculteitsraadvergadering een onderscheid in twee werelden eenvoudig te maken: die van de bestuurder en die van de medezeggenschapper. Clichés als het jasje en dasje van de bestuurder en de trui en spijkerbroek van de medezeggenschapper daargelaten, opent zich aan het begin van een vergadering een waar schouwspel waarbij de organisatieantropoloog zijn vingers zou aflikken.

Waar de medezeggenschapper een halfuur voor start van de vergadering binnendruppelt om met zijn collega’s de vergadering voor te bereiden, komt de bestuurder exact op de minuut binnengelopen met iPad onder de arm. De medezeggenschapper opent een envelop met papieren vergaderstukken, pakt het pennetje erbij en neemt plaats aan een kant van de zaal waar zijn collega-medezeggenschappers al zitten te wachten. De medezeggenschapper is klaar om de komende twee uur behoorlijk de belangenbehartiger uit te hangen.

Tegenover dit rijtje medezeggenschappers zit de technisch-voorzitter van de vergadering. Links van hem zit de decaan, Annetje Ottow. Annetje is nog vers: dit jaar gestart en enige vrouw onder alle andere decanen van de UU. Naast haar zit een vice-decaan en de directeur van de faculteit die zo af en toe een cijfertje in het oor van de decaan mogen fluisteren. En dan aan de andere kant van de tafel zit een student, strak in het pak. De studentassessor, vertegenwoordiger van alle juristen, economen en bestuurskundigen in spe. Het bestuur is er klaar voor: argumenten in de aanslag om belangen te ondersteunen door moeilijke vragen te ontwijken.

En dan begint het spektakel. De medezeggenschapper opent en valt als een blok om het been van de bestuurder. “Wat is het onderscheidend vermogen van kleinschalig en intensief onderwijs versus en reguliere curriculum?” En: “wat is de onderwijskundige visie voor uw besluit rekening houdend met het verdwijnen van de basisbeurs?”. Maar ook “wat zou u vinden van een alternatief scenario?” Het bestuur knikt instemmend, begrijpt de zorgen maar antwoordt met framing en beeldspraak: “een bezuiniging is een kans, krimp is een uitdaging.” En als de medezeggenschapper de door de bestuurder meegezonden stukken moet geloven, leiden zowel de bezuiniging als de krimp tot meer excellente studenten en nog baanbrekender onderzoek.

De medezeggenschapper is voortdurend opzoek naar een evenwicht: het blok zijn om het been van de bestuurder zonder hem te laten vallen. Toch schudt de bestuurder de medezeggenschapper het liefste van zijn been, zo lijkt het. De afstand tussen de wereld van de medezeggenschapper en die van de bestuurder lijkt eindeloos maar is in werkelijkheid helemaal niet zo groot. Bestuurders nemen besluiten voor een daadkrachtige faculteit die klaar is voor de toekomst. Medezeggenschappers beïnvloeden die besluiten om bestuurders te beschermen tegen perverse effecten door een uit Den Haag afgedwongen rendementsfetisjisme.  Maar de beide werelden kruisen elkaar bij de passie voor uitdagend onderwijs en het streven naar ambitieus onderzoek.  Wat is de oplossing? Openheid en eerlijkheid. Betrek de medezeggenschapper in een vroeg stadium bij lastige dossiers en visionaire hervormingen.

Bestuurder, neem de medezeggenschapper serieus. Een medezeggenschapper moet niet alleen zelf kritisch vragen kunnen stellen. Hij vindt zijn evenwicht mee te denken met de vragen van de bestuurder.

Leve de faculteit.


Lees ook het interview met Harm de Jong in de serie Hoe kijken UU'ers aan tegen de roep om meer democratie binnen universiteiten?

Facebook Twitter Whatsapp Mail