Bert Weckhuysen gefotografeerd ter gelegenheid van de Alarmdag van de Nederlands universiteiten. Foto: Lucas Kemper

Hard oordeel UU-hoogleraar Bert Weckhuysen: 'We botsen tegen ondergrens'

Body: 

De Tweede Kamer kan er nu echt niet meer onderuit. Alle signalen wijzen dezelfde kant op. Er moet fors meer geld op tafel komen voor de universiteiten, minimaal 1 miljard. Gebeurt dat niet, dan kunnen acties niet uitblijven, vindt de Utrechtse Spinozawinnaar Bert Weckhuysen.

Read in English

Het is niet ondenkbaar dat het rumoer rondom de kabinetsformatie de Alarmdag van protesterende studenten, docenten en bestuurders bij de Hofvijver eerder deze maand overstemde. Maar de boodschap van de Nederlandse universiteiten aan de Haagse politiek zou inmiddels kristalhelder moeten zijn, betoogt de Utrechtse universiteitshoogleraar Bert Weckhuysen.

Nu er sinds kort een rapport ligt dat is opgesteld in opdracht van het ministerie, zullen de nieuw aangetreden Kamerleden er volgens hem al helemaal niet meer omheen kunnen: de bodem is bereikt in de academische wereld. Universiteiten moeten er ook volgens de onderzoekers van PriceWaterhouseCoopers ruim 1 miljard bij krijgen.

Dat is precies het bedrag dat demissionair minister Van Engelshoven eerder zelf al eens noemde. Het is ook het bedrag dat kritische studenten en docenten al jaren als absoluut minimum vragen om de wetenschap er weer bovenop te helpen.

Weckhuysen: “De tijd van het observeren en constateren is voorbij. Iedereen weet het nu. Er moeten nu concrete stappen worden gezet om de structurele onderfinanciering op te lossen.”

Het hele systeem is door een pacmannetje opgegeten

De gelauwerde chemicus weet waarover hij praat. In de afgelopen twee jaar hield hij gesprekken met tientallen academici en bestuurders. Die leverden informatie op voor twee rapporten over de financiering van het Nederlandse onderzoek die hij schreef namens de KNAW, het genootschap van prominente geleerden. Daarin kwam hij onder meer met voorstellen die wetenschappers meer financiële armslag moeten geven om vrij en ongebonden onderzoek te doen.

Weckhuysen ging tijdens de Alarmdag niet de Hofvijver in, zoals enkele van zijn collega’s. Maar hij voelt zich als voorzitter van de twee KNAW-commissies, die de minister van Van Engelshoven adviseerden, wel geroepen om de vraag om investeringen kracht bij te zetten.

“Ik heb gemerkt dat de situatie werkelijk onhoudbaar is, over de gehele linie. Het gaat niet alleen meer om die ene wetenschappelijke discipline of alleen om de jonge wetenschappers. Het hele universitaire systeem is door een pacmannetje opgegeten.”

Volgens de universiteitshoogleraar zijn de gevolgen al merkbaar. Studenten zien af van een wetenschappelijke carrière en de aantrekkingskracht van Nederlandse universiteiten op internationaal talent neemt af.

Waar Weckhuysen op hoopt als uitkomst van de formatie? “Structureel meer geld”, is het snelle antwoord. Maar hij bedenkt zich dan. “Laat ik het anders zeggen. Wat je wilt, is een duurzaam onderwijs- en onderzoeksbestel. Een voorwaarde daarvoor is faire financiering en een fair personeelsbeleid. Je hebt een probleem als mensen structureel overwerken, maar dat wordt nog erger wanneer je hen ook nog hun werkplezier ontneemt. Dat is de ondergrens, en daar botsen we nu al een aantal jaar tegenaan.”

Als professor krijg je een pen en een iPad

De probleemanalyse die Weckhuysen schetst, klinkt inmiddels bekend in de oren. Universiteiten worden onvoldoende gecompenseerd voor het groeiende aantal studenten en de financiering van het onderzoek stijgt niet mee met de toename van de studentenpopulatie. Wetenschappers geven daarom onderwijs in de tijd die voor hun onderzoek is bedoeld. Dit leidt tot overwerk en frustratie.

De onderfinanciering vanuit het Rijk zorgt bovendien voor een vermoeiende “rush” op externe financiering, bijvoorbeeld van onderzoeksfinanciers NWO of ERC. Maar de kans op succes is klein. Bovendien gaat het dan vaak om tijdelijk geld waar veel voorwaarden aan verbonden zijn.

“Als professor krijg je van je universiteit een pen, een iPad, een stoel en een tafel”, concludeert Weckhuysen. “En als je dan denkt je dat ergens anders geld kan krijgen, dan loop je vast.”

Er moet meer rust in het systeem komen

Op basis van de rapporten die hij schreef, is Weckhuysen ervan overtuigd dat er drie zaken nodig zijn om uit de impasse te komen. Zijn visie wordt volgens hem ook uitgedragen (pdf) door de kenniscoalitie, een samenwerking tussen bedrijven, universiteiten, hogescholen, ziekenhuizen, onderzoeksinstituten en onderzoeksfinancier NWO.

Allereerst pleit Weckhuysen voor investeringen in de vorm van een werkkapitaal (“rolling grant”) waarover wetenschappers in verschillende stadia van hun carrière kunnen beschikken. Op die manier kan de ratrace van projectsubsidie naar projectsubsidie worden afgeremd en komt er meer continuïteit in de onderzoeksprogramma’s. “Er moet rust in het systeem komen.”

Daarmee zijn nog niet de zo gewenste nieuwe vaste banen gecreëerd. Die moeten er volgens Weckhuysen komen via de sectorplannen die per wetenschappelijk domein worden vastgesteld. Daar moet ook meer geld naar toe. “Met nationale afstemming kun je vakgebieden verder versterken.”

Tenslotte moet er worden geïnvesteerd in de open competitie van NWO. Weckhuysen becijferde eerder met zijn KNAW-commissie dat de onderzoeksfinancier twee keer zoveel geld heeft voor ‘strategisch’ onderzoek dan voor ‘ongebonden’ onderzoek. Die verhouding moet gelijk worden getrokken, vindt hij. Weckhuysen weet zich daarbij gesteund door honderden collega’s.

“De ongebonden onderzoekscomponent, waarbij de ideeën van de onderzoeker centraal staan, stelt wetenschappers in staat om nieuwe kennisgebieden te verkennen. Daarnaast is het is belangrijk dat we in de strategische onderzoekscomponent, waarbij vragen vanuit de industrie en de samenleving centraal staan, keuzes durven maken. Daar moeten we dan ook aan voor een langere periode aan vasthouden, zodat we ook hier voor continuïteit zorgen.”

Met deze visie moet ook de druk op het onderwijs afnemen, denkt Weckhuysen. “Wat je wilt hebben is meer vast benoemde docenten en onderzoekers. Daarbij vind ik het van belang dat deze functies verstrengeld zijn. Docenten moeten de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen én omgekeerd moeten onderzoekers ook de mogelijkheid hebben om te doceren. In het woord ‘hoogleraar’ staat niet voor niets het woord ‘leraar’. Afhankelijk van de fase in je academische carrière en je talenten kun je dan meer of minder onderzoek doen of onderwijs geven.”

De totale kosten van de drie plannen bedragen één tot anderhalf miljard. “De taart moet eenvoudigweg groter”, benadrukt Weckhuysen. “De tijd van broekzak-vestzak-operaties en pleisters op de wonden is voorbij. Als universiteiten kunnen we niet langer accepteren dat er met geld wordt geschoven, zoals eerder met de Plasterkgelden gebeurde.”

Als het nu stukloopt, moeten we ons bezinnen op acties

Weckhuysen stelt met enig vertrouwen naar de Haagse beraadslagingen te kijken. Bij de presentatie van zijn KNAW-rapporten ontmoette hij veel begrip. “Je ziet dat het resoneert, al waren er aanvankelijk wel vragen over hoe het ene voorstel zich tot het andere verhield. Het is belangrijk dat de kenniscoalitie nu een totaalplan heeft neergelegd.”

Toch schreef de grootste partij VVD in het verkiezingsprogramma dat er wel 200 miljoen van het wetenschapsbudget af kan. Universiteiten moeten eerst maar eens gaan samenwerken, was het devies. Weckhuysen: “Er is vaak de neiging om tegen universiteiten te zeggen: wordt eerst maar eens meer efficiënt. Maar dat hebben we nu lang genoeg gehoord. We zijn uitgeëfficiënt.”

“In de wetenschap is het nu eenmaal niet zo dat je kunt berekenen hoeveel elke euro die je erin stopt precies oplevert. Maar zo moet je er ook niet naar kijken. Wij leiden de nieuwe talenten op. Zij gaan zorgen voor de welvaart van morgen. Als je die nieuwe generatie academici geen toekomst geeft dan vertrekken ze. Kijk wat er in Zuid-Europa is gebeurd tijdens de financiële crisis.”

Weckhuysen roept universiteiten op om schouder aan schouder te staan en zich niet – zoals eerder wel gebeurde – tegen elkaar te laten uitspelen of met minder genoegen te nemen.

“Als het nu stukloopt, dan moeten we ons echt gaan bezinnen op acties. Wetenschappers staken niet graag, want dan snijden ze zichzelf en hun studenten in de vingers. Maar we zijn creatief genoeg om iets te bedenken dat de politiek echt gaat voelen. Met een toga de Hofvijver inlopen, volstaat dan niet meer.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail