Post van de rector

Veel onderwijsruimte staat leeg, constateerde het universiteitsbestuur onlangs. Maar wist de universitaire leiding dat dan niet?, vraagt geograaf Ton van Rietbergen zich af.

Op 31 oktober werden alle medewerkers van de universiteit verrast door een persoonlijke mail van onze rector. Met daarin de verbaasde constatering dat slechts 42 procent van de onderwijsruimtes in gebruik was. Het werd gepresenteerd als de uitkomst van een buitengewoon scherpzinnig onderzoek en als een echt actiepunt. Ik kon slechts verbaasd de wenkbrauwen fronsen en voor de zoveelste maal ontdekken dat ons CvB in elk geval het eigen U-blad en de digitale opvolger niet leest, want dan had ze geweten dat vanaf pakweg 1997 met een zekere regelmaat over deze materie werd geschreven.

Zo herinner ik me nog een column uit 1999 na het in dienst treden van Ron Boschma bij geografie. Hij kwam uit Twente en constateerde dat het soepele en transparante systeem in Twente, waar een ieder elk moment van de dag kon inzien welke zalen er beschikbaar waren en aanpassingen kon maken, in Utrecht niet voorradig was. Sterker, op de UU hanteerde men een Kafkaiaans toewijzingsmodel waarbij zalen op tamelijk willekeurige wijze worden toegedeeld. Vragen als waarom zalen die geboekt waren toch leeg stonden of waarom je bij een cursus nooit een vaste zaal kon krijgen maar altijd een toeristische tocht door de universiteit moest maken, werden hoofdschuddend terzijde gelegd. Het had altijd iets te maken met een andere faculteit of het centraal niveau.

Wel is er ooit - ken de geschiedenis!- een heuse werkgroep opgericht om deze zaken eens definitief op te lossen. De werkgroep Hoger op de Ranglijst zou dit varkentje wel eens even wassen. En het moet gezegd hun adviezen leken mij hout te snijden. Deel alles op in kleinere eenheden was zo’n zinvol advies. Reserveer bijvoorbeeld verdieping 2 en 3 van het Van Unnik voor sociale geografie. Dat is overzichtelijk en omdat mensen elkaar kennen is uitruil makkelijker. En -voeg ik daar aan toe- wacht met het reserveren van zalen tot een week voor de start van de cursus. Dat scheelt al gauw zo’n 20 procent van de zalen omdat docenten dan pas goed zicht hebben op hun cursus en het aantal deelnemers.

Veel heeft het niet opgeleverd want in plaats van later moeten we steeds eerder onze zaalbehoefte doorgeven. De uitkomst laat zich raden.

Advertentie