Wie of wat bepaalt de identiteit van de student?

Body: 

Wie ben ik? Peter Nafzger, zelf masterstudent en lid van het USC, gaat in dit essay op zoek naar het antwoord op de vraag waar een student zijn identiteit door laat bepalen. Is dat zijn christelijke achtergrond, de sociale klasse waarin hij is geboren of de vereniging waarbij hij zich heeft aangesloten? En bepaalt de vereniging de identiteit van de student of bepaalt de student de identiteit van de vereniging?

Read in English

Studenten zijn vaak nog zoekende naar hun identiteit. In de huidige wereld woekeren veel soorten identiteiten gebaseerd op ras, geloof, nationaliteit, cultuur of sociale klasse die ook nog steeds aangevuld worden met nieuwe opties. Ik geloof net als de filosoof Anthony Appiah dat veel studenten zich ten onrechte reduceren tot hun nationale-, religieuze-, ras- of verenigings-identiteit. Volgens Appiah bestaat ‘de’ identiteit niet, en is deze bovendien voortdurend aan verandering onderhevig. Zelf neem ik een voorbeeld aan mijn vriendin die zich dankzij haar reizende verleden heeft losgemaakt van deze stereotyperingen. Zij ziet haarzelf als een ‘Third Culture Kid’. Deze personen wortelen zich minder binnen één bepaalde cultuur, maar stellen zich daarentegen flexibeler op tegenover een rijke hoeveelheid aan verschillende culturen.

Het is deze culturele sensitiviteit en haar aanpassende vermogen die haar in staat stellen om goed te gedijen in diverse onbekende omgevingen. Vaardigheden die ook bijzonder behulpzaam zouden zijn voor Nederlandse studenten die zich over het algemeen gauw verbonden voelen met hun ‘eigen’ gewoontes en tradities. Mensen die hier hun identiteit aan ontlenen, houden vast aan deze regels en worden hier ook op afgerekend wanneer zij hiervan afwijken. Het tonen van één dominante cultuur is ook sterk aanwezig binnen studentenverenigingen. Het is net als bij een carrière op de Zuidas: you are either up or out. Wie eenmaal binnen is bij een vereniging, moet snel alle tradities en gewoontes leren kennen om één van de velen te worden. Maar is het verstandig je identiteit op te hangen aan de studentenvereniging? De werkelijkheid is namelijk veel complexer dan deze microkosmos. Eén die vaak ook nog eens slechts bestaat uit overdreven stereotyperingen.


Zijn studentenverenigingen future proof?
Neem de rituelen binnen een vereniging. Alhoewel deze een belangrijke rol spelen ter ondersteuning van het sociale proces om de leden op één lijn te krijgen, ben ik van mening dat tenminste een deel van deze tradities zorgen voor een identiteit die niet meer van deze tijd is. De studentenvereniging van de 21e eeuw is nog niet future-proof.


Diversiteit
Zo mag de vereniging in de meeste gevallen veel inclusiever en dient de integriteit binnen het verenigingsleven beter beschermd te worden. Buitenlandse studenten en LHBT’ers zijn bijvoorbeeld nog lang niet zo welkom bij verenigingen als een ‘gewone’ student, en het is de vraag of internationals überhaupt ooit met open armen ontvangen worden binnen deze oudhollandse clubjes. Buitenlandse studenten zijn in Nederland ook vaker het mikpunt van stereotyperende opmerkingen, omdat Nederlanders graag hardop zeggen wat zij denken. Deze directheid zou zich echter sieren met een lading bescheidenheid. Daarnaast doen veel verenigingen aan ‘window dressing’, waarbij zij de enige persoon, of één van de weinigen met een andere etnische achtergrond, op de voorgrond van hun organisatie plaatsen met het idee: ‘kijk ons eens divers zijn’. Wat zegt dat over onze groepsidentiteit? Het is in ieder geval nog geen passend diversiteitsbeleid om daadwerkelijk diverser te worden.


Ontgroening
Ook ontgroeningen passen mijns inziens niet meer in deze eeuw. Het harder optreden tegen ontgroeningen is ook geen slecht idee. Vorig jaar nog overleed een 20-jarige student van de KU Leuven, nadat hij in een coma was beland door het drinken van visolie tijdens zijn ontgroening. Ook het Leidse Minerva diende in 2018 haar ‘verstikkende’ corpscultuur drastisch te veranderen na excessen met drank, drugs en fysiek geweld. Is het wel de bedoeling dat nieuwe studenten de tradities van ouderejaars overnemen? Zouden zij niet beter hun eigen tradities moeten ontwerpen en daarmee een eigen identiteit moeten maken? Een simpel kennismakingsweekend op de Veluwe schept ook een band.


Drank & drugs
Een ander component dat betekenis geeft aan de studentenidentiteit, is het alcoholgebruik. Nederlandse studenten behoren tot de meest frequente drinkers van Europa. Hoewel de universiteit momenteel een strikter alcohol- en rookbeleid voert en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport nadenkt over de negatieve consequenties van alcohol, lijkt de rest van de samenleving hier weinig kritische vragen over te stellen. Het drinken van bier en wijn is zo sociaal geaccepteerd, dat drankspelletjes regelmatig leiden tot excessen en soms tot de dood. Blowen daarentegen wordt zwaar gedemoniseerd onder studenten, terwijl het drugsdebat in Nederland wederom is geopend. Zo wil de politieke partij D66 met haar nieuwe voorstel kijken naar de mogelijkheden om cocaïne en xtc-gebruik te legaliseren en verschijnen er allerlei rapporten over de positieve werking van cannabis voor kankerpatiënten. In retroperspectief op de identiteit, laat dit zien dat studenten waardering hebben voor wie op een krat gaat zitten, maar diegene die een joint rookt, marginaliseren. Past dit nog bij de huidige tijdgeest en wat vinden studenten tegenwoordig normaal ten opzichte van drank- en drugsgebruik? Het publieke debat hierover mag geopend worden. 

De eerste indruk
Met de komst van duizenden studenten die jaarlijks meedoen aan de Utrechtse Introductie Tijd, hebben wij, als Utrechtse studenten, net als in andere studentensteden, in september opnieuw de kans om onszelf te laten zien. De introductiedagen hebben een verbindend karakter en creëren een vliegende start voor iedere student. Daarom dienen wij onszelf modern te profileren - juist om het sociale verhaal over studentenverenigingen te vertellen, wat nog te veel onderbelicht blijft in de berichtgeving.

Het meeliften op de mening van een ander is soms handig, maar brengt ook jouw kritisch denkvermogen in gevaar. De denkfout is dat studenten in groeperingen denken dat zijzelf de beslissingen nemen, hoewel zij in de praktijk veel beïnvloed worden door hun studentenverenigingen. Een vereniging die bepaalt wat jij moet doen en denken is comfortabel, maar wat zegt dit over jou? Een open houding tegenover andere culturen, heeft daarentegen een bevrijdend en verlichtend karakter. Verenigingen dienen daarom samen met hun leden meer tijd te besteden aan de vorming van studenten, omdat het verenigingsleven nu eenmaal een belangrijke rol speelt bij de vorming van de individuele identiteit van haar leden.

Drie studenten schrijven filosofisch boek over dilemma’s studentenleven

Studenten Liberal Arts & Sciences Daniel van Wyngaarden en Luuk Brouns en student Philosophy, Politics & Economics (PPE) en Taal & Cultuurstudies Veronique Scharwächter kwamen elkaar tegen bij het Humanities Honours Programme. Zij werkten samen aan een project en kozen ervoor aan de slag te gaan met een boek met de vraag hoe je als student te maken met filosofie. Het resultaat vonden ze zo interessant dat ze een uitgever benaderden.

Nu, een jaar later, ligt hun boek Studentendenken in de winkel. Hierin stelt het trio dat het studentenleven een fase is van onafhankelijkheid, verandering en ontwikkeling. Nieuwe ervaringen die vaak gepaard gaan met grote levensvragen. Hoe blijf ik trouw aan mezelf in deze nieuwe levensfase? Bezit ik genoeg motivatie en passie voor mijn studie? Hoe ga ik om met eenzaamheid en vriendschap? En vind ik bevrediging in de hectiek van het student-zijn?

In het boek combineren de drie auteurs hun persoonlijke ervaringen als student met filosofische verwijzingen. “Ik sta vaak stil bij de absurditeit van het bestaan, waarin we een reden zoeken om te leven maar die niet kunnen vinden. Absurd vind ik het dan, hoe we ons in de studentenbubbel bevinden en constant druk zijn met goede cijfers behalen, feestjes pakken, carrière maken, vriendschappen sluiten, verliefd worden en Netflixen, zonder dat het uiteindelijk ergens naartoe leidt”, schrijft Veronique Scharwächter. Daniel van Wyngaarden omschrijft het zo: "Ik heb mij altijd al afgevraagd wie ik ben en wat ik wil bereiken. Wanneer je dit continu aan het uitzoeken bent, merk je dat jouw ware zelf, vooral in de hectische studententijd, niet iets is dat ergens in je zit, maar maakbaar is.”

De presentatie van het boek gaat gepaard met een evenement in TivoliVredenburg op 12 februari 2020. De auteurs komen dan aan het woord, maar ook UU-alumnus en filosoof Bas Haring die op zijn eigen studententijd reflecteert. DUB geeft kaartjes weg voor deze bijeenkomst.

Daniel van Wyngaarden, Luuk Brouns, Veronique Scharwächter. Studentendenken. 2020. Prometheus, 19,99 euro.

advertentie

Facebook Twitter Whatsapp Mail